Afbeelding
.

Op ‘t bankje

9 juni 2026 om 18:00 Overig
advertentie

Twee pubermeisjes die bij me op het bankje zijn komen zitten zijn helemaal in paniek. Het ene meisje tuurt wanhopig op haar mobieltje. ‘Ik heb haar al twee keer een app gestuurd maar nog steeds geen antwoord.’ Ze stampt een paar keer ongeduldig met haar voeten op de grond, alsof dat zou helpen. ‘Bel haar dan’, zegt haar vriendin. ‘Dat heb ik toch al gedaan maar ik krijg geen gehoor. Ik snap er niks van. Misschien is haar batterij wel leeg en heeft ze daar geen erg in. Echt iets voor Karin. Hoe moet dat nou.’ Het is wat, denk ik, dan hebben ze een mobiel met alles erop en eraan en kunnen ze elkaar nog niet te bereiken. Als de meisjes zien dat ik het tafereel wat verbaasd gadesla legt het meisje zonder telefoon uit dat ze in een zaaltje gaan oefenen voor een optreden bij een talentenjacht. Ingrid heet ze en haar vriendinnetje Maud. ‘Onze begeleidster heeft ons gevraagd of we de kleren waarin we gaan optreden willen meenemen en Karin weet dat niet.’ Ingrid vertelt dat ze het zanggroepje de Singerins hebben genoemd, een naam die Karin bedacht heeft. De meisjes hebben zo te zien nu toch echt een levensgroot probleem en ik krijg een beetje medelijden met ze. ‘Heb je geen vast telefoonnummer van haar’, vraag ik om een oplossing aan te dragen, maar dat hebben ze niet en de telefoongids is ook niet meer online. Hoe ik ook pieker ik kan de meisjes niet helpen. Als de meisjes op het punt staan om dan maar zonder Karin naar het zaaltje te gaan gaat de telefoon van Maud. ‘Hoe kan je nou zo stom zijn’, hoor ik haar zeggen en ze vertelt dat ze haar optreedkleren mee moet nemen. ‘Maar kom maar gauw dan zijn we misschien wel iets te laat, maar dat is dan maar zo.’ Ze beëindigt het gesprek en vertelt aan Ingrid wat er gebeurd is. ‘Karin was bij haar opa en oma geweest en toen ze thuis was kwam ze tot de ontdekking dat ze haar telefoon daar op de keukentafel had laten liggen. Ze is toen gauw naar opa en oma gefietst en die hadden de telefoon wel gehoord maar niet durven opnemen. Haar opa brengt haar nu met zijn auto naar huis om de optreedkleding op te halen en brengt haar vandaar dan meteen naar het zaaltje waar we optreden.’ De meisjes zijn zichtbaar opgelucht. Een voor hen enorm probleem is toch maar mooi opgelost. Ze blijken nu op de afgesproken tijd te kunnen komen. ‘Waarmee gaan jullie bij de talentenjacht optreden’, vraag ik. ‘We zingen liedjes van K3’, zegt Ingrid. ‘Onze begeleidster Vera zegt dat we best een kans maken om te winnen. We oefenen veel en Vera is best streng.’ Ik vraag of hun hobby wel goed te combineren is met school, maar dat schijnt helemaal geen problemen te geven. ‘Op school vinden ze het ook leuk dat we meedoen en ook de leerkrachten steunen ons. We hebben altijd goede cijfers dus dat probleem is er helemaal niet. Ik ben best nieuwsgierig naar hun sound, maar als ik vraag of ze wat kunnen laten horen, haken ze af. ‘Als we de talentenjacht winnen en doorbreken dan kunt u ons nog vaak genoeg horen’, zegt Maud lachend. Ik dring dus verder maar niet aan. Ze zijn inmiddels weer uitgelaten zoals dat bij pubermeisjes hoort. Hoewel ik niets voor ze heb betekend bedanken ze mij en stappen vrolijk op hun fietsen om te gaan oefenen. Ik wens ze natuurlijk heel veel succes bij de talentenjacht.

Maerten