
Op ‘t bankje
26 juni 2025 om 08:00 Overigadvertentie
Het is een rustige zonnige dag en ik ben na een ochtendwandeling op het bankje neergestreken. Veel mensen komen er nog niet voorbij en net als ik me afvraag of er nog wel iemand bij me komt zitten komt er vrouw bij me zitten. Ze groet met een goedemorgen maar als ze zit kijkt ze wat dromerig voor zich uit. Ik verwacht niet dat het tot een gesprek gaat komen. De vrouw die ik rond de zestig schat is duidelijk met haar gedachten ergens anders. Ze schrikt op als er even later opeens een hond komt aanhollen en kwispelstaartend tegen haar opspringt. De vrouw straalt dan opeens en het dier likt haar van alle kanten wat ze maar laat gebeuren. ‘Dit is Sam, de hond van mijn zoon en schoondochter. Die moeten dus in de buurt zijn’, verklaart ze de situatie als ze even de kans krijgt de hond opzij te houden. Bij het horen van zijn naam is Sam meteen weer een en al levendigheid. Na enige tijd heeft hij er toch wel genoeg van en gaat uitgeput onder de bank bij de vrouw liggen. ‘Het beest is altijd gek op me geweest, hoewel ik hem alleen maar verzorg als zij weggaan of vakantie hebben. Ik ben trouwens ook gek op hem.’ Zo dromerig als ze er net nog uitzag, zo opgewekt kijkt de vrouw nu. ‘Ik zou zelf ook wel een hond willen hebben, maar voor mij is het een beetje lastig. Sinds mijn man er niet meer is wil ik nog wel eens ergens op bezoek gaan of een korte vakantie houden en met een huisdier kan dat niet altijd zonder iemand anders ermee lastig te vallen. Met zo af en toe op Sam passen is het prima voor mij.’ De hond spitst meteen weer zijn oren bij het horen van zijn naam, maar blijft toch rustig liggen. Dat is over wanneer hij in de verte zijn naam hoort roepen. Als een haas schiet hij overeind en rent in de richting waar het geluid vandaan komt. ‘Hij mag dan wel gek op mij zijn, tegen zijn vrouwtje kan ik niet op’, zegt de vrouw lachend. Even later komt een meisje van een jaar of zeven met mooie blonde krullen aanhollen. ‘Oma, oma’, roept ze hijgend. Sam rent blaffend het meisje tegemoet. Als ze bij oma aankomen vliegen oma en kleindochter elkaar in de armen en delen kwistig kusjes uit. De hond wil niet achterblijven en springt likkend en blaffend tegen de twee aan. Ze zijn zo te zien allemaal heel blij elkaar weer te zien en dat wordt compleet wanneer ook de moeder van het meisje bij het bankje komt. Ze komt aanlopen met een gebaksdoos en ik begin te vermoeden dat ze niet zomaar bij oma op bezoek komen. ‘Van harte gefeliciteerd oma’, zegt de schoondochter en geeft haar een dikke pakkerd. ‘Het cadeautje krijg je als we thuis zijn. Ik heb alvast gebak gekocht, want je wilde je verjaardag wel niet vieren, maar wij wel’, zegt ze lachend. ‘Jullie zijn me een stel hoor, maar ik leg me er maar bij neer.’ Nu begrijp ik waarom ze in het begin een beetje afwezig was en feliciteer haar van harte met haar verjaardag. Drieënzestig is ze geworden en nu ze zo straalt lijkt ze minstens tien jaar jonger. Ik vind dat ik ze nu maar met elkaar moet laten zijn. Het wordt trouwens wel erg druk op het bankje. Ik wens ze allemaal een fijne dag toe en dat zal echt wel lukken, zeker nu oma gezegd heeft dat ze uit eten gaan.
Maerten













