
Waardige herdenking capitulatie Japan in Bilthoven
23 augustus 2023 om 09:00 Algemeendoor Guus Geebel
advertentie
Bij het oorlogsmonument naast gemeentehuis Jagtlust vond dinsdag 15 augustus de 78ste herdenking van de capitulatie van Japan plaats. De capitulatie betekende in Nederlands-Indië dan wel het einde van de oorlog, maar de gevolgen van de Japanse bezetting laten voor velen tot op de dag van vandaag hun sporen nog na.
De muzikale omlijsting bij de herdenking werd verzorgd door het harmonieorkest Kunst en Genoegen uit Maartensdijk, onder leiding van Frans de Graaf. De plechtigheid werd geopend door Rómulo Döderlein de Win met een bijzonder woord van welkom aan de Utrechtse commissaris van de Koning Hans Oosters, het gemeentebestuur, de kinderburgemeester en Corry Den Ouden-Smit, haar echtgenoot Gert, en dochter Lidy. ‘Corry is de schrijfster van het boek Eindstation Lampersari, over het verdriet en de veerkracht van twee generaties. Vooral geschreven om haar eigen trauma’s en verdriet te helpen verwerken en een plaats te geven, maar ook om te zorgen dat wat daar in het verre Indië gebeurd is nooit vergeten zal worden.’
Excuses
‘Dit laatste werd dit jaar weer extra duidelijk toen de regering en ook de Koning eenzijdig excuses maakten namens Nederland aan de Indonesische Republiek’, aldus Rómulo Döderlein de Win. ‘Ik ben een Nederlander met Nederlands en Indisch bloed. Dit heeft mij persoonlijk zeer geraakt, want waar zijn de excuses van Indonesië aan bijvoorbeeld mijn familie en zovele andere families die tijdens de Bersiaptijd zeer geleden hebben onder de buitengewoon extreme wreedheden van de Indonesische extremisten, die niets ontziend, plunderend, verkrachtend en moordend onschuldige weerloze vrouwen, kinderen en ouderen ombrachten.’ Rómulo Döderlein de Win gedenkt de oprichter van de Biltse herdenking mevrouw Jeanne Hildering die op 22 mei is overleden, en mevrouw Dee Echter-Ruchtie die op 9 juli overleed.
Moederrol
Burgemeester Sjoerd Potters begint zijn toespraak eveneens met mevrouw Echter. ‘Op haar rouwkaart stond, ik heb een goed leven gehad. Dat lijkt niet zo bijzonder, maar dat is het wel als je weet dat ze een deel van haar jonge jaren doorbracht in de kampen tijdens de Japanse bezetting en de Bersiaptijd. Het leven in de kampen was verre van mooi.’ Potters vertelt over de ontberingen waarbij kinderen niet werden ontzien, ook mevrouw Echter niet. ‘Omdat de moeder van mevrouw Echter er door die ontberingen slecht aan toe was moest zij als 13-jarige de moederrol voor haar broertjes en zus op zich nemen. Nadat het gezin herenigd was werd het gedwongen naar Nederland te gaan waar ze werden opgevangen in voormalig concentratiekamp Westerbork. Daarna kwam het gezin in Bilthoven terecht waar ze eindelijk een nieuw leven konden opbouwen.’
Zwijgen
‘Voor velen betekende dit een mentaliteit ontwikkelen van aanpakken en niet zeuren, vooruitkijken en niet omzien’, aldus Potters. ‘Zo ontstond het Indisch zwijgen voor de volgende generatie. Bij oorlogsherdenkingen worden we aangemoedigd de vrede door te geven, maar de ervaring leert dat wij ook de oorlog doorgeven. De derde generatie vraagt door en steeds vaker wordt door hen het Indisch zwijgen doorbroken. Dan gaan de verhalen stromen. Over de rol van de moeders van toen die vaak niet wisten waar hun mannen waren en of die ooit nog terug zouden komen, of niet wisten waar hun kinderen waren. Die als leeuwinnen vochten om hun kinderen te kunnen voeden, maar zichzelf daarvoor uithongerden. Die na de oorlog met de getraumatiseerde echtgenoot een normaal gezinsleven moesten opbouwen, met kinderen die veel te veel hadden gezien en meegemaakt.’
