
Op ‘t bankje
16 juni 2026 om 18:00 Overigadvertentie
Een moeder komt met haar tienerdochter bij me zitten. De vrouw ziet er wat vermoeid uit. ‘Ik ben blij dat we binnenkort op vakantie gaan. Ik ben er echt aan toe.’ zegt ze met een zucht. De dochter reageert niet. Ze lijkt met haar gedachten ergens anders te zitten. Belangstellend vraag ik de vrouw waar ze naar toe gaan. ‘Frankrijk, we gaan altijd naar Frankrijk. We komen er al jaren. We hadden er bijna een huis gekocht, maar daar hebben we toch maar van afgezien. Ik hou van het Franse landschap, het weer, het eten en de Fransen vind ik ook heel aardig.’ Ik zie het gezicht van de dochter een beweging maken waaruit ik afleid dat zij het daar niet mee eens is. ‘Ik vind ze helemaal niet zo aardig’, zegt ze. ‘Altijd uit de hoogte en ze begrijpen je nooit. Ik wil wel eens ergens anders heen dan altijd dat stomme Frankrijk.’ De moeder kijkt haar verbaasd aan. Dit heeft ze van haar vijftienjarige dochter blijkbaar nog nooit gehoord. Ze lijkt er zelfs een beetje pijnlijk verrast door te zijn. ‘Hoe komt dat zo opeens, dat je het niet leuk vindt om naar Frankrijk te gaan. Je vond het altijd zo leuk en vorig jaar was je zelfs verliefd op een Franse jongen.’ Het meisje kijkt haar moeder onverschillig aan. ‘Ja, dat was vorig jaar, maar ik heb nooit meer wat van hem gehoord. Zo leuk vind ik hem eigenlijk ook niet.’ De moeder moet de nieuwe situatie nog duidelijk verwerken. ‘En waar zou je dan wel naar toe willen’, vraagt ze. Het gezicht van het meisje begint nu te stralen. ‘Naar Aruba, daar zou ik wel naar toe willen.’ De moeder valt bijna om van verbazing. Dit schijnt ze absoluut niet verwacht te hebben. ‘Hoe kom je zo opeens aan Aruba, daar heb ik je nooit over gehoord. Weet je wel wat dat kost om daar te komen.’ Het meisje lijkt daar absoluut niet mee te zitten. ‘Frankrijk is ook erg duur zeg je altijd en Aruba is veel mooier. En ze spreken er ook wel Nederlands.’ De moeder moet nog steeds wat bijkomen. ‘Hoe weet je dat het daar leuker is. Ik heb je nooit eerder over Aruba gehoord. Of heeft iemand op school je hoteldebotel gemaakt.’ Het meisje houdt zich wat afzijdig en kijkt starend naar de grond. ‘Marjolein gaat naar Aruba en ze heeft me een foto’s laten zien van vorig jaar. Ze gaat er elk jaar een maand heen en ze zegt dat het er fantastisch is. Hele mooie stranden en aardige mensen zegt ze. Heel anders dan die gekke Fransen. We kunnen het toch gewoon een keer doen. Ik weet zeker dat jij het ook leuk vindt.’ Ze heeft haar enthousiasme lang in moeten houden, maar nu ze haar ei kwijt is, is ze niet meer te stoppen. ‘Mooie stranden, leuke winkels, lekker eten.’ Ze haalt er alles bij wat haar moeder leuk vindt om haar over te halen. ‘En we mogen helemaal gratis bij de opa en oma van Marjolein logeren. Die hebben daar een heel groot huis.’ Daar zal ze niet van terug hebben moet het meisje denken. De moeder schudt haar hoofd. ‘Ik zou er toch maar rekening mee houden dat we naar Frankrijk gaan. Je vader ziet je aankomen.’
Het meisje kijkt wat onverschillig en niet eens erg teleurgesteld want ze zal dat antwoord wel verwacht hebben. Misschien zal ze haar vader gaan proberen te bewerken, maar of ze die weet over te halen weet ik natuurlijk niet, maar ze lijkt me wel een doorbijtertje.
Maerten












