Afbeelding

Op ’t bankje

4 november 2022 om 16:00 Algemeen
advertentie

Een man en vrouw komen gearmd langzaam aanlopen. Hij loopt een beetje gebogen, maar ziet er verder opgewekt uit. De vrouw ziet er ook monter uit en heeft zo te zien geen loopproblemen. ‘We komen er even bijzitten, ik moet even bijkomen’, zegt de man als ze bij het bankje aankomen. Met diepe een zucht gaat hij zitten. ‘Voor haar is een wandeling geen probleem, maar ik heb er wat meer moeite mee. Maar ik doe het wel graag hoor, je moet tenslotte wel wat bewegen.’ De vrouw doet zijn jas even goed, kijkt of hij goed zit en gaat dan kwiek naast hem zitten. Ik schat ze rond de tachtig jaar. Ze zijn heel erg aardig en bezorgd voor elkaar. ‘We maken iedere dag een wandeling van een uur, weer of geen weer. Het houdt ons fit en zo komen we er in ieder geval ook uit. Als ik dat vergelijk met mijn buurvrouw, die is nog jonger dan ik maar als er maar een zuchtje wind staat komt ze de deur niet uit. Maar ja, ze heeft zwakke longen en dan is het wel inspannend voor haar als het waait. Ze heeft altijd veel gerookt maar daar is ze gelukkig een paar jaar geleden mee gestopt.’ De man luistert en kijkt ontspannen voor zich uit. ‘We kennen elkaar vandaag vijf jaar’, zegt hij haar beminnelijk aankijkend. ‘Ans is weduwe en mijn vrouw is alweer elf jaar geleden overleden.’ Allebei zwijgen ze en hebben zichtbaar herinneringen aan vroeger. Hoewel ik besef dat het indiscreet is kan ik niet nalaten te vragen waar ze elkaar ontmoet hebben. Ze kijken elkaar glimlachend aan alsof de een het aan de ander wil overlaten om de vraag te beantwoorden. ‘Het klinkt misschien raar, maar we hebben elkaar hier op dit bankje ontmoet. Vijf jaar geleden dus’, zegt de man. ‘Ik zag haar zitten en dacht waarom zou ik er niet bij gaan zitten. Alleen is maar alleen. Ik vond dat ze wat verdrietig voor zich uit zat te kijken en vroeg of er iets aan de hand was. Dat bleek ook zo, want haar oudste broer was enkele dagen daarvoor plotseling overleden. Ze had een hele goede band met die broer. Hij was ook alleen en ze hielp hem met van alles want hij kwakkelde met zijn gezondheid.’ Ik zie dat de vrouw weer het verdriet voelt dat ze toen ook voelde. De man ziet het ook en slaat troostend een arm om haar heen. Er komt een tevreden glimlach op haar gezicht. ’Maar vandaag is het dus vijf jaar geleden dat we hier ook zaten’, zegt ze. ‘We kenden elkaar wel van gezicht, maar hadden nooit eerder met elkaar gesproken, hoewel we vlak bij elkaar wonen. Nou ja, hij vroeg of ik bij hem een kopje koffie wilde komen drinken en zo is het gekomen. We wonen niet samen, dat geeft te veel gedoe, maar doen van alles met zijn tweeën. Richard heeft een auto dus gaan we nog wel eens ergens naar toe. Soms gaan we een weekendje weg. Dat boeken we dan via internet. Vorige maand zijn we in Berlijn geweest, maar dat hebben we met de trein gedaan.’ Dat ze elkaar vandaag vijf jaar kennen gaat niet ongemerkt voorbij. ‘Vanavond gaan we gezellig uit eten. De kinderen vinden het ook prachtig dat we met elkaar optrekken. Mijn kleindochter vroeg al wanneer we gingen trouwen.’ Ze zwijgt even en zegt dan met een blik waaruit ik niet kan opmaken of ze het serieus meent: ‘Maar hij heeft me nog niet gevraagd.’ Ik houd wijselijk mijn mond. 

Maerten