Hoop
‘Mevrouw Echter herinnerde ons twee jaar geleden aan alle vrouwen en moeders die nooit een medaille kregen, maar die de eigenlijke helden waren in die oorlogsjaren. Zij beschermden hun kinderen en spaarden het eten uit hun eigen mond om ze te kunnen voeden. Zij brachten ze groot tot waardige mensen en zorgden na de oorlog vaak voor hun getraumatiseerde mannen. Mevrouw Echter had uiteindelijk geleerd om zich uit te spreken wanneer zij dat nodig vond en dat deed zij vol overtuiging en nog altijd met een kwinkslag. De verhalen laten zien dat er te midden van de ellende altijd een sprankje hoop is waar we ons aan vast kunnen houden en de veerkracht om verder te gaan, en aan het eind vooral het mooie zien’, aldus de burgemeester.
Nummers
Corry den Ouden werd in 1940 als Cornelia Smit geboren in Klaten op Midden-Java. Haar zusje Martha was twee jaar ouder en broer Meerten werd anderhalf jaar later geboren. Vader was hoofd van de Christelijke Hollands Chinese school in Klaten. Moeder was voor haar huwelijk onderwijzeres. ‘Begin februari 1943 moesten wij het kamp in. Ik was net drie en moest achter het prikkeldraad. Wij werden nummers, mijn moeder 6641, Martha 6642, ik 6643 en Meerten 6644. Daarmee begon de jarenlange vernedering. Samen met de zus van mijn moeder en haar vier kinderen doorstonden wij de oorlog in vier verschillende kampen. Ons laatste kamp was Lampersari in Semarang. Daarvan herinner ik mij vooral de verschrikkelijke honger.’
Troost en hoop
‘Mijn moeder was een lieve vrouw en een veilige haven. Zij was er voor ons, en wij voelden dat we moesten blijven leven, voor haar. Maar ook voor onze vader. Voor zijn foto gingen wij iedere avond bidden. ‘s Avonds keken we naar de maan. Mijn moeder zei dat onze vader ook naar de maan keek. Zo waren wij een beetje met elkaar verbonden. Niet alleen de liefde van mijn moeder maar ook het geloof heeft ons staande gehouden en gaf troost en hoop. Op 15 augustus 1945 capituleerde Japan. Het was voor ons geen bevrijding, want twee dagen later werd de Republiek Indonesia uitgeroepen. Een bloedige strijd brak uit tegen Nederland, de onafhankelijkheidsstrijd, de Bersiap.’
Hand
‘Wij, Nederlanders, waren ons leven niet zeker. Voor onze veiligheid moesten wij in het kamp blijven en de Japanners moesten ons beschermen omdat de geallieerde bevrijders niet genoeg manschappen hadden om ons te beschermen tegen de pemuda’s, de nationalistische jongeren en de pelopors bewapend met lange, scherpe bamboe speren. Op 30 november 1945 konden wij vertrekken uit kamp Lampersari.
Bij het weggaan gaf ik een Japanse bewaker een hand. Ik voelde de vrouwen om me heen verstarren. Wat had ik fout gedaan? Hij was een goede Jap. Hij schreeuwde niet zo en sloeg niet zo hard. Dat heb je goed gedaan Keesje, zei mijn moeder toen. Van Semarang gingen we naar Batavia waar we moesten wachten op een schip naar Nederland om herenigd te worden met mijn vader. Mijn vader had de oorlog ook overleefd. Hij kwam als dienstplichtige terecht bij de Marine, waar hij werd opgeleid tot seiner-kustwachter. Hij was ooggetuige van De Slag in de Javazee.’
School
‘Op 23 februari 1946 kwamen wij met het repatriëringsschip Johan de Witt aan in Amsterdam, waar onze vader ons opwachtte. Ik herkende hem niet. Mijn vader was een vreemde voor mij en is heel lang een vreemde voor mij gebleven. Wij gingen in Voorschoten wonen. Ik was net zes jaar en kon naar de lagere school.’ Corry vertelt dat klasgenootjes vroegen hoe het in de kampen was. Als ze zei de ze daar honger hadden zeiden zij dat ze dat ook hadden. Als Corrie zei dat ze lang in de zon moest staan kreeg ze als antwoord dat ze het dan in ieder geval niet koud had zoals zij. Van Hirohito hadden ze nooit gehoord en omdat ik Hitler niet kende kreeg ik te horen dat ik niet wist wat oorlog is. Daarna werd er niet meer over de oorlog gesproken.’
