
Wijkaanpak Bilthoven Zuid: van buren naar buurten
16 juli 2026 om 10:00 OverigDe intenties zijn goed, er gebeuren mooie dingen in Bilthoven Zuid, maar er is ook nog heel veel te doen. Dat zeggen wijkondersteuners Marlène Clarck en Coral Riemersma-Jackson over het project om de wijk veiliger, leefbaarder en gezonder te maken.
advertentie
door Lem van Eupen
Het project ging vorig jaar van start, naar aanleiding van de aanhoudende overlast door jongeren in de buurt, ook bekend als Brandenburg West of Planetenbuurt. De gemeente constateerde dat ze niet echt zicht heeft op wat er speelt in de wijk en dat ze onvoldoende in contact is met ouders en inwoners. Daarnaast werken de maatschappelijke organisaties niet goed samen en dat geldt ook voor de gemeente.
Van buren naar buurten
De gemeente vroeg de Hogeschool Utrecht om te onderzoeken wat er nodig is om het ‘wijkgeluk’ te vergroten. De onderzoekers spraken met wijkbewoners en met professionals op het gebied van sociale zaken, welzijn en zorg. Vertegenwoordigers van de gemeente De Bilt, Woongroen, de GGD, Kunstenhuis Idea, Mens de Bilt, Reinaerde, basisschool Wereldwijs en de huisartsenpraktijk Orion dachten mee over wat er speelt en wat er nodig is.
Belangrijkste conclusie was dat er onvoldoende contact is – zowel tussen inwoners onderling als tussen inwoners en professionals. Wijkbewoners voelen zich niet genoeg gezien en gehoord. Volgens hen richt de gemeente zich vooral op incidenten en op handhaving, en doet ze niet genoeg aan de onderliggende problemen. Daarnaast geven ze aan dat ze steeds minder met elkaar verbonden zijn, door de grote doorstroom van inwoners in de wijk en door culturele verschillen. Professionals erkennen dat beleidskeuzes vaak gebaseerd zijn op procedures, systemen en budgetten, die voor inwoners nauwelijks te volgen zijn.
De onderzoekers adviseerden om op een andere manier te gaan samenwerken. Basis daarvoor: ‘de wensen, behoeften en belangen van de inwoners en andere betrokkenen – de mensen om wie het echt gaat’, zo staat in het rapport ‘Van buren naar buurten’.
Aanbevelingen
De eerste aanbeveling was om twee werelden bij elkaar te brengen: die van de professionals en die van de wijkbewoners. Door elkaar te ontmoeten krijgen beide kanten meer begrip voor elkaar, is de gedachte, en kan beleid gaan aansluiten op de werkelijke behoeften. Zo kan beter gebruik worden gemaakt van de kracht, het talent en de betrokkenheid van inwoners – een tweede aanbeveling. Voor die ontmoetingen moeten ook fysieke plekken zijn, in het bijzonder voor jongeren. Wat verder nodig is, zijn concrete acties zoals een koffie-inloop en buurtevenementen.
Wijkondersteuners
De verbindende schakel tussen professionals en inwoners zijn de wijkondersteuners. Het zijn vier vrouwen die in de wijk wonen, onder wie Clarck en Riemersma. Zij hebben het initiatief genomen om zelf de wijkondersteuning te organiseren. Ze vangen signalen op van inwoners, helpen hen de weg te vinden naar de juiste organisaties en nemen deel aan overleggen met de gemeente.
Clarck en Riemersma hebben het gevoel dat ze inmiddels als volwaardige gesprekspartner aan tafel zitten. Riemersma: ‘Maar de professionals moeten wel wennen aan de nieuwe werkwijze. Dan komen ze met een idee, en dan vragen wij: Wie heb je hierbij betrokken? Luister je wel naar álle bewoners? Heb je hieraan en daaraan gedacht? Kunnen mensen wel op dat tijdstip?’
Hobbels
Waar beiden tegen aanlopen is de moeizame communicatie tussen de verschillende werelden. Wat daarbij niet helpt is de grote hoeveelheid regels en procedures. Zo is het de bedoeling dat de wijkondersteuners in de toekomst een vergoeding krijgen. Clarck: ‘Maar daarvoor moeten we eerst een stichting oprichten, en dat is echt heel ingewikkeld.’ Ook voor simpele activiteiten zijn er allerlei hobbels. ‘Als we een koffie-inloop organiseren is direct de vraag: wie betaalt dan de koffie? En voor een evenement moeten we aangeven hoeveel mensen er gaan komen. Dat weten we vooraf toch niet?’
Voorzieningen
De wijkondersteuners stellen daarnaast vast dat er nauwelijks voorzieningen in de wijk zijn en dat er verwaarloosde plekken zijn. Riemersma: ‘De skatebaan is verdwenen, in het WVT-gebouw is minder te doen, Saltro is weg, de apotheek is een servicepunt geworden. De speeltuinen in de wijk worden slecht onderhouden, er zijn nauwelijks bankjes in de wijk waar ouderen even kunnen uitrusten. De grasvelden bij de flats liggen er leeg bij. Dat is allemaal niet goed voor de leefbaarheid en de gezondheid.’
Het Lichtruim
Riemersma en Clarck zijn daarom positief over de aankoop van Het Lichtruim door de gemeente. Die nam de maatschappelijke ruimtes van het gebouw onlangs voor 15 miljoen euro over van de eigenaar. ‘Dat biedt de kans om er een echte, open ontmoetingsplek van te maken, met activiteiten voor alle leeftijden en achtergronden.’ Daarbij is het belangrijk om in het oog te houden dat de wijk heel divers is, met uiteenlopende behoeften. Ze pleiten daarom voor aangepaste programma’s, bijvoorbeeld met theater voor een jonger publiek.
Vertrouwen
Er zijn daarnaast meer plekken nodig waar het contact op een positieve manier kan groeien en waar mensen zich veilig en prettig voelen. Dat vraagt om investeringen in de openbare ruimte, zoals voor de voetbalkooi. Maar het belangrijkste is misschien nog wel dat de gemeente en de maatschappelijke organisaties de mensen in de wijk vertrouwen, zegt Clarck: ‘Geef mensen de kans om zelf te komen met oplossingen. En geef de buurt de kans om daarbij ook fouten te maken.’
Daarbij is alle kracht en talent die er in de wijk zijn nodig. Nieuwe vrijwilligers zijn daarom van harte welkom, onder andere voor het bestuur van de nieuwe stichting. Wie interesse heeft kan zich melden bij samenbrandenburgwest@gmail.com.















