
Op ‘t bankje
4 juli 2024 om 18:00 Algemeenadvertentie
Heel rustig zie ik een wat oudere man hand in hand met een meisje van een jaar of tien mijn richting op komen. Vlakbij het bankje laat zij de hand los en roept: ‘Opa, daar is een bankje laten we daar even gaan zitten.’ Ze komt hollend aanlopen en ploft op de bank neer. Als ze zit maakt ze haar rugtasje open, neemt er een boekje uit en begint zonder wat te zeggen te lezen. De opa komt rustig aanslenteren. Hij groet me vriendelijk en gaat erbij zitten. ‘Daar heb ik voorlopig geen kind aan’, zegt hij glimlachend naar het meisje wijzend. Het meisje merkt al niet eens meer dat we er zijn. ‘Daphne is mijn enige kleinkind en ik heb net een kinderboek voor haar gekocht en dat wil ze natuurlijk meteen lezen. Ze is wat dat betreft net haar moeder toen ze zo klein was. Die zat ook altijd met haar neus in een boekje.’ De man slaat liefdevol een arm om het meisje, maar die laat haar leeshonger door niets en niemand verstoren en leest zonder op te kijken door. ‘Ik heb maar één dochter en die heeft ook maar één kind. Ze wordt daarom misschien wel een beetje verwend, maar ze is erg lief en nooit lastig. Ze is vaak bij ons, want haar moeder werkt hele dagen. Haar vader is twee jaar geleden overleden, kanker’, zegt hij bijna fluisterend. ‘Het was vreselijk voor ons allemaal. Hij was een fantastische schoonzoon.’ De man kijkt even zwijgend voor zich uit. ‘En een hele lieve papa’, zegt het meisje als ze even uit haar boek opkijkt. Het lijkt erop dat ze het gesprek gevolgd heeft, maar ze gaat meteen gewoon weer verder met lezen. De man glimlacht vertederd. Door de opmerking van het kind weet hij even niets te zeggen. Ik overzie de situatie en vind dat ik er ook maar het zwijgen toe moet doen. En zo zitten we dan zonder een woord te zeggen, terwijl Daphne de letters op zwelgt. Opeens klapt ze het boek resoluut dicht. ‘De rest lees ik thuis’, zegt ze. ‘Het is zo spannend en ik wil er thuis ook wat aan hebben.’ De opa kijkt haar glimlachend aan. ‘Je gaat er toch niet van dromen hè’, zegt hij. Het meisje lijkt weer een beetje los van het boek te komen. ‘Nee hoor, maar ik vind het toch beter om het thuis uit te lezen. Het is echt heel erg spannend aan het worden.’ We vragen maar niet wat er zo spannend is, want het lijkt of ze dat voor zichzelf wil houden. ‘In welke groep zit je?’, vraag ik om de aandacht van het boek af te leiden. ‘Ik ga naar groep zeven’, antwoordt ze. Ik moet altijd nog even terugrekenen naar de schoolklassen uit mijn tijd. ‘Dat was vroeger de vijfde klas’, zeg ik. Ik probeer me die vijfde klas te herinneren, maar het lukt niet zo erg. ‘Ze heeft altijd erg mooie rapporten’, zegt de opa trots. Als ik vraag wat ze later wil worden is ze heel resoluut. ‘’Ik wil dierenarts worden’, zegt ze zonder enige twijfel. Ik vraag of ze zelf ook huisdieren heeft. Ze begint meteen te glunderen. ‘Ja ik heb een poes, Wilma heet ze. Ze is acht jaar.’ Opa vertelt dat ze op weg waren om kattenvoer voor Wilma te kopen. ‘Maar toen kwamen we langs de boekwinkel en daar moest ze natuurlijk even naar binnen en daar heb ik dit boekje voor haar gekocht’, zegt hij glimlachend tegen mij. Resoluut pakt ze opa dan bij de arm en weg zijn ze.
Maerten













