Maarten Haverkamp met zijn broer, moeder en vrouw bij zijn installatie in 2025.
Maarten Haverkamp met zijn broer, moeder en vrouw bij zijn installatie in 2025. foto gemeente De Bilt

Burgemeester vindt De Bilt nog steeds fantastisch

4 juni 2026 om 12:00 Overig

‘Fantastisch!’ Dat was het woord wat vorig jaar bij Maarten Haverkamp opkwam over zijn eerste maand als burgemeester van De Bilt. En dat woord gebruikt hij nu, een jaar na zijn benoeming, nog steeds. In zijn werkkamer in het gemeentehuis praat hij over zijn ervaringen in zijn nieuwe rol als burgemeester.

advertentie

door Lem van Eupen

‘Ik ben heel dankbaar dat ik dit ambt mag vervullen’, zegt hij. ‘Het is ongelooflijk divers, en veel blijft onzichtbaar. Wat ik het meest bijzonder vind, is de verscheidenheid aan mensen die ik ontmoet. Mensen die in de Quote 500 staan, een vrouw die wanhopig vertelt dat ze veel maand overhoudt aan het eind van haar inkomen, inwoners die moeten onderduiken omdat anderen cobra’s aan hun deur hingen als waarschuwing.’

Wat kunt u voor hen betekenen?

‘Dat je er bent betekent vaak al veel voor mensen. Ik was onlangs bij winkelcentrum Planetenbaan, na een plofkraak. Daar staat dan een kapper in tranen, omdat zijn zaak een ravage is. En die eigenlijk boos is, omdat hij gewaarschuwd heeft dat er iets stond te gebeuren. Die vindt het dan toch fijn dat ik kom, niet om mij als persoon, maar omdat de burgemeester er staat en hij gezien wordt.’

De Bilt staat bekend als een ingewikkelde gemeente. Waar zit volgens u de kern daarvan?

‘Ja, bij de werving van de nieuwe burgemeester was de profielschets daar heel eerlijk over. De Bilt kent een gefragmenteerd politiek landschap, met op dit moment negen heel uiteenlopende fracties in de gemeenteraad. Dat is veel. Daarnaast is er een geschiedenis tussen mensen, waardoor het niet altijd over een onderwerp gaat – er zit een laag onder.’

‘Ook de bevolking is heel divers. Er zijn inwoners die de weg naar de politiek heel goed weten te vinden en hun belangen goed kunnen behartigen. Maar er is ook een hele groep die dat niet weet en niet kan. Een treffend voorbeeld vind ik dat mij bij een wijkbezoek aan de Planetenbuurt werd verteld dat er op een gegeven moment 14 plannen voor woningbouwlocaties waren in de gemeente. Tegen 13 daarvan werden bezwaren ingediend, alleen daar niet. Terwijl er daar al flink wat bebouwing met hoogbouw is.’

‘Verder staan we natuurlijk voor grote opgaven. Ik noem de woningbouw, in combinatie met de aansluitstop voor elektriciteit en bescherming van de natuur. Daarom ben ik ook blij met het besluit van de gemeenteraad om akkoord te gaan met de bouw van 31 woningen aan de Copijnlaan in Groenekan. Het is mooi dat de projectontwikkelaar en de aanpalende boer tot een akkoord zijn gekomen en dat ook buurtbewoners het belang zien. Die hebben natuurlijk ook kinderen die op zoek zijn naar huisvesting, die snappen de behoefte aan nieuwbouw.’

‘Die bereidheid om naar de ander te luisteren zag ik ook bij de discussie rond de komst van een azc. We hebben hier bij het gemeentehuis tegelijkertijd voorstanders en tegenstanders van dat azc gehad. Dat is best spannend, maar beide partijen zagen dat ze er belang bij hadden dat het gesprek respectvol zou verlopen. Ik vond het indrukwekkend dat een vluchteling tegen de tegenstanders zei: u demonstreert tegen mij. En een moeder vertelde dat ze zich zorgen maakte om haar dochter, op basis van ervaringen op andere plekken. Hun verhalen kregen een gezicht.’

Bent u niet huiverig voor een situatie zoals in Loosdrecht?

‘Dit onderwerp is natuurlijk best uitdagend, ook voor raadsleden. Maar ik constateer dat met uitzondering van misschien één partij alle fracties in de gemeenteraad vinden dat de spreidingswet moet worden nageleefd. Als alle procedures zorgvuldig gevolgd zijn en dat leidt tot de conclusie dat het azc er kan komen, dan moet ik als burgemeester natuurlijk nog aan de bak om een bestuursovereenkomst met het COA te sluiten. Daarin moeten ook afspraken worden gemaakt om de veiligheid te borgen. Maar we gaan niet zwichten voor de luidste schreeuwers.’

U hebt in de laatste raadsvergadering ook op vragen van PRO en D66 geantwoord dat er in De Bit in geval van een crisis een noodopvang voor vluchtelingen kan komen.

‘Ja. Laat ik eerst zeggen: als gemeente De Bilt hebben we letterlijk en figuurlijk onze huizen opengesteld om statushouders op te vangen. Wanneer elke gemeente in Nederland dat had gedaan, dan was er nu niet de schrijnende situatie in Ter Apel. Maar het verleden heeft laten zien dat wanneer een beroep wordt gedaan op onze gemeente en onze gemeenschap om mensen op te vangen, dat we dat ook heel goed kunnen. Dat hebben we in 2015 laten zien bij de crisisnoodopvang in Maartensdijk en in 2022 bij de noodopvang voor Oekraïense ontheemden.’

‘Op dit moment wordt er vanuit het COA nog geen concreet beroep op ons gedaan om noodopvangplekken te realiseren. En gezien de demissionaire status van het college en het feit dat de opvang van vluchtelingen onderwerp van debat is geweest tijdens de campagne kan en wil het college op dit moment de stap nog niet zetten om noodopvangplekken aan te bieden zonder eerst in overleg te treden met de raad. Dat laat onverlet dat wanneer er sprake zal zijn van een crisissituatie ik bereid ben om gebruik te maken van mijn speciale bevoegdheden om te voorzien in de benodigde crisisnoodopvangplekken.’

Bij uw aantreden zei u dat u het belangrijk vindt om zelf in gesprek te gaan met de inwoners van alle kernen, mede om het vertrouwen tussen inwoners, bestuur en gemeentelijke organisatie te versterken. Wat is daarvan terecht gekomen?

‘Ik heb het afgelopen jaar gigantisch veel mensen ontmoet. Iemand die vroeger een melkwijk pachtte in De Bilt – dat ging toen nog zo. De oude badmeester van het zwembad. De mensen van de sportverenigingen, de Oranjeverenigingen. Ik ben bij huwelijksjubilea en sportwedstrijden geweest en bij de jaarlijkse bijeenkomst voor ouderen in Westbroek. Maar ik realiseer me dat er ook mensen zijn die heel moeilijk te bereiken zijn.’

‘Wat dat vertrouwen betreft: ik weet natuurlijk niet of ik het echte verhaal te horen krijg. Ik kom wel binnen als de burgemeester, en dan is niet iedereen even open. Tegelijkertijd merk ik dat veel mensen wel vertrouwen hebben in het instituut burgemeester. Soms zien ze mij los van de organisatie, terwijl ik wel het hoofd van de organisatie ben. Maar ik moet ook zeggen dat ik denk dat we soms meer creëren dat er wantrouwen is, dan dat het er echt is.’

De ambtsketen van De Bilt.