
Op ‘t bankje
24 maart 2026 om 18:00 Overigadvertentie
Als ik op het bankje naast een wat oudere vrouw ga zitten zie ik haar op een mobieltje staren. Ze kijkt me met een onbeholpen blik aan en zegt: ‘Ik zou mijn dochter op haar 06-nummer bellen, maar ik krijg het niet voor elkaar. Ik zal wel weer iets verkeerds doen. Eigenlijk wilde ik helemaal geen mobiel, maar mijn dochter vindt dat ik niet zonder kan en heeft er een voor me gekocht. Ik word gek van al die dingen’, zegt ze met een diepe zucht. Als ik aanbied haar te helpen klaart haar gezicht helemaal op. Erg technisch ben ik ook niet, maar een mobieltje bedienen lukt nog wel. Ik zie dat Whatsapp geïnstalleerd is waarop een paar namen voorgeprogrammeerd staan. Als ik van die namen Annelies opnoem zegt ze triomfantelijk: ‘Ja dat is mijn dochter.’ Ik leg uit hoe ze Annelies nu kan bellen en dat lukt ook meteen. ‘O, ik ben blij dat ik je nu te pakken heb’, hoor ik haar zeggen. Dan komt het hele verhaal dat ze onderweg is en niet wist hoe ze met het mobieltje moest omgaan, maar dat een aardige man haar geholpen heeft. Ze legt uit waar ze nu zit en zegt te zullen wachten tot ze haar met de auto komt ophalen. Als het gesprek is afgelopen leg ik haar eerst nog even uit hoe ze moet afsluiten. Ze pakt een notitieboekje uit haar tas en vraagt of ik het voor haar op wil schrijven en dat doe ik dus maar. Zorgvuldig bergt ze het boekje weer op. ‘En dan willen ze ook nog dat ik tablet aanschaf en dat mijn kleindochter Ingrid alles zal uitleggen. De kinderen en kleinkinderen doen er alles mee, maar u ziet wat voor moeite ik al heb met zo’n telefoontje. Nou kunnen ze wel zeggen dat het allemaal heel gemakkelijk is maar ik vind het maar moeilijk.’ Ik vertel dat ze met een tablet bijvoorbeeld vakantiefoto’s van haar kleinkinderen kan bekijken, maar ze zegt die al op hun telefoon te zien. Ze vertelt dat haar man vijf jaar geleden is overleden en hij had een computer waar hij veel mee deed. ‘Hij deed de hele administratie en bankzaken en ik vond het allemaal prima zo. Gelukkig doet mijn kleindochter die dingen nu allemaal voor mij op die computer.’ Het verhaal dat ik vertel over een kennis van mij die op zijn 75ste nog aan computerlessen begon en er nu heel veel plezier aan beleeft, kan haar niet overtuigen. ‘Toen ik pas getrouwd was woonde mijn moeder bij ons in. Mijn man kocht voor mij altijd de nieuwste elektrische apparaten, dus kreeg ik op mijn verjaardag of met Moederdag een mixer, een blender en zelfs een keer een elektrische blikopener. Eén keer gebruikt en daarna nooit meer. Mijn moeder vond het maar niets. Je kon toch ook gewoon met een garde in de hand slagroom kloppen. Maar aan sommige nieuwe dingen was ze toch ook wel gauw gewend, want een wasmachine en een koffiezetapparaat vond ze wel handig. In haar tijd was de stofzuiger weer een enorme uitvinding.’ Met volle snelheid komt er opeens een terreinwagen aanrijden. Bij het bankje aangekomen wordt de wagen half op de stoep geparkeerd, terwijl nog geen tien meter verder een parkeerplaats met een heleboel lege plekken is. Het is me nu duidelijk waarom ze dit soort auto’s aso-bakken noemen. Een trendy geklede vrouw van rond de vijftig stapt uit. Ze lijkt haast te hebben want ze houdt de deur open en haar moeder moet snel instappen. Ze krijgt nauwelijks tijd mij gedag te zeggen.
Maerten













