
Op ‘t bankje
8 september 2026 om 18:00 Overigadvertentie
Twee vrouwen komen ieder met grote volle vuilniszak bij zich bij me op het bankje zitten. Nieuwsgierig kijk ik ernaar en ben benieuwd wat erin zit. De vrouwen zien er wat gestrest uit, alsof er iets gebeurd is waar ze niet tevreden over zijn. Een van de vrouwen merkt dat ik naar haar kijk en je ziet dat ze twijfelt of ze mij iets over de situatie moet vertellen. ‘Alles loopt anders dan we van plan waren vandaag’, zegt ze. Uit ervaring weet ik dat ik nu beter geen vragen kan stellen, maar dat ze me straks vast het verhaal gaat vertellen en ja hoor even later begint ze. ‘We hebben gordijnen pasklaar gemaakt voor onze moeder en die wilden op gaan hangen, maar we waren net bij haar aan de deur en ze was niet thuis. Haar buurvrouw heeft een sleutel, maar die was er ook niet. Nu herinner ik me dat ze gisteren verteld heeft dat ze naar de dokter zou gaan. Als ze daarvan terugkomt moet ze hierlangs, dus wachten we hier maar even.’ Zij kijkt even zwijgend voor zich uit en schudt haar hoofd. ‘Het komt allemaal door een stroomstoring die we vanmorgen hadden. Niets deed het in huis. Dan merk je pas hoe afhankelijk je van stroom bent. Ik dacht eerst dat er een zekering doorgeslagen was, maar ik zag al gauw dat de omgeving met hetzelfde probleem zat. Toen mijn zus uit Baarn kwam om te helpen de gordijnen op te hangen hadden we net weer stroom, dus de bel deed het ook weer.’ Ik voel met de vrouw mee en probeer me voor te stellen wat ik allemaal niet zou kunnen doen als het mij zou overkomen. Geen computer, bedenk ik, wat moet ik zonder computer. De vrouw schuift intussen onrustig heen en weer op het bankje. ‘Ik moest nog wat aan die gordijnen veranderen, maar de elektrische naaimachine deed het natuurlijk ook niet. De vrouw zucht nog eens diep en je ziet aan haar dat ze de situatie nog steeds niet kan begrijpen. Dat haar dit allemaal net vandaag moest overkomen. Haar zus zit er stoïcijns bij, alsof ze het allemaal niet zo erg vindt. ‘Afijn, na een paar uur was er opeens weer stroom en kon ik de gordijnen afmaken en mijn moeder bellen, maar haar mobiel ging wel over maar werd niet opgenomen. Nu hoop ik maar dat ze inderdaad naar de dokter is en hier straks langskomt, maar omdat alles vandaag misgaat zal je zien dat ze ergens anders heen is.’ Ongeduldig kijkt ze op haar horloge. ‘We wachten nog een kwartier en dan gaan we naar huis’. Haar zus knikt, die kan het kennelijk niet zoveel schelen. Ik vraag de vrouw of ze iets weet over de oorzaak van die stroomstoring, maar ze heeft er niets over gehoord. ’Ze waren wel in de buurt met kabels bezig, maar ik vroeg het daar en ze zeiden dat het er niets mee te maken had. Ik kan me niet herinneren dat het eerder gebeurd is.’ Dan staat haar zus opeens op. ‘Daar komt ma aan’, roept ze bijna juichend. Achter een rollator komt een oudere dame aanwandelen, die verwonderd lijkt dat haar dochters op haar wachten. Ze komt erbij zitten en krijgt het hele verhaal horen. ‘Je hebt me misschien op mijn mobiel gebeld, maar die neem ik als ik naar de dokter ga nooit mee’, zegt de moeder. ‘Ik heb zelf een hekel aan mensen die in de wachtkamer zitten te bellen dus neem ik de telefoon bij doktersbezoek nooit mee.’ Opgelucht stappen ze op.
Maerten







