
Op ‘t bankje
7 april 2026 om 18:00 Overigadvertentie
‘Je zit toch niet te dealen’, zegt een man die bij me op het bankje komt zitten. Ik kijk hem vragend aan. ‘Grapje’, zegt hij lachend. ‘Maar ik heb van een hondenbezitter die in deze omgeving zijn hond uitlaat begrepen dat ze hier in de buurt wel eens dealen, maar je ziet er niet uit als een drugsdealer.’ Ik zou niet weten hoe een drugsdealer eruitziet en voel me niet aangesproken. De man heeft z’n rechterarm in een mitella en hij ziet er ook niet uit of hij dealt, maar ik denk dat je dat van buiten niet kan zien. ‘Naar de wintersport geweest’, vraag ik maar om het gesprek een andere richting te geven. ‘Was het maar waar, nee, mijn vrouw heeft me van de trap gegooid’, zegt hij met een olijke blik. De man schijnt een lolbroek te zijn en ik doe maar net of ik het serieus neem. ‘Dan zal je wel een gezellig huwelijk hebben’, zeg ik, maar dan lijkt hij het geintjes maken wel genoeg te vinden en zegt dat hij een schat van een vrouw heeft. ‘Die doet nog geen vlieg kwaad en is heel zorgzaam. Ook voor vogeltjes, want daardoor kwam het eigenlijk. Ze had een vogelhuisje gekocht en ik zou dat wel even aan de schuurmuur ophangen. Ik pakte de keukentrap en ze zei nog, let op want de grond is op die plek wat slap, maar ik eigenwijs als ik ben zette de trap neer die toen ik erop ging staan meteen scheef zakte ik waardoor ik met trap en het vogelhuisje in mijn hand viel. Mijn vrouw reed mij meteen naar het ziekenhuis. Daar werd een röntgenfoto gemaakt en bleek mijn arm gebroken te zijn en in het gips moest. Het deed heel veel pijn en ik was meteen gehandicapt. Ik kon niet meer werken want ik zit in de bouw, niet meer sporten, autorijden, computeren en nog een heleboel andere dingen. Ik verveel me een beetje dus zit ik nu maar hier. Het duurt nu niet zo lang meer want het bleek gelukkig geen gecompliceerde breuk.’ Ik heb het echt met hem te doen. ‘Mijn vrouw werkt ook dus thuis is het ook stil. Gelukkig zitten de kinderen in de buurt op school dus die kan ik nu halen en brengen, maar verder kan ik nog niet zo veel.’ Hij kijkt een beetje ongelukkig, maar ziet nu uit naar betere tijden. ‘Over tien dagen gaat het gips eraf dus het ergste heb ik gehad. Toch wel gek, als je aan het werk bent wil je graag een dagje vrij en nou wil ik graag zo gauw mogelijk weer aan het werk. Het kan verkeren.’ Inmiddels is er nog een man bij ons komen zitten. Ook hij heeft een arm in een mitella. ‘Kom je je coke halen?’, vraagt de grapjas. Ze kennen elkaar denk ik vanwege hun handicap en hebben de cocaïnehandel waarschijnlijk al uitvoerig met elkaar besproken. ‘Nee, ik heb m’n portie al gehad vandaag’, speelt de nieuweling het spel mee. ‘Hoe lang nog, Freek’, vraagt hij. ‘Nog tien dagen en jij volgende week hè.’ Al gauw wisselen ze hun ervaringen van de laatste tijd uit. Als er een politiewagen voorbijkomt wordt die helemaal gevolgd. Het is de gelegenheid om het onderwerp opnieuw te veranderen in drugshandel. ‘Die zijn misschien wel op zoek naar een drugsdealer’, weet Freek bijna zeker. Ik vraag nog wel of het vogelhuisje er nog is gekomen en dat blijkt de broer van zijn vrouw zonder ongelukken opgehangen te hebben. Ik wens de heren een voorspoedig herstel en stap op.
Maerten













