
Op ‘t bankje
23 mei 2024 om 16:00 Algemeenadvertentie
Ik zie een man heel moeizaam mijn kant opkomen. Als hij bij het bankje is aangekomen staat hij even stil en gaat dan met een pijnlijk gezicht heel voorzichtig zitten. Hij zucht een paar keer diep en zegt dan met enige moeite: ‘Het is in mijn rug geschoten en ik moet even bijkomen. Als ik een poosje zit gaat het wel, maar bij het minste of geringste dat ik me beweeg voel ik het en verga ik van de pijn.’ Ik kijk hem medelijdend aan. Het is mij ook wel eens overkomen dus ik kan me voorstellen wat hij voelt. De man probeert wat meer rechtop te gaan zitten en aan zijn verkrampte gezicht zie ik dat dit erg pijnlijk is. ‘Ik heb pillen van de dokter gekregen, maar die helpen nog niet zo veel. Als ik op bed lig gaat het wel maar als ik me omdraai of eruit wil verga ik van de pijn.’ Ik zou de man graag willen helpen of een goed advies geven, maar ik zou niet weten hoe. ‘Kunt u dan niet beter thuisblijven in plaats van buiten te gaan lopen’, vraag ik. Hij kijkt me aan met een blik die me duidelijk maakt dat dit geen goed advies is. ‘Ik ben juist het huis uit gevlucht, want mijn vrouw vindt dat nu het wat warmer wordt er schoongemaakt moet worden. Dat is een soort virus dat ze elk jaar weer heeft en waar niets tegen te doen is. Ze moest zo nodig een zware kast verplaatst hebben omdat er misschien stof achter lag. Nou met de stof viel het echt wel mee, maar het is toen wel in mijn rug geschoten. Als ik thuis blijf zitten is het de hele tijd van pak dit even aan of doe dat even. Dan kan ik maar beter hier zitten. Het is een fantastische vrouw hoor, maar als ze de schoonmaakkriebels heeft is ze niet meer te houden.’ Ik moet glimlachen maar laat dat ook weer niet te veel merken, want dan is het net of ik hem niet serieus neem. ‘Van sporten kan deze week ook niets komen. Dat zullen ze bij mijn volleybalclubje niet leuk vinden.’ Ik probeer me voor te stellen hoe hij met zijn spit aan het volleyballen is en moet er alweer om grinniken. Ik leg hem maar gauw uit waarom ik dat doe en gelukkig kan hij de humor er wel van inzien. Nu hij rechtop zit schijnt het wel draaglijk te zijn. ‘Nu wil ze straks ook nog met de auto boodschappen doen. Dat betekent dat ik moet rijden, want ze heeft geen rijbewijs. Dat zie ik helemaal niet zitten.’ Hij kijkt enige tijd zwijgend voor zich uit. Dan klinkt er een riedeltje van zijn telefoon. Het blijkt zijn vrouw te zijn. Ze is de hele tijd aan het woord en hij hoeft alleen maar af en toe ja of nee te zeggen. Hij puft wanneer het gesprek na enige tijd is afgelopen. ‘Ze heeft de buurman gestrikt voor de boodschappen, dus daar hoef ik me in ieder geval geen zorgen over te maken. Ze vroeg me nog of ik dat niet erg vond’, zegt hij lachend. ‘De buurman heeft ook de kast weer op zijn plek gezet, dus hoop ik nu maar dat zijn rug het heeft kunnen verwerken.’ De man probeert intussen weer op te staan om zijn weg te vervolgen. Als hij eenmaal rechtop staat sluit hij zijn ogen en lijkt langzaam de juiste houding te vinden om verder te kunnen. Met de blik op oneindig zet hij zich moeizaam in beweging.
Maerten