Depressie
’Maar de oorlog bleef komen, onverhoeds en onverbiddelijk. Ik kreeg flashbacks, had zware hoofdpijnen, kon niet slapen, was angstig en raakte snel in paniek. In het gewone leven kon ik me aardig staande houden, maar met intieme relaties kwamen de problemen, met mijn man en mijn kinderen. Van mijn kinderen eiste ik gehoorzaamheid, absolute gehoorzaamheid, zoals ik als kind in het jappenkamp had moeten gehoorzamen. Dat gaf problemen. Maar het echte probleem lag dieper. Ik was emotioneel geblokkeerd en erg depressief. Dankzij psychotherapie kreeg ik meer zelfvertrouwen en gingen mijn man en ik elkaar beter begrijpen. Voor de goede orde, ik ben ook heel gelukkig geweest en ben dat nog. Maar het kamp was wel eens spelbreker. Goede psychotherapie kan je verder helpen. Maar het is ook belangrijk mensen te hebben die van je houden, en van wie jij houdt. Veerkracht maakt dat je verder kunt. Het geloof dat je onderdeel bent van een groter zinvol geheel maakt je sterk.’
Kinderburgemeester
Vervolgens worden achtereenvolgens kransen gelegd door commissaris van de Koning Hans Oosters, burgemeester Potters en Nancy Echter, en kinderburgemeester Renske Iseger, Na het Taptoesignaal gespeeld door Esmee Aarsman en een minuut stilte speelt Kunst en Genoegen twee coupletten van het Wilhelmus, waarna kinderburgemeester Renske Iseger een toespraak houdt. ‘In april kwam onze buurman, meneer Luuk van der Linden, bij ons op school. Hij vertelde over zijn jeugd tijdens de Tweede Wereldoorlog op Java en het kamp waarin hij zat met zijn oma, moeder en tante. Over de slechte hygiëne in het kamp, de verveling en het gebrek aan iedere vorm van muziek. En dat er stiekem toch liedjes gezongen werden, waarbij de tekst vaak een dubbele betekenis had zoals: ‘Zonnetje gaat van ons scheiden.’
Rugzak
‘Hij vertelde over het weinige eten, het appèl en het moeten buigen voor de Japanners, het leren liegen en brutaal zijn om te overleven, de angst. Het missen van zijn vader en dat hij hem, toen ze elkaar eindelijk na vier jaar weer terugzagen, aansprak met meneer en bang voor hem was, omdat elke man in het kamp slecht was. Ook vertelde hij, dat er na de overgave van Japan weer een onrustige periode kwam en hij met zijn ouders naar Nederland ging. Eerst tijdelijk en later definitief. En dat hij in dit voor hem onbekende land steeds het gevoel had anders te zijn dan de andere kinderen. Hij legde uit, dat mensen dit soort nare herinneringen hun hele leven in hun rugzak blijven meenemen. Iedere oorlog begint met een meningsverschil, maar ik denk en hoop dat geen enkel meningsverschil tot zo’n oorlog mag leiden. Daarom vind ik het belangrijk om hier nu namens de jeugd dit verhaal te vertellen. En om stil te staan bij alle mensen, die door deze oorlog hun hele leven lang een volle rugzak moeten meedragen.’ De commissaris van de Koning en de burgemeester openen daarna het defilé langs het monument.
![]()
Kinderburgemeester Renske Iseger tijdens haar toespraak.
![]()
Esmee Aarsman speelt het signaal Taptoe.
![]()
Commissaris van de Koning Hans Oosters legt een krans namens het provinciebestuur.
![]()
Rómulo Döderlein de Win leidt de herdenkingsplechtigheid in.
![]()
Burgemeester Sjoerd Potters tijdens zijn toespraak.
![]()
Corry den Ouden legt met dochter Lidy een krans bij het monument.



















