Afbeelding

Op ’t bankje

17 mei 2024 om 17:00 Algemeen
advertentie

Vogels zijn druk in de weer om hun nesten te bouwen en regelmatig zie ik ze met bouwmaterialen in hun bek voorbijvliegen. Ze doen het gewoon zonder bouwvergunning en zonder inspraak. Wat dat betreft hebben ze het gemakkelijker dan mensen. Ik geniet ervan de vogels zo bezig te zijn maar het blijkt niet voor iedereen iets om van te genieten. De man die bij me op het bankje is komen zitten ondervindt er zelfs hinder van. ‘Ik houd in de flat van mijn dochter de post en de planten een beetje bij want ze is een weekje naar een congres in Stockholm. Ze heeft haar balkon heel mooi gemaakt met bloemen en planten, maar wat denk je wat. Is een duif een nest gaan bouwen in een mand met planten die ze aan de muur heeft hangen. En niet zomaar een nestje, nee een heel bouwwerk met grote takken.’ Hij schudt meewarig zijn hoofd. ‘Ik heb al die takken meteen weggehaald en in een vuilniszak gedaan, maar de duif kwam gewoon weer met nieuwe terug. Nu heb ik die mand maar weggehaald en hoop dat ze geen andere plek op het balkon gaan zoeken. Ze schijten ook nog eens de hele boel onder.’ Ik hoor het glimlachend aan en herinner me hoe een kennis van mij enthousiast vertelde dat een duif op haar balkon eitjes gelegd had. Prachtig vond ze het, maar de lol was over toen bleek dat ze via dat nest duivenluis in huis had gekregen. Uiteindelijk moest de ontsmettingsdienst eraan te pas komen om ervan af te komen. Ik vertel dat verhaal aan de man en het maakt hem niet vrolijker vooral omdat ik hem ook nog vertel dat wilde duiven wanneer ze eenmaal een nest op een balkon hebben gehad, steeds weer terugkomen. ‘Dan moet ik toch maar wat vaker gaan kijken. Ik zal het maar niet tegen mijn vrouw zeggen, want die raakt meteen in paniek.’ Hij kijkt even strak voor zich uit en lijkt na te denken over wat hij kan doen. ‘Toch is het maar goed dat mijn dochter er nu zelf niet is, want die had zo’n nest vast leuk gevonden en het gewoon laten zitten, zeker als er eitjes in lagen.’ Het verhaal over de duivenluizen heeft ook een andere uitwerking op de man. Hij begint onrustig eerst aan zijn been te krabbelen en dan op zijn hoofd. ‘Ik zal toch geen duivenluizen hebben opgelopen’, zegt hij met een benauwde blik. Ik stel hem gerust, maar betrap mezelf erop dat ik ook een beetje jeuk krijg. Ik besluit maar gauw over iets anders te gaan praten, in de hoop dat de drang om te krabben dan overgaat. ‘Het beste zou zijn een kat op het balkon te zetten. Daar zullen die duiven vast wel bang voor zijn’, zeg ik. De man schudt lachend zijn hoofd. ‘Als ik onze poes mee zou nemen zouden die duiven zich er vast niets van aantrekken. Dat beest is veel te lui om achter de vogels aan te gaan, maar ze is ook al dertien jaar.’ Dat blijkt dus geen oplossing voor het duivenprobleem van de man te zijn. Het gesprek over de kat heeft hem wel van zijn jeuk afgeholpen, want ik zie hem niet meer krabben. ‘Ik ga toch nog maar even kijken of de duiven nu wegblijven, want ik ben er niet gerust op. Misschien moet ik wel wat gaas spannen. Ik kan hem geen advies geven omdat ik de situatie niet ken, maar ik hoop voor hem en zijn dochter dat hij een goede oplossing weet te vinden.

Maerten