
Op ‘t bankje
15 september 2026 om 18:00 OverigTwee pubermeisjes van een jaar of dertien komen bij me op het bankje zitten. Ze hebben allebei een telefoon in de hand en kijken waarschijnlijk naar TikTok. Af en toe als er iemand voorbijloopt hebben ze commentaar. Ik heb zelf ook mijn telefoon maar aangezet om teletekst en wat andere nieuwsberichten te lezen om op die manier niet naar de meisjes te luisteren, maar onwillekeurig hoor je toch wat er gezegd wordt. ‘Moet je die kleur van die schoenen zien’, zegt een van de meisjes als er een jonge vrouw voorbijkomt. De vrouw merkt waarschijnlijk niet dat zij het onderwerp van gesprek van de meisjes is. Af en toe komen hun gezichten dicht bij elkaar en ik denk dat ze elkaar dan een geheimpje vertellen, en daarna giechelen ze weer. Op een gegeven moment word ik er toch nog bij betrokken. ‘Weet u hoe laat het is.’ Ik zeg dat het bijna half twee is en dat lijkt mee te vallen. Nu er toch wat woordjes gewisseld zijn durf ik ook hun een vraag te stellen. ‘Jullie zijn zeker goede vriendinnen’, zeg ik. Weer gegiechel. ‘Nee hoor, we zijn nichtjes. Onze moeders zijn zussen, maar we zijn eigenlijk ook vriendinnen. We zitten in dezelfde klas en doen bijna alles samen.’ Nu ik dit hoor zie ik dat de meisjes ook wel wat op elkaar lijken. ‘Zullen we naar de stad gaan’, oppert een van de meisjes. Haar nichtje trekt een bedenkelijk gezicht. ‘Ik heb deze week al een boel uitgegeven en ik heb niet veel meer op mijn pinpas staan.’ Het andere meisje wimpelt dat bezwaar weg. Ik heb nog genoeg, dan schiet ik je het treinkaartje toch voor.’ Haar nichtje lijkt niet enthousiast. ‘Ik moet je al vijf euro terugbetalen van vorige week. Van mijn moeder krijg ik geen extra geld. Die zegt gewoon dat ik maar moet leren rond te komen van wat ik krijg.’ Het andere meisje lijkt een plannetje te bedenken en heeft opeens een oplossing. ‘Oma had het erover dat ze naar Utrecht wilde gaan omdat ze spulletjes van de Indische toko nodig heeft. Zal ik oma bellen en vragen of wij het voor haar kunnen doen, dan krijgen we vast het reisgeld van haar en kunnen we goedkoop naar de stad.’ Uitgekookt zijn ze wel, denk ik. Eigenlijk heb ik wel bewondering voor de vindingrijkheid van het meisje. Ze vraagt niet eens of haar nichtje het ermee eens is, maar belt direct haar oma. ‘Dag oma, met Eva. Louise en ik hebben vrij vanmiddag. Je had het er pasgeleden over dat je nog spulletjes van de toko nodig had. Zullen wij die voor je gaan kopen’, zegt ze als ze oma aan de lijn heeft. Oma heeft kennelijk heel veel te vertellen, want het gesprek duurt toch wel aardig lang. Ik zie Eva af en toe wat zorgelijk kijken. Ze denkt natuurlijk aan haar beltegoed.
advertentie
‘Goed oma, dan zijn we er over een kwartiertje’, hoor ik haar op een gegeven moment zeggen. Ze sluit met een zucht het gesprek af. ‘Oma was net terug van de apotheek om de medicijnen voor opa op te halen. Het kwam haar heel goed uit als we voor haar naar de toko willen gaan en ze heeft al gezegd dat ze de trein zal betalen.’ Louise fleurt helemaal op. ‘Wat een goed idee van jou. Dan bel ik straks bij oma mijn moeder ook even, want misschien heeft zij ook wat van de toko nodig. Voor het halen krijgen dan ook vast weer wat’, zegt ze bijna juichend. Giechelend gaan ze er dan vandoor.
Maerten













