Logo vierklank.nl
Een leeuwenpaal die de grens vormt met Holland, zoals die nu nog te zien is. (foto Dick Berents)
Een leeuwenpaal die de grens vormt met Holland, zoals die nu nog te zien is. (foto Dick Berents) (Foto: )

Spionnen in het veen

Tussen de grens met Holland en De Bilt reisden in 1525 twee spionnen rond. Het waren Peter Aelmanszoon, de secretaris van de stad Naarden en de stadsbode Meyns Keeck. Ze probeerden informatie te verzamelen over de ouderdom van de dorpen in de grensstreek en de eigendomsverhoudingen. Peter Aelmans heeft er een buitengewoon levendig en avontuurlijk verslag over geschreven: 

‘Om onze plicht en onze uiterste best te kunnen doen, moesten we daarvoor zo geheim mogelijk en zo slim mogelijk opereren. Want die van het Sticht Utrecht zijn arglistig, schrander en koppig in het verdedigen van hun opvattingen in de kwestie van de Hollands-Utrechtse grens, hoewel ze ongelijk hebben. Ze konden wel eens snel geweld gebruiken als ze zouden weten, dat men eropuit was, stiekem informatie in te winnen’.

James Bond in de polder
‘Het ging allemaal om het vaststellen van de grenzen tussen Utrecht en Holland en uiteindelijk draaide het om turf. Deze brandstof was steeds belangrijker geworden voor steden en dorpen. Mochten Hollanders de betwiste veengronden afgraven of was die grond van de Utrechters? Voor die beslissing moest je met argumenten komen.

Om hun bedoelingen te verbergen, deden de twee spionnen bijvoorbeeld alsof ze handel kwamen drijven. Toen de pastoor ’s avonds in de herberg bij ons kwam, deden we alsof we alleen maar varkens wilden kopen. We vroegen de waard daarop, of hij wist waar er ergens een paar te koop waren. Een andere keer gaven ze zich uit voor ondernemers die pachtovereenkomsten wilden overnemen. Als je wist van wie boerderijen werden gepacht en hoe lang geleden dat was, kon je de oorspronkelijke eigenaar achterhalen. Was dat een Hollandse edelman of een Utrechts klooster’?

Vuur
Ze wilden ook weten, hoe oud de dorpen waren en dat kon je soms afleiden uit de stichtingsoorkonden van de kerken. Peter Aelmans: ’s Avonds bij het vuur gooide ik een balletje op door te zeggen: ‘Wat een mooie nieuwe kerktoren hebben jullie! Die is in een paar jaar neergezet!’ ‘Ja’, zei de pastoor, ‘binnen maar vier jaar!’ Daarop zei ik: ‘Maar jullie kerk is veel ouder, het lijkt me dat hij even oud is als onze kerk, die ongeveer 180 jaar oud is. Hoe oud is jullie Eemnesser kerk dan wel?’ De pastoor antwoordde: ‘Ik denk dat deze kerk nog geen 200 jaar oud is, maar precies weet ik het niet.’

De twee spionnen deden ook vaak alsof ze uit het Sticht kwamen en niet uit Holland. Niet iedereen tuinde daarin: ‘Hij wilde mij verder geen dingen meer vertellen en wilde ook niet geloven dat ik uit Amersfoort kwam of een inwoner van het Sticht was. Hij zei: ‘Jullie zijn Hollanders en jullie komen hier om inlichtingen over ons te zoeken en te spioneren; dat voel ik gewoon’. 

Betrapt
Soms werden ze bijna betrapt, zoals toen ze in Maartensdijk naar een grenssteen zochten. Kort daarop stonden wij ook op van ons bed en liepen vandaar in de maneschijn naar de Vuurse en daarna door het veen, waar we natte voeten kregen totdat we kwamen bij de Brabantsche Wijck

een water bij Maartensdijk

bij een plaats, waarvan de bode en getuigen die dat een andere keer samen met hem gezien hadden, zeiden dat de blauwe zerk of steen daar ligt. Die Brabantsche Wijck stond echter vol water, zodat we deze zerk niet konden zien. Daarom gingen we naar de schutsluis die het water in de Wijk op peil houdt. Die sluis bevindt zich bij het Huis bij Sint Maartensdijk. We begonnen de sluisdeur omhoog te trekken om het water uit de Wijk weg te laten lopen naar de Vecht toe. De hond van het Huis daar kreeg ons in de gaten en rende naar ons toe en begon luid te blaffen. We gooiden hem wat brood toe – we hadden dat met dat doel meegenomen – maar de hond liet het brood liggen, keek er ternauwernood naar, en viel steeds maar naar ons uit. Hij maakte zoveel herrie dat iedereen wakker werd die daar in het huis was, zodat wij hoorden hoe ze uit hun bed sprongen. Wij moesten zorgen dat we wegkwamen…’

Een leeuwenpaal
Op 9 januari 1526 lagen de twee spionnen op de uitkijk in het Gooierbos. Daar zagen ze hoe een deputatie van Utrechters met zes wagens uit de richting van Lage Vuursche samenkwam met een groep van wel driehonderd inwoners van Eemnes, Baarn en Soest. Gijs Smit had een paal neergezet ver in het Hollandse gebied om daarmee zijn land af te grenzen. Die paal wilden zij officieel als Leeuwenpaal dopen, de paal vanwaar de grenzen van het Sticht en Holland lopen.

Ze wilden vandaar de grens doortrekken tot aan de Zuiderzee toe.

Meer berichten