
Opnieuw reuring over landgoed De Beylevelden
14 mei 2025 om 12:00 Overigdoor Lem van Eupen
advertentie
‘Reuring, boosheid, ruis, niet gehoord worden, frustratie, heel veel zorgen, en bovenal: juridificering en teleurstelling’. Dat constateerde de adviescommissie bezwaarschriften van de gemeente De Bilt donderdag in een hoorzitting over landgoed De Beylevelden in Groenekan.
In december 2024 verleende de gemeente De Bilt vergunning voor de nieuwbouw van een hoeve, een kapschuur, paardenstallen en een kantine op het landgoed. Daarvoor waren vier afzonderlijke aanvragen ingediend. En daar zit een belangrijk twistpunt: is dat wel correct? Omwonenden vinden van niet - volgens hen zijn de bouwsels bedoeld voor met elkaar samenhangende activiteiten -. Er werden dan ook 13 bezwaarschriften ingediend.
Geschiedenis
In 2017 had Alexander Beyleveldt, eigenaar van het landgoed, al grote plannen. Naast een landhuis om in te wonen wilde hij onder andere een oude boerderij restaureren, de manege vernieuwen en een grasveld inrichten als poloveld voor oefeningen en demonstraties. Na hevig verzet van omwonenden keurde de gemeenteraad de plannen af: ze pasten niet in het bestemmingsplan.
Nieuwe ronde
De huidige plannen zijn volgens Beyleveldt wezenlijk anders: ‘We hebben gekeken naar wat binnen het bestemmingsplan mogelijk is. En we houden van groen, dieren en gezelligheid, we willen helemaal geen overlast geven’. De gemeente bevestigt dat elk van de vier aanvragen past binnen het perceel waarvoor de vergunning is aangevraagd. Ze stelt zich daarom op het standpunt dat de vergunningen niet geweigerd konden worden.
Handhaving
Hoewel de gemeente zegt dat ze de samenhang tussen de vergunningsaanvragen niet ziet, is ze wel van plan om na de nieuwbouw te controleren of het gebruik ervan niet in strijd is met het bestemmingsplan en de vergunningen. Zo zijn de stallen en de kantine alleen bedoeld voor hobbygebruik en niet voor de paardenfokkerij op een ander deel van het landgoed.
Papier versus praktijk
De omwonenden vinden dat de gemeente hiermee te veel kijkt naar de juridische aspecten en niet naar de praktijk. Zij stellen dat er wel vier losse aanvragen zijn, maar dat het één niet kan zonder het ander. Dat roept het gevoel op dat het eerdere plan is opgeknipt om het er toch doorheen te krijgen. Advocaat Pieter Kok, die spreekt namens een aantal van hen: ‘Er zijn een bel, een stuur, een zadel en een frame vergund, maar we mogen het geen fiets noemen’. Volgens hem moet de gemeente wel degelijk kijken naar de samenhang van de vergunningsaanvragen.
Alarmbellen
De bezwaarmakers zien nog een aantal andere ongerijmdheden. De rijvereniging Groenekan, voor wie de hobbyactiviteiten bedoeld zijn, is wel ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, maar heeft geen statuten, geen leden en geen overeenkomsten met de eigenaar van het landgoed en lijkt daarmee een lege huls. Het officiële bedrijfsplan van paardenfokkerij Gallo de Caballo is breder dan het bedrijfsplan dat de gemeente kreeg toegestuurd, zeggen ze. En waar de gemeente op basis van rapporten in opdracht van de landgoedeigenaar stelt dat de verkeersveiligheid nauwelijks verandert en dat er geen problemen zijn met stikstofbelasting, lijkt dat onmogelijk met de huidige plannen.
Wantrouwen
De omwonenden zien ook niets in de belofte van de gemeente om het gebruik van het landgoed te controleren. Zij vragen zich af hoe er straks onderscheid te maken is tussen ‘gebruiksgerichte’ en ‘productgerichte’ functies - tussen hobby en bedrijf. Immers: ‘Je kunt niet zien of een paard een hobbypaard of een fokpaard is’.
De familie Beyleveldt geeft desgevraagd toe dat fokpaarden ook rijpaarden kunnen zijn en andersom. De bezwaarmakers hebben sowieso geen vertrouwen in de gemeente als handhaver; ze verwijzen daarvoor naar de ervaringen met golfcentrum Chi Chi, ook in Groenekan. Dat de gemeente er op formele gronden van heeft afgezien de omwonenden te betrekken bij nieuwe plannen, zoals in 2018 beloofd, heeft daarbij ook niet geholpen.
Oproep
Aan het eind van de zitting roept commissievoorzitter Van der Schot de partijen op om elkaar op te zoeken, waarbij de gemeente een rol kan nemen om dit te faciliteren. Ze verwijst hierbij naar de bereidheid van een aantal aanwezigen om als buren open te staan voor het goede gesprek. ‘De weg naar de Raad van State is lang’, aldus Van der Schot. Ze geeft daarbij de partijen nog wat extra tijd om de milieueffecten van de plannen uit te werken en te bestuderen.














