
Op ‘t bankje
14 april 2026 om 18:00 Overigadvertentie
De twee heren die al op het bankje zitten begroeten me met een uitnodigend: ‘Kom erbij zitten, plaats genoeg.’ Ze nemen waarschijnlijk al geruime tijd niet meer deel aan het arbeidsproces, maar ze hebben nog wel over allerlei onderwerpen een mening. De oorlogen in Oekraïne en het Midden-Oosten doen ze denken aan de naoorlogse periode in Nederland, de tijd waarin ze opgroeiden. ‘Toen mijn ouders mij hadden gekregen kwamen ze pas in aanmerking voor een woning. Ook toen was er woningnood en ze woonden in bij mijn opa en oma van moederskant waar ik ben geboren. Toen mijn ouders daar vertrokken waren kon de jongere zus van mijn moeder trouwen en er gaan inwonen. In die tijd was samenwonen voor het huwelijk nog een taboe. Mijn jongste dochter had al twee kinderen voor ze ging trouwen maar in mijn jonge jaren was dat een schande. Ik weet nog dat ik voor mijn oma tegels door de poort naar haar achtertuin moest brengen. Voor een jochie van een jaar of tien was dat best zwaar werk. Als beloning kreeg ik een dubbeltje, niet veel maar je kon daar in die tijd wel een ijsje voor kopen. Toen ik op de middelbare school zat moest er vijftig gulden schoolgeld betaald worden en toen moest ik van mijn vader aan de directeur vragen of het in termijnen betaald kon worden. Ik kan niet zeggen dat we het arm hadden, maar schraal was het wel.’ Hij zucht even diep en zwijgt. Het geeft de andere man de gelegenheid om ook wat te zeggen. Hij vertelt dat de grote veranderingen pas in de zestiger jaren kwamen. ‘De problemen nu zijn vaak luxeproblemen, maar we hebben nog wel een voedselbank nodig.’ Zijn kleindochter is stewardess bij de KLM. ‘Ze heeft het geweldig naar haar zin. Ze komt overal en heeft altijd mooie verhalen. Maar als je ziet dat de KLM-directeur een enorme bonus krijgt en diezelfde directeur van het personeel een offer vraagt dan vraag je je af waar ze mee bezig zijn.’ De man heeft vier kleinkinderen die allemaal gestudeerd hebben en mooie banen hebben. ‘Ik weet nog dat de bakker bij ons in de buurt een zoon had die dokter geworden was. Dat was heel uitzonderlijk. Meisjes gingen meestal naar de huishoudschool. Mijn tantes gingen daarna vaak als huishoudelijke hulp bij mensen werken. Mijn tante Mien vertelde er wel eens over. Als je vroeger zei dat er een telefoon zou komen waar je mekaar ook kon zien dan verklaarden ze je voor gek. Maar ja ontwikkelingen gaan door maar er gebeurt zoveel in de wereld en dat verontrust me wel een beetje. Mijn kinderen zeggen wel eens dat er vroeger ook van alles aan de hand was, maar dat wist je niet. Nu komt alles meteen je huiskamer binnen. Mijn kleinzoon zegt wel eens als iemand in Australië een wind laat kun je het hier horen.’ In korte tijd komen bijna alle wereldproblemen langs en de mannen hebben voor alles wel een oplossing. ‘Mijn vader begon al op zijn dertiende te werken.’ Weer is er een onderwerp gevonden waar ze het over eens zijn. ‘Maar die jongeren beginnen alweer te klagen dat ze de AOW van een oudere generatie moeten opbrengen. Alsof wij er niet voor gezorgd hebben dat ze nu zoveel mogelijkheden hebben.’ De man naast hem knikt instemmend. ‘Ze hebben van alles, maar voor een ander hebben ze niks over. Mijn kleinkinderen zijn gelukkig anders. Die zeggen er geen enkele moeite mee te hebben.’ Ik vind het wel genoeg zo, wens ze een prettige dag en stap op.
Maerten













