
Op ‘t bankje
22 september 2026 om 18:00 Overigadvertentie
Als ik na een flinke wandeling bij het bankje kom zit daar een jong stel die aan de fietsen met fietstassen te zien een fietstocht aan het maken zijn. Dat ook veel buitenlanders de fietsmogelijkheden hier ontdekt hebben had ik al eerder gemerkt. Ik herinner me nog een paar enthousiaste Vlamingen die hier een fietsvakantie hielden en bij me op het bankje kwamen zitten. Dit keer is het een gemengd stel dat er zit. Hij komt uit Limburg en zij is een sportieve Duitse. Ik schat ze achter in de twintig. ‘Ik laat Frieda Midden-Nederland zien en dat kun je toch het beste op de fiets doen’, zegt de jongeman. ‘Zij vindt het allemaal prachtig. We kennen elkaar al twee jaar en wonen alweer een half jaar samen in Limburg.’ Frieda kijkt haar vriend met een tevreden blik aan. ‘Het is hier allemaal zo mooi en de mensen vind ik ook aardig’, zegt ze met een licht Duits accent. Ik maak haar een compliment voor haar uitstekende Nederlands. Ze moet erom lachen. ‘Maar ze horen altijd wel direct dat ik geen Nederlandse ben, hoewel ze ook wel eens vragen of ik uit Limburg kom. Ik ben toen ik Leo leerde kennen direct Nederlands gaan leren en ik vind de taal erg leuk. Leo spreekt trouwens ook goed Duits. Taalproblemen hebben we daarom nooit, maar in Nederland is de voertaal Nederlands. Als we in Düsseldorf bij mijn familie zijn is het Duits.’ Ze vertellen dat ze in Roermond wonen en elkaar in Portugal hebben leren kennen toen ze daar allebei op vakantie waren. Frieda was in Duitsland verpleegkundige en heeft in Roermond ook al snel een baan gevonden. ‘Dat was in het begin wel even wennen, maar ik heb het nu prima naar mijn zin.’ Leo lijkt heel tevreden met zijn Frieda. ‘We hebben hier nu in de buurt twee weken een huisje gehuurd en hoewel de zomer voorbij is boffen we tot nu met het weer. Als het een dagje wat minder is gaan we er met de trein op uit. Als ik zeg waar we dan naar toe gaan zoekt ze alles over die plaats online op. Dan weet ze er vaak meer van dan ik, zoals vorige week toen we een dagje in Zwolle waren. Echte Duitse gründlichkeit, maar daar hou ik wel van. De zus van Frieda en haar vriend zitten nu in ons huis in Roermond. Ze hebben het erg naar hun zin en schijnen een leuke vakantie te hebben. Mijn broer woont in dezelfde straat en daar trekken ze veel mee op. We horen in ieder geval dat ze zich uitstekend vermaken. Ook makkelijk is dat we ons geen zorgen over de tuin hoeven te maken.’ Vandaag willen Leo en Frieda naar Spakenburg fietsen om onder meer klederdrachten te bekijken. Frieda heeft op internet gezien dat er een museum is waar in aaneengeschakelde ruimtes een beeld van de klederdracht en het dagelijks leven in Spakenburg te zien is. ‘Ook dat je er lekkere paling kan eten, hoewel Frieda de voorkeur aan kibbeling geeft.’ Zij moet erom lachen. Leo vindt in Duitsland bratwurst erg lekker en de Duitse wijn. Ik vraag Frieda of ze nog wel eens vervelende opmerkingen krijgt omdat ze Duitse is, zoals de fiets van opa die ze terug willen hebben, maar dat blijkt niet het geval te zijn. Inmiddels zijn we enkele generaties verder en ziet de wereld er anders uit. Frieda kijkt op haar handy, zoals een mobiele telefoon in het Duits heet, nog even de route na en dan stappen ze weer op hun fietsen.
Maerten













