Op ’t bankje
28 april 2026 om 18:00 Overigadvertentie
Het begint zo langzamerhand drukker te worden op het bankje. Er zitten al drie mensen, twee mannen met ieder een hond, die elkaar besnuffelen, en een vrouw met een boodschappentrolley. Als ze in de gaten hebben dat ik op zoek ben naar een plekje zegt een van de mannen: ‘Als je niet bang bent voor honden dan maken we wel een plekje vrij.’ De anderen gaan daar mee akkoord want ze gaan allemaal een beetje opzij zodat er een royale plek voor mij aan de zijkant vrijkomt en ik kan gaan zitten. ‘Erg aardig van jullie en voor de honden ben ik niet bang’, zeg ik. Als de man ziet dat ik naar de honden kijk, die meer aandacht voor elkaar hebben dan voor mij, zegt hij: ‘Ze hebben elkaar twee weken niet gezien en zijn duidelijk in hun sas. ‘Ik ben met mijn vrouw op vakantie naar de Canarische eilanden geweest om te genieten van de zon.’ Dat is ook wel te zien aan het gebruinde gezicht van de man. Op dat moment valt de vrouw hem in de rede. ‘Ja, ik ben er ook een paar keer geweest toen mijn man nog leefde.’ Ze blijken op hetzelfde eiland geweest te zijn en in hetzelfde appartementencomplex gelogeerd te hebben. ‘Wij gingen wel steeds naar hetzelfde complex maar iedere dag ergens anders eten. Dat vind ik gezelliger dan steeds maar weer in hetzelfde restaurant’, zegt de man. ‘Mijn man hield niet zo van buitenlands eten maar er was altijd wel wat voor hem te vinden. De vrouw en haar man gingen juist wel steeds naar hetzelfde restaurant. ‘Fantastisch en lekker eten. We vonden een leuk restaurantje waar we altijd een mooi plekje kregen.’ De man zegt de laatste jaren steeds op voorjaarsvaarsvakantie te gaan. De hondenbezitters kennen elkaar al lang en laten hun honden meestal samen uit. ‘Boris heeft Hector wel gemist toen jullie er niet waren’, zegt de andere man. ‘Je kan nu wel zien dat hij blij is dat hij Hector weer ziet.’ Bij het noemen van zijn naam spitst de hond meteen zijn oren. De baas van Hector vertelt dat de hond bij zijn zoon gelogeerd heeft. ‘Dat vindt hij ook niet erg want die heeft ook een hond waar hij graag bij is. De vrouw zegt dat toen haar man nog leefde ze ook een hond hadden, maar die is naar haar dochter gegaan omdat iedere dag uitlaten voor haar te bezwaarlijk was. ‘Ik mis hem wel en iedere keer als ik bij mijn dochter kom is hij niet bij me weg te slaan.’ De vrouw blijft vervolgens maar doorratelen en lijkt niet meer te stuiten. Naast mij hoor ik de vakantieman al een paar keer nadrukkelijk zuchten, maar de vrouw gaat maar door. Hoe ze een keer te laat van Schiphol vertrokken waren, dat er turbulentie geweest was en zo maar door. Ik zag de beide mannen al een paar keer veelbetekenend naar elkaar kijken, maar ingrijpen deden ze nog niet. Dan kijkt een van de mannen zijn horloge en zegt: ‘We moeten er vandoor Karel, mijn zoon is jarig en jij bent ook uitgenodigd.’ Hij staat op en de honden worden meteen actief. ‘Dus jullie komen niet bij mij koffiedrinken?’, zegt de vrouw teleurgesteld. ‘Nee, dan kan niet want we worden rond deze tijd verwacht’, antwoordt de man zonder enige spijt in zijn stem. Ze groeten en stappen op. ‘Heeft u al koffiegedronken’, zegt de vrouw dan tegen mij. ‘Ik moet zo naar een afspraak’, zeg ik haastig, sta meteen op en maak me zo snel mogelijk uit de voeten.
Maerten












