
Overleven met ondraaglijk hongergevoel en angst
27 juli 2022 om 12:00 Algemeendoor Guus Geebel
advertentie
Op maandag 15 augustus worden bij het monument naast gemeentehuis Jagtlust in Bilthoven de slachtoffers van de Japanse bezetting in Azië herdacht. In 1945 capituleerde Japan op die datum, waarmee ook in voormalig Nederlands-Indië een einde kwam aan de Tweede Wereldoorlog.
Corry den Ouden-Smit vertelt onder meer over haar eerste levensjaren in een jappenkamp. Zij werd op 14 januari 1940 geboren in Klaten, een stad in Midden-Java, als tweede kind van Roelf Smit en Jaantje Minderhoud. Roelf werd in juli 1940 als dienstplichtige opgeroepen en geplaatst bij de marine als matroos in Indramajoe. Twee maanden later werd hij overgeplaatst naar Soerabaja waar Corry met haar moeder en zusje Martha ook naartoe gingen. Omdat Corry niet tegen de vochtige hitte van Soerabaja kon verhuisden ze naar Lawang in de bergen, waar op 8 augustus 1941 broertje Meerten geboren werd. In oktober dat jaar werden dienstplichtigen met groot verlof gestuurd en keerde het gezin terug naar Klaten.
Oorlog
Nadat op 8 december 1941 Japan de Indische archipel was binnengevallen verklaarde Nederland de oorlog aan Japan. Roelf Smit moest terug naar Soerabaja. Na 30 december 1941 zag Corry haar vader vijf jaar lang niet meer. De capitulatie van Nederlands-Indië was op 8 maart 1942. Haar ouders schreven elkaar bijna dagelijks brieven tot en met 26 februari 1942. Die brieven zijn grotendeels bewaard gebleven. In december 1942 werden Nederlandse vrouwen met de kinderen geïnterneerd. Corrie verbleef met haar moeder, zus en broertje in vier interneringskampen. Vanaf 7 februari 1943 ruim een jaar in Soemowono, tien maanden in Ambarawa 2, vijf maanden in kamp Solo, Ziekenzorg/Boemikamp en van begin juni tot 30 november 1945 in kamp Lampersari.
Straffen
Corry was drie toen ze het kamp inkwam. ‘Ik had een matrozenpop die ik moest achterlaten. Die had ik op mijn derde verjaardag van mijn vader opgestuurd gekregen en dat herinner ik me nog.’ Verder herinnert ze zich het buigen op het appèl. ‘Als je niet diep genoeg boog kreeg je klappen. Als een kind niet diep genoeg boog kreeg de moeder de klappen. Je zorgde dus dat je heel diep boog om je moeder te beschermen. Er werden ook straffen uitgedeeld wat je als kind dan zag. Mijn moeder beschermde ons door haar handen voor onze ogen te houden. Met drie kinderen stond je twee van de drie keer met je moeders handen voor je ogen. Je kon het straffen dan niet zien maar wel horen. Ik herinner me dat het erger was wanneer je het niet kon zien want dan ging je fantasie op hol. Je zag dat mensen afgeranseld werden en kon niets doen. Je voelde je machteloos en schuldig dat je niet naar voren rende om tussenbeide te komen. Dat schuldgevoel heb ik nog jaren gehad. Het ergste was de verschrikkelijke honger. Het was alleen maar overleven. Je had op een gegeven moment zo’n honger dat je bij mensen die overleden waren dacht, kun je die niet opeten. Het beheerste je hele leven. Je kon aan niets anders denken.’
Naar Nederland
‘Er werden in het kamp ook besloten godsdienstoefeningen gehouden. Het geloof heeft ons en heel veel anderen troost gebracht. Met elkaar bidden en zingen was hartverwarmend. Mijn moeder was onderwijzeres en mijn oudere zus kreeg les in rekenen en taal van haar. Ik zat daar met mijn neus bovenop en toen ik in Nederland naar school ging heb ik een klas overgeslagen.’ De Johan de Witt naar Nederland vertrok vanuit Tandjong Priok op 25 januari 1946 en kwam op 23 februari aan in Amsterdam. ‘Het was een troepenschip en we sliepen in hangmatten die overdag werden opgerold zodat er bewegingsruimte ontstond. Na aankomst in Amsterdam was daar de ontmoeting met Roelf die tijdens de oorlog in Engeland had gezeten. Voor Corry was hij een vreemde man en het duurde enige tijd voordat zij hem als vader accepteerde. Ze herinnert zich ook dat ze haar moeder voor het eerst met lippenstift op zag. ‘We hadden op de terugweg in Ataca, een stad aan het Suezkanaal, kleren en toiletartikelen gekregen waar ook lippenstift bijzat.’ Dat haar moeder zich opgemaakt had maakte heel veel indruk op Corry.
Goed en slecht
‘We gingen na aankomst eerst naar Doorn voor een medische check en vandaar naar opoe in Bergen op Zoom waar we drie weken verbleven.’ Daarna betrok het gezin een bovenwoning in Voorschoten waar Corry verder opgroeide en naar school ging tot 1956. Toen verhuisden ze naar Breda. ‘Toen we in november 1945 het kamp in Lampersari verlieten waren de Japanners onze beschermers tegen de pemoeda’s geweest. Als kind zie je dat je goede en slechte mensen hebt dus gaf ik toen wij weggingen een Japanner die niet zo wreed was geweest een hand. Ik voelde de vrouwen om mij heen verstijven. Maar mijn moeder zei: “Dat heb je goed gedaan, Corrie”. Indirect heeft de Japanse overheersing op het gezin grote invloed gehad. Hoewel onze ouders geprobeerd hebben ons een zorgeloze tijd te geven bleef je vaak de gespannen sfeer voelen. Na de oorlog zijn er nog zes kinderen geboren die in Nederland opgegroeid zijn en het heel anders ervaren dan wij.’
Irritatie
‘Mijn moeder vertelde wel eens dat zij het erg vond dat medekampmensen zo intolerant waren als Meerten, haar baby, huilde. Ze werden boos en vonden dat ze hem stil moest houden. Maar je zat pal op elkaar, er was geen privacy en het was ook niet altijd pais en vree. Je hebt allemaal honger en de irritatie ligt dan op de loer.’ Er was in Nederland nauwelijks begrip voor de mensen uit Indië. ‘Het is een hele andere wereld. Je kunt het niet navertellen en het valt ook niet te begrijpen. Ik denk dat dat de manier van zwijgen is. Ik had een hele lieve moeder in het kamp die ons altijd beschermde en voor haar wilde ik blijven leven.’ Corry heeft van de kamptijd overgehouden dat ze altijd bedacht is op gevaar. Ze geeft een voorbeeld van hoe in haar studententijd iemand haar typeerde door bij het binnenkomen in een ruimte eerst naar links en rechts te kijken.
Boek
In 1988 hebben Corry en haar man Indonesië bezocht en ze hebben dat heel fijn gevonden. Ze bezochten toen ook vrienden van haar ouders. De herdenking bij het Indisch Monument in Den Haag heeft Corry vaak bijgewoond en die herdenking vindt zij het mooist. Maar dit jaar gaat zij naar de herdenking in Bilthoven. Corry heeft over de ervaringen van haar en haar familie tijdens de Japanse bezetting en de gevolgen daarna een indrukwekkend boek geschreven met als titel: Eindstation Lampesari. De ondertitel is: Verdriet en veerkracht van twee generaties. Het boek is te koop bij de Bilthovense Boekhandel. Het is ook te leen in de bibliotheek.













