
Struikelstenen voor Joodse vluchtelingen in Westbroek
2 november 2022 om 12:00 AlgemeenVan de groep Duits-Joodse vluchtelingen die tijdens de Tweede Wereldoorlog onderdak vonden in Westbroek en Achttienhoven zijn 21 mensen in de kampen vermoord. Voor hen worden op woensdag 16 november struikelstenen geplaatst voor de huizen waar zij voor het laatst vrijwillig hebben gewoond.
advertentie
Om 14.30 begint die dag in het Dorpshuis in Westbroek een bijeenkomst waarbij burgemeester Sjoerd Potters zal spreken en daarna ook de levensverhalen worden verteld. De bijeenkomst is open voor iedereen, maar om enig zicht te houden op het aantal aanwezigen wordt gevraagd zich tevoren aan te melden op info@struikelstenendebilt.nl
Over Westbroek in de tweede wereldoorlog is al het nodige geschreven, maar het verhaal van de grote groep Duits Joodse vluchtelingen in Westbroek en Achttienhoven is nooit eerder verteld. Vanaf 1933 werd het leven voor Joden in Duitsland steeds moeilijker: burgerrechten werden hun ontnomen en ze werden min of meer rechteloos en vogelvrij verklaard. Voor veel Duitse Joden was dat reden het land te verlaten. In januari 1936 worden leden van de families Leopold en Stern in Westbroek en Achttienhoven ingeschreven. David en Bertha Leopold-Stern die al in de zestig zijn, hun zoon, schoondochter en hun kleinkind Doris, 1 jaar oud en hun neven Ludwig en Siegfried Stern. Zij komen vanuit Bleichenbach, een dorp in Midden-Duitsland in de buurt van Frankfurt. Later komen nog meer familieleden. Alles bijeengenomen zijn dit 13 leden uit één familie. Van hen hebben uiteindelijk niet meer dan drie personen de oorlog overleefd.
Reden
Wat de reden was dat zij naar Westbroek kwamen, kunnen we niet precies achterhalen. Mogelijk was er vanuit joodse kringen in Nederland een vorm van opvang voor vluchtelingen uit Duitsland maar het zou ook kunnen zijn dat er handelscontacten waren. Als beroep staat een aantal keren veehandelaar vermeld en in 1938 komt ook Hermann Gärtner die slager was naar Achttienhoven. Hij werd ‘ de groene jood’ genoemd naar de kleur van zijn jasje dat hij altijd droeg omdat het zijn enige jasje was. De Duits-Joodse vluchtelingen vonden in Westbroek en Achttienhoven onderdak en er bleek iedere keer nog wel ruimte te zijn voor meer familieleden of anderen. Zo groeide de groep Duits Joodse vluchtelingen tussen 1936 en 1940 tot 34 personen. Kennelijk vonden zij een warm welkom in de toch niet zo heel grote gemeenschap.
Twee gemeentes
In die jaren waren Westbroek en Achttienhoven twee aparte gemeentes. In 1939 had Westbroek 1160 inwoners en Achttienhoven 841, bij elkaar dus 2001 mensen. De grens tussen beide gemeentes lag in de bocht van de weg even ten oosten van T-splitsing. Kerkdijk was de naam van de straat waaraan de huizen in lintbebouwing in Westbroek en Achttienhoven lagen. De Kerkdijk in Achttienhoven is later omgenoemd naar Dr. Welfferweg, evenals het stukje Kerkdijk Westbroek tussen de bocht en de T-splitsing. In de jaren dertig was de Kerkdijk in Achttienhoven nog onverhard. De Kerkdijk van Westbroek was wel verhard en de overgang tussen zandweg en klinkerweg lag net voor de bocht.
Frits van ’t Veld is in 1934 in Achttienhoven geboren in het eerste huis rechts na het einde van de beklinkerde Kerkdijk Westbroek. Hij heeft nog duidelijke herinneringen aan de groep joodse vluchtelingen die in zijn jeugdjaren in Westbroek en Achttienhoven verbleven.
