
Op ‘t Bankje
14 maart 2025 om 18:00 Overigadvertentie
Zittend op het bankje zie ik een wat oudere vrouw rustig met een rollator langskomen. Van de andere kant komt een jonge vrouw druk pratend en kijkend naar haar telefoon mijn richting op. Ze heeft alleen oog voor die telefoon en loopt pardoes tegen de rollator aan. De rollator blijft gelukkig overeind maar de vrouw is vreselijk geschrokken en roept boos: ‘Kun je niet uitkijken trut.’ De jonge vrouw lacht er een beetje om, zegt alleen maar sorry en loopt zonder zich om de vrouw te bekommeren druk pratend door. ‘Hebt dat gezien’, zegt ze als ze daarna bij me op het bankje is gaan zitten. ‘Die jongelui hebben alleen maar oog voor die telefoon. Op de fiets mogen ze ‘m al niet meer gebruiken, maar lopend is eigenlijk ook gevaarlijk, want ze praten en zien elkaar, maar zien niet wat er om ze heen gebeurt. Stel je voor dat ik gevallen was. Dan was ze gewoon doorgelopen. Ik gebruik die rollator alleen om me wat zekerder te voelen sinds mijn zus op straat gevallen is door een opstaande tegel en haar heup gebroken heeft. Dat was voor mij de reden om mijn karretje aan te schaffen. En nu zou ik hebben kunnen vallen door iemand die zonder om zich heen te kijken zo nodig moet klessebessen.’ Ze zucht eens diep en lijkt alweer wat van de schrik bekomen. Intussen lopen er alweer mensen voorbij die met de telefoon bezig zijn. Bij sommigen zie je het toestel niet en lopen ze wel te praten. Het ziet eruit alsof ze in zichzelf praten, maar ze kunnen in ieder geval om zich heen kijken. De vrouw vertelt dat ze met haar man altijd iedere dag een wandeling maakte maar dat het toen hij loopproblemen kreeg steeds minder werd. Ze denkt dat hij met een rollator veel beter uit de voeten zou kunnen, maar dat wil hij niet. ‘Hij heeft wel een wandelstok aangeschaft maar ook daar is hij niet gelukkig mee. Ik heb hem wel eens achter mijn rollator gezet en dat vindt hij wel prettig, maar er voor zichzelf een aanschaffen is een brug te ver. Hij is altijd heel sportief geweest en ging vaak naar voetbalwedstrijden kijken, maar daarheen gaan met een rollator, nee.’ Ik weet zo gauw niet wat ik haar aan zou kunnen raden, maar dan fietsen er opeens jongelui op fat bikes voorbij. Dat is het, denk ik en zeg: ‘Misschien moeten ze rollators wat hipper maken.’ Ik wijs op de fietsers om te laten zien dat hoe eigentijds dat is. ‘Als ze nu eens rollators met van die dikke banden gaan maken. Dan gaan jongelui er misschien ook mee lopen en dan is het voor uw man vast wel acceptabel.’ Eigenlijk lijkt het mij ook wel een leuk gezicht. Bovendien staan de rollators dan wat steviger en als zo’n beller als die vrouw van net tegen zo’n tank aanloopt zal ze het wel voelen en niet zomaar doorlopen. De vrouw ziet het al voor zich en moet erom lachen. ‘Ik zal het tegen mijn man zeggen. Hij is nogal een klusser en kan er vast zelf een maken.’ Zelf heeft ze ook nog een idee. ‘Je zou ook een tandem rollator kunnen maken’, veronderstelt ze. ‘Het belangrijkste is dat hij zijn schaamte overwint. Mijn broer had dat ook maar kan nu niet meer zonder. Ik vond het wandelen met z’n tweeën ook veel leuker, maar misschien leveren de ideeën die we hebben gauw wat op’, zegt lachend. Ik ga het hem thuis gauw vertellen.’ Helemaal opgelucht gaat ze haar weg vervolgen.
Maerten













