
Op ‘t bankje
3 februari 2026 om 18:00 Overigadvertentie
De vrouw die bij me komt zitten ziet er opgeruimd uit. Ze draagt een bontmuts en ook haar jas is afgezet met bont. Daar werd vroeger actie tegen gevoerd. Ik herinner me nog de slogan: Draag geen bont, muts! ‘Het is toch wel een beetje fris’, begin ik een gesprek. Ze kijkt me glimlachend aan. ‘Is helemaal niet koud, ik vind wel lekker zo’, zegt ze met een accent dat ik niet zo gauw kan thuisbrengen. ‘Ik kom uit Oekraïne, daar altijd veel kouder en veel sneeuw.’ Nu begrijp ik waarom ze bont draagt, want eigenlijk kun je dat hier niet maken. Als ik met buitenlanders in gesprek kom heb ik vaak de neiging om te vragen hoe ze hier terechtgekomen zijn, maar bij Oekraïners begrijp ik dat wel. De vrouw naast me hoef ik niets te vragen. Ze vertelt me haar levensverhaal gewoon helemaal zelf. In heel behoorlijk Nederlands, met een aangenaam licht accent. ‘Ik ben hier gekomen door de liefde’, zegt ze lachend. Dat was vijftien jaar geleden dus voordat de oorlog met Rusland begon. Nu zijn er meer Oekraïners hier en ik help een paar families met taallessen en andere dingen waar ze mee zitten. De eerste keer dat ik in Holland kwam ging ik naar een Oekraïense vriendin die hier woonde. Op een feestje bij haar thuis ontmoette ik Gerrit, een collega van haar man. Hij vroeg mij of ik zin had met hem wat van Nederland te gaan zien en dat wilde ik wel. We gingen bijna elk weekend op stap en ik heb toen heel veel mooie plekjes gezien. Tijdens de uitstapjes werden we verliefd en al gauw daarna zijn we getrouwd. ‘We hebben een mooi huis en zijn heel gelukkig met elkaar. We hebben drie lieve kinderen’, zegt ze glimlachend, De vrouw zwijgt even en haalt dan een zak met koekjes uit haar tas. ‘Proef maar eens, heb ik zelf gebakken. Echte Oekraïense koekjes.’ Ze houdt de zak vlak onder mijn neus en als ik al had willen weigeren, dan was dat me gewoon niet gelukt. De koekjes ruiken lekker en smaken heerlijk. Ik maak haar een compliment, waar ze zo te zien blij mee is. Ze vertelt dat haar ouders een paar keer op bezoek geweest zijn. Gerrit heeft ook een beetje Oekraïens geleerd. Hij houdt van vissen en mijn vader ook dus gingen ze er vaak samen op uit. Ik trek meestal met mijn moeder op die het leuk vindt om in de stad te gaan shoppen. Dan gaat mijn Oekraïense vriendin waardoor ik hier gekomen ben ook meestal mee, We wonen bij elkaar in de buurt.’ Ik vind het een mooi verhaal. Het vervolg vertelt de vrouw ook met veel enthousiasme. ‘Ik heb me hier meteen thuis gevoeld. Onze drie kinderen doen het allemaal heel goed op school.’ De koekjes die ze mij liet proeven intrigeren me nog een beetje. Wat moet ze daarmee, maar ook dat krijg ik te horen. ‘Ik ga nu weer naar mijn Oekraïense vriendin, daarom heb ik voor haar deze koekjes gebakken. Zij zegt altijd dat ze in de hemel terechtgekomen is en voelt zich een echte Hollander. Ze wil ook altijd dat ik Nederlands met haar praat. In haar huis hangt een grote foto aan de muur waar zij met haar man en de kinderen in Volendamse klederdracht opstaan.’ Dan kijkt ze op haar horloge en verontschuldigt zich dat ze nu echt moet opstappen. ‘Want te laat komen kan in Nederland niet’, zegt ze lachend. Ze pakt haar spulletjes bij elkaar en met een vriendelijk groet vervolgt ze haar weg.
Maerten