Slagerij
Tegenover hen woonde de Leopolds die in het huis dat nu Dr. Welfferweg 15 is, een textiel- en manufacturenwinkel hadden. Doris Leopold ( 1935) ging aan de overkant naar de Gereformeerde School. In het huis naast de Leopolds zat de slagerij van der Vaart. In het rijtje van drie huizen die nu Dr Welfferweg 2, 4 en 6 als adres hebben, woonde in het linker huis ten Have, de veldwachter. Frits herinnert zich nog dat ten Have een gemoedelijk praatje maakte met een joodse man toen hij met zijn jachtgeweer over zijn schouder, terugkwam van een surveillance. Ze hadden veel plezier samen en de joodse man maakte met het jachtgeweer van de veldwachter enige schijn-schietbewegingen. Dat heeft blijvende indruk gemaakt op de kleine jongen die Frits toen was. Hij herinnert zich ook goed het gezin Joseph dat het middelste huis bewoonde. Vader Herbert Joseph was een heel aardige man die met iedereen een praatje maakte. Het gezin Joseph bestaande uit vader, moeder en éénjarig zoontje Ralph heeft de oorlog niet overleefd.
Bus naar Achttienhoven
De groep Duits Joodse vluchtelingen heeft in Westbroek en Achttienhoven een warm welkom gehad en maakte deel uit van de gemeenschap. Van hen wisten Albert en Betty Moses begin 1940 nog te ontkomen naar Amerika maar de anderen konden er alleen maar op hopen een veilig onderkomen te hebben gevonden. Na de Duitse inval bleken zij toch in de val te zitten en kregen zij net zoals de andere joden in Nederland te maken met steeds meer vrijheid beperkende maatregelen. Dat leidde tot een dramatische gebeurtenis in Achttienhoven die oudere inwoners zich nog herinneren. Op 18 augustus 1942 stond een bus opgesteld voor de slagerij van der Vaart. De oudere joodse inwoners waren verplicht te verhuizen naar Amsterdam en moesten daarvoor plaatsnemen in de bus. Amsterdam was door de nazi ‘s ingericht als soort verzamelplaats voor Joden om van daaruit te worden overgebracht naar Westerbork en daarvandaan naar de vernietigingskampen.
Onheil
De mensen voelden het naderende onheil en reageerden daar verschillend op: de een huilend en de ander gelaten voor zich uitkijkend. Een derde, Siegfried Wolff die een beetje simpel was, was opgetogen omdat hij dacht dat hij in Amsterdam zijn familie zou terugzien. Ook de inwoners van Westbroek en Achttienhoven voelden de dreiging en zeiden tegen elkaar toen de bus wegreed: ‘die zien we nooit meer terug’. Dezelfde dag zijn de jongere joodse mensen ook op transport gegaan en rechtstreeks naar Kamp Westerbork overgebracht. Het is heel uitzonderlijk dat zij na verloop van tijd weer konden terugkeren. Dat was mede dankzij de inzet van boer Blauwendraad die een pleidooi voerde om de jongere joodse dorpsgenoten weer terug te halen omdat zij nodig waren voor de voedselvoorziening.
Van de groep van 34 joodse vluchtelingen hebben niet meer dan zes mensen de oorlog kunnen overleven door onderduik. Onder hen Willy en Irma Leopold met hun dochter Doris en Max en Margot Hirsch. De Leopolds zagen na de oorlog geen toekomst meer voor zich in Europa en zijn geëmigreerd naar Amerika. Hun winkel werd overgenomen door Max en Margot Hirsch die de rest van hun leven in Westbroek zijn gebleven. Veel oudere Westbroekers herinneren zich hen als bekende en geliefde dorpsgenoten.
Tentoonstelling
Ook in de tentoonstelling ‘Op de Vlucht’ is uitgebreid aandacht voor de Duits-Joodse vluchtelingen. De tentoonstelling is in de molen ‘De Kraai ‘ en is nog tot eind november geopend, iedere woensdag van 14.00 tot 17.00 uur en zaterdag van 10.00 tot 17.00 uur. (Evert Theunissen)
![]()
In dit huis was ooit het gemeentehuis van Achttienhoven gevestigd. In de oorlog bood het onderdak aan vele joodse vluchtelingen. Hier worden 7 struikelstenen gelegd.
![]()
Het huis waar de Leopolds een textielwinkel hadden. Voor Siegfrid Wolff wordt hier een struikelsteen geplaatst. - Credit















