
Op ‘t bankje
10 november 2023 om 18:00 Algemeenadvertentie
De wat oudere man die met een aangelijnd hondje aan komt lopen vindt het tijd voor een rustpauze. Het hondje lijkt mij niet meer zo jong en laat zich heel gewillig naar het bankje leiden. Als zijn baasje zit kruipt de hond onder de bank en hijgt met de tong uit de bek wat na. De twee kennen elkaar natuurlijk heel goed en weten precies wat ze aan elkaar hebben. ‘Hij is veertien en wil wel altijd graag uitgelaten worden, maar onderweg wil hij wel altijd even uitrusten, hè Molly’, zegt de man half naar mij en half naar Molly kijkend. Vanaf het bankje kijken we uit op een verkiezingsbord waarop heel wat affiches geplakt zijn. ‘Dat was vroeger wel anders in de verkiezingstijd’, zegt hij naar het bord wijzend. ‘Dan zag je overal raambiljetten hangen en toen gingen ze ook nog met geluidswagens door de straten. D’r waren ook niet zoveel partijen als nu. Nee, ik vond de verkiezingstijd vroeger veel leuker.’ Misschien heeft hij wel gelijk, maar ik denk dat het niet te vergelijken is. Tegenwoordig heb je in de campagnetijd televisiedebatten en op de sociale media zijn de partijen ook heel actief. Je ziet ze veel minder op straat. Ja, vlak voor de verkiezingen zie je ze bij de winkelcentra nog wel wat foldertjes uitdelen. Je kan je ook nog laten leiden door de stemwijzer. De man bekijkt de posters op het bord nog eens goed maar zwijgt verder. ‘Maar u gaat toch wel stemmen’, vraag ik. Hij kijkt me bijna verontwaardigd aan. ‘Natuurlijk ga ik stemmen. Ik heb het nog nooit overgeslagen. En nu zou u wel willen weten op wie hè, maar dat zeg ik lekker niet’, reageert hij lachend. Eerlijk gezegd interesseert het mij niet op wie hij stemt, maar nu hij het zo nadrukkelijk zegt daagt hij me wel uit. Daarom probeer ik: ‘Op een man of een vrouw.’ Hij kijkt wat geheimzinnig. ‘Dat ligt eraan of ik zijn of haar hokje rood maak.’ Ik ga er maar niet verder op in. ‘Volgt u ook de gemeentepolitiek’, vraag ik dan maar. ‘Zo’n beetje’, zegt hij. ‘Ik lees de plaatselijke blaadjes, maar daar word ik niet altijd vrolijk van.’ De burgemeester kent hij wel maar namen van raadsleden weet hij niet zo te noemen. ‘Ik heb wel eens naar een uitzending van de gemeenteraad gekeken, maar nooit tot het einde uitgekeken. Het is toch niet normaal dat ze tot na twaalf uur vergaderen. Als je wilt dat mensen ernaar kijken moet je dat op een christelijke tijd afronden’, zegt de man beslist. Met telkens weer een uitloop waar de bodes en ambtenaren weer moeten opdraven dan denk ik kan het niet een onsje minder. Het is hier al een Raad van Elf. Wat moet dat allemaal niet kosten.’ Dat doet me toch wel een beetje aan carnaval denken maar ik ze gemeenteraadsleden nog niet met een narrenmuts lopen. Maar ik vind dat het alweer genoeg over politiek is gegaan en vraag daarom maar wat voor soort hond hij heeft. Hij vertelt dat het een kruising is maar dat hij hem genomen heeft omdat hij zo lief is. ‘Voor mij maakt het helemaal niet uit. We zijn heel blij met elkaar. Hij houdt mij heel goed in de gaten en komt ’s morgens altijd kijken of ik al wakker ben. Met het verzetten van de klok is hij altijd een beetje de kluts kwijt. Het hondje vindt het inmiddels weer tijd om verder te gaan en komt overeind om dat aan te geven. Hij doet dus maar wat Molly wil en stapt op.
Maerten













