
Op ‘t bankje
28 juni 2024 om 12:00 Algemeenadvertentie
Het is eindelijk wat lekkerder weer en ik laat de zon lekker op mijn gezicht schijnen om de vitamine D aan te vullen die we tijdens de lange zonloze periode hebben gemist. Een wat oudere vrouw ziet me zitten en komt resoluut naast me op het bankje zitten. ‘Ik zag u zo alleen zitten, dus dacht ik die ga ik even gezelschap houden. Dat vindt u toch wel goed?’ Ik zwijg en geef een soort van knik waaruit zij opmaakt dat ik het prima vind. Ze lijkt me een opdringerig type en daar hou ik eigenlijk niet zo van. Ik vrees dat ik haar gezelschap toch maar gewoon moet accepteren. Zeggen dat ik er niets voor voel durf ik niet. Laat het je maar overkomen, denk ik. Ze valt meteen met de deur in huis. ‘Ik was net bij mijn dochter aan de deur, maar die zei dat ze me vandaag niet kon hebben dus kon ik weer gaan en zit ik nu hier. Ik begrijp het wel, ze is gescheiden en heeft een nieuwe vriend. Dat wil ze mij niet zeggen, maar een kennis van mij woont vlak bij haar en heeft het me verteld.’ Mijn voorgevoel dat de vrouw geen prettig gezelschap zal zijn wordt bewaarheid. Als ze mij probeert uit te horen houd ik de boot af. Aanval is de beste verdediging zei Johan Cruijff al, dus begin ik haar op haar eigen manier te bevragen. ‘Houdt uw man niet van wandelen’, vraag ik maar. ‘Mijn man’, ze zwijgt even en zegt dan: ‘Ja, die hield zo erg van wandelen dat hij op een dag de deur is uitgegaan en niet meer teruggekomen is. Dat was geen wandelaar, maar een schuinsmarcheerder. Stiekem achter de vrouwen aan. Maar ik heb hem flink uitgekleed bij de scheiding.’ Dan zwijgt ze en ik heb zonder dat ik de man ken medelijden met hem. Aan de andere kant denk ik dat hij blij mag zijn dat hij van haar af is. ‘Ik zie hem gelukkig nooit meer, maar van mijn kennis hoorde ik dat hij nog wel eens bij mijn dochter komt. Nou, ze doet maar. Misschien moest hij wel bij haar op bezoek komen en wilde me daarom niet ontvangen’, zegt ze. Doorgaan met vragen stellen en haar geen kans geven, denk ik. ‘Gaat u nog wel eens uit‘, vraag ik maar gauw. Ze begint te glunderen. ‘Ja als er dagtochten zijn die niet te veel kosten ben ik van de partij. Dan zie je nog eens andere mensen en dan kun je lekker kletsen. Meestal is er een maaltijd bij en dan hoef ik thuis niet te koken. Dit voorjaar heb ik een bloesemtocht gemaakt, maar het regende de hele dag.’ Ik probeer alweer een andere vraag te bedenken om haar maar aan het woord te laten. ‘Heeft u een hobby, een tuin of zoiets’, vraag ik. Ze schudt haar hoofd. ‘Nee, daar heb ik helemaal geen zin in. Ik kijk televisie en lees wel eens wat.’ Dat valt me dan toch weer van haar mee. ‘Dan komt u natuurlijk nog wel eens in de bibliotheek’, zeg ik daarom. Weer schudt ze haar hoofd. ‘Nee, ik lees de Story, Privé en Weekend, dat vind ik wel genoeg’. Het wordt me nu toch een beetje te veel. Een zinnig bankjesgesprek zie ik met deze vrouw niet zitten, daarom zeg ik: ‘Ik ga maar eens naar huis koffiedrinken.’ Dat opent weer een nieuw perspectief voor de vrouw. ‘U kunt ook bij mij koffie komen drinken, hoor.’ Ik reageer niet eens en ga er als een haas vandoor.
Maerten













