
Op ‘t bankje
15 juli 2025 om 16:00 Overigadvertentie
Als ik bij het bankje aankom twijfel ik of ik zal gaan zitten. Het is een mooie zomerdag en de zon doet behoorlijk zijn best. Toch maar even zitten en genieten van de mooie omgeving. De mensen die voorbijkomen lijken minder gehaast en zien er over het algemeen ontspannen uit. De zon prikt wel een beetje maar dat vind ik eigenlijk wel lekker. Opeens zie ik een kleurig geklede jonge vrouw aankomen met naast zich een meisje van een jaar of tien. De vrouw heeft een veelkleurige parasol in haar hand en het meisje een klein roze parasolletje. Als ze bij het bankje komen besluiten ze met een joviale groet bij me te komen zitten. Het valt op dat ze erg op elkaar lijken daarom zeg ik: ‘Je kunt wel zien dat het je dochter is, jullie lijken sprekend op elkaar.’ Ze moeten er allebei hard om lachen. ‘Fleurtje is de dochter van mijn tweelingzus Roos en wij lijken erg op elkaar, dus is het logisch dat veel mensen denken dat ze mijn kind is.’ Ze vertelt dat ze van kleins af aan heel veel met Fleurtje is opgetrokken en dat ze zich behalve tante ook wel een beetje moeder voelt. Het meisje hoort het allemaal bedenkelijk kijkend aan en zegt: ‘Ik noem Merel altijd gewoon mijn vriendin en ik zeg nooit tante hè Merel’, zegt ze eigenwijs. ‘De zussen van mijn vader noem ik tante maar Merel gewoon Merel.’ De vrouw vertelt dat ze illustrator van hoofdzakelijk kinderboeken is en thuis werkt. ‘Roos heeft een kledingboetiek in Utrecht en ik heb mijn atelier aan huis dus was Fleurtje al gauw mijn oppaskind en bracht en haalde ik haar ook van school. De moeders op het schoolplein wisten niet beter dan dat het mijn kind was. Ik kon dat allemaal goed regelen met mijn werk. Haar vader is piloot en werkt op onregelmatige tijden. Fleurtje heeft nog een broertje, die wordt opgevangen door de ouders van mijn zwager. Die jongen is het liefst bij zijn opa en oma omdat hij daar met zijn opa lekker kan knutselen. Opa leert haar broertje ook van alles over de computer. Fleurtje heeft meer het artistieke van mij. Als ik teken en schilder komt ze vaak met tips over kleuren waar ik iets mee kan. Zelf tekent ze ook heel aardig en ze maakt mooie kindergedichtjes. We gaan daar binnenkort een boekje van maken.’ Fleurtje kijkt mij trots aan en zegt: ‘Merel geeft mij altijd goede tips en later wil ik naar de kunstacademie. Misschien kan ik daarna samen met Merel werken.’ Merel kijkt haar liefdevol aan en zegt: ‘Dat duurt allemaal nog wel even, maar ik ben al heel trots op je.’ Ze vertelt dat ze voor haar tekeningen en schilderwerk vaak geïnspireerd wordt door het kind en dat ze voor sommige tekeningen model was. Fleurtje hoort het allemaal aandachtig aan en vertelt trots dat Merel genomineerd is voor een kinderboek waarvoor zij model heeft gestaan. ‘Ik hoop dat ze de prijs wint. Het is een heel mooi boek met hele mooie kleuren. Het meisje waarover het verhaal gaat heet Jasmijn dat vind ik een hele mooie naam, ook een bloem net als Roos en Fleur, allemaal bloemen.’ Merel moet lachen om de kinderlogica van haar nichtje. Fleurtje zegt dat ze ook graag een keer naar het kinderboekenmuseum in Den Haag wil. Merel vertelt dat ze zo naar haar atelier gaat om te werken en dat Fleurtje zich daar dan verder kan uitleven op haar kunstzinnige hobby. Met dezelfde vrolijke blik als ze gekomen zijn stappen ze weer op.
Maerten













