Basisvereisten COA voor een opvanglocatie.
Basisvereisten COA voor een opvanglocatie. afbeelding COA

College gaat voor hoogstens drie locaties asielopvang

16 september 2026 om 16:00 Overig

Zo min mogelijk locaties, ‘om beheer, begeleiding, veiligheid en ruimtelijke en maatschappelijke inpassing uitvoerbaar te houden’. Dat is de inzet van het college van burgemeester en wethouders voor de (nood-)opvang van asielzoekers in de gemeente De Bilt, vastgelegd in een voorstel aan de gemeenteraad. In de praktijk betekent dat, dat het college de voorkeur geeft aan een of meer grotere locaties, in plaats van spreiding over meerdere kleinere plekken.

advertentie

door Lem van Eupen

Het college sluit daarmee aan bij de wens van het COA, dat het liefst locaties met minstens 150 opvangplekken wil. Bij kleinere locaties moet de gemeente meer kosten en verantwoordelijkheden op zich nemen, schrijft het college. Voor noodopvang zijn de kaders wel flexibeler, maar dan moeten er aparte afspraken worden gemaakt zodat de gemeente daar geen financieel nadeel van heeft.

Kaders

De raad gaf eerder aan behoefte te hebben aan kaders, op grond waarvan keuzes voor locaties kunnen worden gemaakt. Dat moet navolgbaar en uitlegbaar maken waarom bepaalde plekken wel of niet in aanmerking komen. Het college beloofde direct na het zomerreces met een notitie te komen. Die ligt er nu.

Tweetrapsraket

Het college stelt voor om het keuzeproces in tweeën te knippen. In de eerste fase wordt bekeken of een locatie voldoet aan een aantal harde voorwaarden. Locaties die voldoen aan deze ‘knock-out criteria’ worden vervolgens in een tweede fase met elkaar vergeleken aan de hand van wegingscriteria.

Knock-out fase

Het college stelt vier harde voorwaarden voor. Als de locatie geen eigendom van de gemeente is, moet de eigenaar schriftelijk bevestigen bereid te zijn tot verhuur of verkoop. Dagelijkse voorzieningen, zoals een supermarkt en een OV-halte, moeten op hoogstens 30 minuten lopen of 15 minuten fietsen liggen. De locatie kan aangesloten worden op water, elektriciteit en riolering. En tenslotte moet de begeleiding en beveiliging worden georganiseerd door het COA.

Wegingscriteria

De locaties die hieraan voldoen, worden daarna beoordeeld en gewogen aan de hand van zeven criteria, die elk een eigen gewicht krijgen. De twee belangrijkste, met elk 20% van de weging, zijn de snelheid waarmee opvang gerealiseerd kan worden en de impact op de omgeving. Dat laatste gaat over de omvang in verhouding tot de omgeving, de inpassing in het landschap en de gevolgen voor verkeer en parkeren.

Andere criteria zijn de kwaliteit van opvang en beheer, de beschikbaarheid van de locatie voor tijdelijke noodopvang voor minstens één jaar en het financiële risico voor de gemeente (elk 15%). De resterende twee zijn dat geplande woningbouw niet belemmerd mag worden (10%) en de kansen voor ontmoeting (5%).

Drie locaties

Als de gemeenteraad akkoord gaat met het voorstel, dan wil het college op basis daarvan drie locaties in volgorde van geschiktheid voorleggen aan de raad. Daarbij zal het ook duidelijk maken waarom andere locaties zijn afgevallen. De raad kan dan besluiten welke locatie of locaties aan het COA worden aangeboden en bij welke er een breder participatieproces wordt gedaan.

Participatie over hoe, niet over waar

Tijdens het participatieproces kunnen inwoners alleen meepraten over de manier waarop de opvang wordt uitgevoerd. Dan gaat het om onderwerpen als verkeersveiligheid, maatregelen om overlast te voorkomen, samenwerking met de buurt en inrichting van de locatie met groen, verlichting en zichtlijnen. Er is geen participatie mogelijk over bijvoorbeeld de locatie zelf, het aantal opvangplekken en de kenmerken van de toekomstige bewoners.

Reikwijdte

Het college zegt dat het voorstel alleen betrekking heeft op de noodopvang in De Bilt. Het traject voor de reguliere opvang van 300 asielzoekers op de Professor Bronkhorstlaan staat hier los van. Dat geldt ook voor de vergunningsaanvraag voor noodopvang van ongeveer 100 asielzoekers op diezelfde plek. Volgens het college heeft iedere grondeigenaar het recht om een ruimtelijke aanvraag in te dienen en zal zo’n aanvraag van het COA dan ook gewoon in behandeling worden genomen.

Vraagtekens

Dat roept wel vragen op. Want in het document staat ook dat het college drie locaties aan de raad gaat voorleggen ‘waarbij aan de volledige taakstelling van de spreidingswet wordt voldaan’. Die Spreidingswet gaat niet over noodopvang, maar juist over de verdeling van de reguliere opvang van asielzoekers over alle gemeenten in Nederland.

Bovendien belooft het college dat het de raad in september informeert over onderzochte noodopvanglocaties. ‘De informatievoorziening over het noodopvangspoor wordt daarom niet afhankelijk gemaakt van de besluitvorming over het toetsingskader’, zo staat in het voorstel. Onduidelijk is of het college bij die inventarisatie al vooruitloopt op de harde voorwaarden en wegingscriteria die aan de raad worden voorgelegd.

Commissie Openbare Ruimte

Het voorstel van het college wordt besproken in de commissie Openbare Ruimte op 17 september.