
Op ‘t bankje
23 september 2025 om 18:00 Overigadvertentie
De vrouw en de jongen van een jaar of twaalf komen bij me op het bankje zitten. Het zijn een oma en haar kleinzoon merk ik al gauw. ‘Waar blijven ze nou’, moppert de vrouw.’ Ze kijkt naar mij en zegt: ‘Mijn dochter en schoonzoon moesten nog even een cadeau kopen voor het huwelijk van de dochter van mijn zus en daarna zouden ons hier oppikken.’ Ik schat de situatie een beetje in. De oma ziet er heel verzorgd uit. Ze heeft zo te zien nieuwe kleren gekocht en is voor het feest nog naar de kapper geweest. Haar kleinzoon, Max heet hij, is ook in het nieuw gestoken. De jongen ziet er ook netjes uit en heeft overeind staand haar met heel veel gel. Hij draagt een brilletje dat helemaal bij hem past. Het lijkt me een pienter manneke dat het vast heel goed op school zal doen. ‘Geen stress oma, ze komen heus wel hoor.’ Hij kijkt haar vrolijk glimlachend aan en het vertedert de vrouw zichtbaar. ‘Het is toch zo’n lekker jong’, zegt ze met een verheerlijkte blik tegen mij. De jongen weet dat hij bij oma een potje kan breken, dat is wel duidelijk. ‘Je kan ze toch een appje sturen en vragen hoelang het nog duurt’, zegt hij. Een appje, hoe moet dat, zie ik haar denken. Uit haar tas pakt ze een mobieltje dat ze waarschijnlijk nog niet zo lang heeft en kijkt er wat hulpeloos naar. Max kent zijn oma en weet dat ze hem niet zal vragen hoe ze een appje moet versturen, maar hij weet ook dat die hulpeloze blik voor hem een uitnodiging is om de zaak over te nemen. ‘Zal ik ze vragen hoelang het nog duurt, geef maar hier die telefoon. Ik heb whatsapp op je telefoon gezet.’ Hij krijgt meteen een beeldverbinding met zijn moeder die zegt dat ze het cadeau aan het inpakken zijn en gauw komen. Oma blijkt nu wat opgelucht te zijn. ‘Zijn moeder wil altijd een origineel cadeau kopen als er iets is. Dat is ook iedereen van haar gewend, dus verwachten ze ook altijd iets aparts van haar’, vertelt ze. ‘Ik moet er zelf niet aan denken om stad en land af te lopen voor een cadeautje. Wat dat betreft doe ik het gemakkelijker. Ik koop gewoon een mooie kaart en doe er wat geld in, dan kunnen ze zelf kopen wat ze willen.’ Over haar kleinzoon zegt ze: ‘Die jongen is toch zo ontzettend bijdehand. Ik heb wel een computer voor e-mailtjes en zo, maar als ik ergens niet uit kom bel ik Max, dan is het zo opgelost. Ik ben iedere keer verbaasd dat hij dat allemaal kan.’ De jongen luistert quasi onverschillig, maar je ziet hem glimmen. ‘Is de bruiloft ver hier vandaan’, vraag ik. ‘In de buurt van Enschede en dat is best ver’, antwoordt ze. ‘Ze wonen op een boerderij waar ze het ook vieren. Een echte ouderwetse boerenbruiloft. Twee jaar geleden trouwde de broer van de bruid, daar ben ik toen ook geweest. We blijven er slapen want het wordt vast heel laat.’ Max heeft intussen een boekje uit zijn tas gehaald en zit aandachtig te lezen. Met dat brilletje en die opstaande haren vind ik zijn gezicht wel iets van een vogelkop hebben. Ik probeer te bedenken wat voor soort vogel, maar opeens weet ik het. Een uil, ja een uilenkoppie, misschien zijn ze zo ook wel aan het woord uilenbril gekomen. Even later stopt er een auto voor het bankje, oma en Max stappen in en de reis kan beginnen.
Maerten













