
Op ’t bankje
22 maart 2024 om 18:00 Algemeenadvertentie
Als ik bij het bankje kom zit daar al een jongeman die druk bezig is met zijn telefoon. Hij kijkt niet op of om maar als hij klaar is met de telefoon en naar me kijkt groet ik hem. Hij groet terug en zegt dan: ‘Ik ben al ingeburgerd hoor.’ Ik kijk hem verbaasd en vragend aan. ‘Waarom zeg je dat’, vraag ik. Hij heeft een wat donkere huidskleur, maar dat is in dit land toch geen bijzonderheid. Kennelijk ziet hij ook in dat het een rare opmerking is. ‘Sorry hoor, maar ik kwam net iemand op straat tegen die waarschijnlijk denkt dat iedereen met een kleurtje nog moet inburgeren. Hij moest ergens naar een straat in de buurt en vroeg me de weg. Ik kon hem helpen en hij bedankte me en zei toen dat ik heel goed Nederlands sprak. Ik ben hier nota bene geboren en getogen en mijn ouders ook. Ik heb alleen een Surinaamse oma en daar heb ik het kleurtje van en daar ben ik ook nog eens trots op. Ik ben daarna meteen zonder verder wat te zeggen doorgelopen, maar het zat me toch dwars en vandaar dat ik net zo reageerde, sorry hoor. Als je geen blonde haren en blauwe ogen hebt denken sommige mensen dat je nog moet inburgeren.’ Eigenlijk weet ik niet wat ik erop moet zeggen, maar ik snap dat hij boos was. Daarom zeg ik maar: ‘Ik vind het jammer dat er van die kortzichtige mensen zijn.’ Het is even stil, maar dan verschijnt er weer een glimlach op het gezicht van de jongen. ‘Ach, laat maar. Ik moest het gewoon even kwijt en eigenlijk heb ik heb ik dit nooit eerder meegemaakt, maar als zoiets je overkomt schrik je wel. Maar er is wel wat veranderd in Nederland. Mijn oma vertelt nog wel eens over de tijd dat ze naar Nederland kwam. Toen vond ze de mensen veel aardiger en waren ze minder gauw op hun teentjes getrapt. Ze vertelt nog altijd trots dat de Hollandse jongens in de rij voor haar stonden. Ze had de jongens voor het uitkiezen, maar mijn opa heeft gewonnen. Het schijnt een geweldige bruiloft geweest te zijn. Opa is een stoere Fries en ze zijn nog steeds dol op elkaar. Volgende week is oma jarig en ik weet zeker dat ze nu al aan het koken is, want als oma of opa jarig is komt iedereen lekker bij ze eten. Dan is het de zoete inval met heerlijke Surinaamse gerechten en hapjes. Oma geniet van een vol huis.’ Het gezicht van de jongeman straalt alweer, zeker door de gedachte aan het lekkere eten. ‘Als inburgeren betekent dat je alleen maar bloemkool, spruitjes en aardappelen moet eten dat ben ik inderdaad niet ingeburgerd’, zegt hij zijn mooie witte tanden bloot lachend. Als ik vertel dat ik een andere pot dan de Hollandse ook weet te waarderen gaat het gesprek al gauw over allerlei gerechten. ‘Als ik een keer Surinaams wil koken bel ik oma voor een recept. Ze zegt dan meestal dat ik maar even langs moet komen. Dan wil ze laten zien hoe het moet, maar negen van de tien keer heeft ze het dan al voor me klaargemaakt. Mijn opa vindt het ook allemaal even lekker. Hij is al heel wat keren in Suriname geweest en vindt het daar prachtig, maar wat wil je, hij wordt door alle tantes verschrikkelijk verwend.’ Maar nu moet ik er vandoor anders kom ik te laat op mijn werk.’ Hij stapt op en ik laat het verhaal nog eens aan me voorbijgaan.
Maerten













