Logo vierklank.nl
De familie Bontan voor het draaiorgel, dat door Michiel Bontan is gerestaureerd. V.l.n.r. Jesse Lam, Michiel Bontan, Wil Bontan-Kramer en Janneke Lam-Bontan.
De familie Bontan voor het draaiorgel, dat door Michiel Bontan is gerestaureerd. V.l.n.r. Jesse Lam, Michiel Bontan, Wil Bontan-Kramer en Janneke Lam-Bontan. (Foto: )

Draaiorgel verrast bewoners Maertensplein en Thomashuis

door Kees Diepeveen

Het was bedoeld om zijn moeder en de andere bewoners, die aan het Maertensplein in Maartensdijk, wonen een gezellig moment te bezorgen en dat is zeker gelukt. Michiel Bontan uit Westbroek bracht met zijn zelf gerestaureerde draaiorgel donderdag 26 maart een vrolijke noot op het plein. Pleinbewoners, winkeliers en winkelend publiek waardeerden dit optreden zeer evenals de bewoners van het Thomashuis, waar Michiel ook nog langs ging. 

Janneke Lam-Bontan, de zus van Michiel, had haar moeder al dagen nieuwsgierig gemaakt door te vertellen dat er donderdagmiddag een verrassing zou zijn voor haar maar ook voor de buren. En een verrassing werd het zeker. Veel bewoners stonden op hun balkon of met open ramen te genieten van het draaiorgelconcert. Sommige bewoners kwamen naar beneden om te dansen op de muziek, maar wel met 1,5 meter afstand. Michiel Bontan heeft ruim 1 1/2 uur gedraaid en kreeg spontaan van de bloemenman van het Maertensplein een grote bos tulpen cadeau. Daarna vertrok Michiel op verzoek naar het Thomashuis aan de Dorpsweg om ook daar een verrassingsconcert te geven tot groot plezier van de bewoners.

De Bloemenstad

Michiel Bontan heeft zijn passie voor het draaiorgel van zijn vader overgenomen. ‘Mijn vader groeide op in Utrecht’, vertelt Michiel ‘en kwam daar kort voor en na de oorlog in aanraking met straatdraaiorgels, die hem als een magneet aantrokken. Mijn vader was erg muzikaal. Hij speelde piano en accordeon en vrijwel alles uit zijn hoofd. Het heeft tot de eeuwwisseling geduurd, voordat mijn vader in het bezit kwam van een draaiorgel. Een inmiddels antiek draaiorgel, gebouwd tussen 1911 en 1919 door de Duitse fabrikant Koenigsberg, stond in opslag en maakte deel uit van de nalatenschap van de draaiorgelfamilie Jansen uit Haarlem die het draaiorgel de naam ‘De Bloemenstad’ had gegeven. Een notaris hield er toezicht op. Mijn vader kreeg daar lucht van en meldde zich bij de notaris. Hij kocht in 2002 het draaiorgel en stalde het in een schuur in Kamerik, mijn toenmalige woonplaats. Mijn ouders waren inmiddels naar Maartensdijk verhuisd en woonden aan de Prinsenlaan maar hadden daar geen stallingruimte voor het draaiorgel’. 

Bouwkundig ingenieur 

Wanneer je een draaiorgel wilt restaureren moet je overal een beetje verstand van hebben en dat kreeg Michiels vader steeds meer. In het dagelijks leven was hij werkzaam als bouwkundig ingenieur wat zeker heeft geholpen. Michiel: ‘Uiteindelijk heeft hij zelf ook nog twee draaiorgels gebouwd. Onder andere het Bloemenmandje dat inmiddels al weer 50 jaar oud is. Dit draaiorgeltje zal in Maartensdijk en in Westbroek, waar wij vroeger woonden, bij sommige mensen nog wel bekend zijn. Na de aankoop wilde hij De Bloemenstad restaureren. Ik had toen nog niet een dergelijke klik met mijn vaders hobby. Maar toen het orgel achter mijn huis stond, kon ik niet nalaten het af en toe aan te zetten. Dat was het begin van een gedeelde passie. Die echter niet lang duurde want op 14 december 2004 is mijn vader plotseling overleden. Bij de verdeling van de nalatenschap kreeg ik het orgel’. 

Historie

Rond 1930 kocht de Rotterdamse Klaas Koppelaar het straatorgel. Om het geschikter te maken voor het geestelijke lied, bracht hij het instrument naar orgel-fabrikant Jac. Minning. Die plaatste er een register bourdonpijpen, een bariton en een cello in. De aanwezige gedragen, diepe bas deed de rest en het draaiorgel was afgestemd op geestelijk repertoire. In 1938 doet Koppelaar het draaiorgel in de verkoop en gaat vervolgens van hand tot hand. Het instrument overleeft de bombardementen en de oorlog in Rotterdam, draait een poosje in Den Haag, komt terug in Rotterdam en gaat in 1966 naar Haarlem. Vader Bontan is de volgende koper.

Spaghetti

Michiel vervolgt zijn verhaal: ‘In december 2006 startte ik de restauratie. Het instrument verkeerde in zeer slechte staat. Sommige registers speelden niet of slechts half. Een aantal pijpen weigerde dienst. Het front was verzaagd en miste een aantal delen, de zijvleugels waren veranderd. Het draaiorgel was een ruïne. Met mijn vader maakte ik nog plannen voor de restauratie. Aan de hand van oude foto’s beslisten wij dat het orgel teruggebracht moest worden in de staat van 1934. Maar ik moest het zonder mijn vader doen. Bij het openmaken van de kast trof ik een spaghetti van slangen aan. Ik had deskundige hulp nodig. Mijn vader had veel relaties in de draaiorgelwereld. Daar deed ik een beroep op. Hans van den Berg, gepensioneerd restaurateur en conservator bij het Utrechtse Museum Van Speelklok tot Pierement was bereid mij te helpen. Hij gaf aanwijzingen, kwam helpen en controleerde mijn ‘huiswerk’. De winteravonden dook ik in de boeken. Zo ontfutselde ik het draaiorgel zijn geheimen. Wil je een draaiorgel restaureren moet je overal een beetje verstand van hebben. Vooral moet je je verdiepen in de historie van het orgel. Maar ook houten pijpen maken, lofwerk snijden, een wagen construeren, een balg met leer beleggen, het toets-mechanisme in conditie houden, kartonnen orgelboeken leren ‘kappen’. De restauratie duurde ongeveer drie jaar’.

Jubal

Af en toe wordt Michiel uitgenodigd door de Kring van Draaiorgelvrienden om in Haarlem en Amsterdam te draaien. Soms ook op uitnodiging van instellingen of particulieren en natuurlijk in familiekring. Michiel: ‘Het gaat weinig commercieel en niet zo intensief. Ik heb ook gewoon een baan. Inmiddels heb ik zelf nog een groter 92-toets draaiorgel gebouwd, de Jubal. Nu ben ik bezig met een 40 toets draaiorgeltje, dat inmiddels weer speelt. Ik hoop dat één van mijn kinderen of kleinkinderen mijn hobby zal voortzetten. Er zijn wel wat hoopvolle tekenen. Ik wacht het maar af’. 

De reacties waren donderdag alleen maar positief. Het draaiorgelconcert viel in de smaak en gaf veel vrolijke gezichten. Een aantal mensen ging er op gepaste afstand van elkaar heerlijk voor zitten. Ook de middenstand was er blij mee. Het winkelend publiek gaf duidelijk zijn mening: ’Moeten ze veel meer doen!’ 

Meer berichten