Afbeelding

Op ‘t Bankje

4 maart 2025 om 17:00 Overig

De meteorologische lente is op 1 maart begonnen en de zon zorgt er inmiddels voor dat het al minder koud aanvoelt. Deze ochtend voelt het zelfs al wat lenteachtig aan en ik had eigenlijk best een wat dunnere jas aan kunnen trekken. Als ik bij het bankje kom zie ik daar een vrouw onderuitgezakt zitten met haar hoofd omlaag. Omdat ze zo zit wordt haar onderkin extra geaccentueerd. Ik schrik eerst even maar als ik voorzichtig naar haar toe loop constateer ik dat ze slaapt. Een licht gesnurk af en toe is daar het bewijs van.

advertentie

Ik vind de situatie wel grappig. Heel voorzichtig ga ik zitten, want ik wil haar niet wakker maken en daarom kijk ik maar even naar de berichten op mijn telefoon. Af en toe klinkt het gesnurk iets harder. Het doet me denken aan mijn oma en opa toen ik daar vroeger wel eens in de vakantie logeerde. Zodra die op bed lagen begonnen ze te snurken en wel zo hard dat je het in de andere kamers kon horen. Het gesnurk van de vrouw stoort me eigenlijk niet want voor de rest is de omgeving vredig stil. Opeens schrik ik op van een korte harde snurk, zo hard dat de vrouw er zelf wakker van wordt. Verschrikt komt ze overeind en verwilderd om zich heen kijkend zegt ze: ‘Waar ben ik.’ Als ze mij ziet zitten krijgt ze langzaam alles weer onder controle. ‘Oh, ik ben in slaap gevallen. Ik schaam me dood’, verontschuldigt ze zich. ‘Dat komt door de zon die zo lekker warm aanvoelt en ik heb gisteren naar een film gekeken die laat afgelopen was, maar het slaaptekort heb in nu wel weer ingehaald’, zegt ze lachend.

Ze kijkt op haar horloge en komt tot de conclusie dat het niet langer dan een kwartier geduurd kan hebben. ‘Maar ik voel het alsof ik een hele nacht geslapen heb. Dat ik uitgerekend hier op het bankje moet gaan zitten slapen. Ik hoop maar dat niemand me verder gezien heeft.’ Ik kan haar geruststellen. Behalve een loslopende kat is er zo lang ik er zat niemand voorbij gekomen. Het stelt haar zichtbaar gerust. ‘Ik heb zo vreemd gedroomd’, gaat ze verder. ‘Ik droomde dat ik bij een oom en tante in Drenthe logeerde. Ze woonden op een boerderij en hadden geiten. Ik mocht als ik daar in de vakantie was altijd met de kleine geitjes spelen. Dat vond ik altijd er leuk. Die oom en tante zijn allang dood, maar het leek allemaal zo echt in mijn droom. Ik werd eigenlijk wakker doordat een grote geit opeens op me af kwam rennen. Daar schrok ik erg van en was meteen wakker.’ Ik moet lachen om het verhaal, maar de vrouw zit nog duidelijk wat bij te komen. ‘Ik zal het thuis maar niet vertellen, maar ik schaam me toch wel een beetje voor u’, zegt ze nogmaals. Ik stel haar gerust en zeg dat ik het heel goed kan begrijpen. Als ik ook nog zeg dat ik het eigenlijk wel grappig vond is ze gerustgesteld.

‘Geloof me, dit is me echt nog nooit overkomen. Ik val wel eens bij mijn man in de auto in slaap, maar die schudt me dan gelijk weer wakker.’ Ik zeg haar maar niet dat ik me in eerste instantie toch wat ongerust maakte en over de onderkin zwijg ik ook maar. ‘Zo’, zegt ze plotseling. ‘Dan ga ik nu maar mijn boodschappen doen. Bedankt voor uw gezelschap.’ Kwiek staat ze op en aan niets is te zien dat ze nog maar net wakker is.

Maerten