Afbeelding
.

Op ‘t bankje

26 mei 2026 om 18:00 Overig
advertentie

De temperatuur is dit jaar na de IJsheiligen nog aan de koude kant gebleven. Voor moestuiniers betekende het einde van de IJsheiligen, die van 11 tot en met 15 mei zijn, dat eenjarige planten in de volle grond gezet kunnen worden, omdat dan de kans op schadelijke nachtvorst dan klein is. De klimaatverandering maakt aan deze oude wijsheden inmiddels al een einde. Maar nu is het eindelijk stukken warmer geworden en zie ik zittend op het bankje na een plezierige ochtendwandeling alweer veel wandelaars voorbijkomen. Na een tijdje wordt mijn blik getrokken door een man en een vrouw die langzaam mijn kant opkomen lopen. Normaal kijk je gewoon, maar omdat de man behoorlijk dik is en de vrouw naast hem juist heel mager wend ik, om geen voyeur te lijken, mijn blik af. Dichterbij komend hoor ik de man bij iedere stap hijgen en bij het bankje maakt de man aanstalten om bij me te komen zitten. Ik schuif naar de kant om hem ruimte te geven. Met een diepe zucht ploft hij op het gelukkig stevige bankje neer. De wandeltocht heeft hem veel moeite gekost en het zweet staat op zijn voorhoofd. ‘Even wat bijkomen want we hebben al een hele tippel gemaakt’, zegt hij en puft daarbij nog maar eens een keer om mij te overtuigen dat hij een behoorlijke prestatie geleverd heeft. De vrouw die naast hem gaat zitten glimlacht tevreden. Liefdevol veegt ze met een tissue het zweet van zijn voorhoofd. De man heeft zo te zien duidelijk plezier in het leven en lijkt niet gebukt te gaan onder zijn gewicht. Hij vertelt dat hij illustraties van kinderboeken maakt en thuis werkt. ‘Een zittend bestaan en dan kom je al gauw wat aan’, zegt hij met zelfspot. Hij maakt zelf allerlei grapjes over zijn omvang. ‘Als ik ga lijnen dan is het met buslijnen. We betalen daarvoor nu nog allebei hetzelfde voor een ritje. Bij sommige vliegtuigmaatschappijen zou ik nu voor twee plaatsen moeten gaan betalen, maar dat is me tot nu toe niet overkomen.’ De vrouw mengt zich nu ook in het gesprek. ‘Als we samen reizen zouden ze best ons gemiddelde gewicht kunnen hanteren. Dat heb ik bij het reisbureau ook wel eens gezegd, maar die kunnen natuurlijk ook niets aan die maatregel veranderen.’ Nu de man zelf over zijn gewicht is begonnen durf ik ook wel te vragen of hij op straat wel eens opmerkingen van mensen krijgt. Hij begint te lachen. ‘Mijn gehoor is prima en dan hoor ik ze nog wel eens opmerkingen met elkaar maken, maar het doet me niet veel. Sommige mensen maken er een grapje over dat ik zelf ook wel kan waarderen, maar de meeste opmerkingen zijn erg flauw. Zo van, kijk daar heb je wat en half wat, als we samen op straat lopen. Maar je raakt eraan gewend. Als we met onze twee dochters op stap zijn is het wat anders. Die zijn niet op hun bekje gevallen en als zij opmerkingen horen dienen ze die mensen gelijk van repliek.’ Hij vertelt dat er eens een opzichtige zwaar opgemaakte vrouw voorbijkwam die zei dat ze hem beter konden rollen omdat dat sneller zou gaan. Zijn ene dochter hoorde het en liep meteen naar de vrouw toe. ‘En jou kunnen ze beter als pop in een etalage zetten want je lijkt net een etalagepop’, zei ze brutaal. Hij moet er nog om lachen. De vrouw veegt nog wat zweet van zijn voorhoofd en staat dan resoluut op. ‘Kom schat, we gaan weer.’ Ze helpt hem voorzichtig overeind en rustig wandelen ze verder.

Maerten