
Waardige herdenking Japanse capitulatie
20 augustus 2025 om 10:00 Overigdoor Guus Geebel
advertentie
Vrijdag 15 augustus vond bij het oorlogsmonument naast gemeentehuis Jagtlust de tachtigste herdenking van de overgave van Japan plaats. De capitulatie betekende in Nederlands-Indië dan wel het einde van de Tweede Wereldoorlog, maar de gevolgen van de Japanse bezetting lieten voor degenen die de bezetting meemaakten, maar ook voor de volgende generatie, tot op de dag van vandaag hun sporen na.
De muzikale omlijsting bij de herdenking werd verzorgd door het harmonieorkest Kunst en Genoegen uit Maartensdijk onder leiding van John Leenders. Esmee Aarsman blies het signaal Taptoe. Rómulo Döderlein de Win van het herdenkingscomité heet de aanwezigen hartelijk welkom. Een bijzonder woord van welkom is er voor Joke Baars-Koenders, erkend kleindochter van de Sultan van Solo. Zij mag de titel Bandoro Raden Ayu voeren. Haar zonen kregen de titel Raden Mas en haar kleindochter Raden Adjeng. Verder is een speciaal welkom voor gedeputeerde André van Schie van de provincie Utrecht, burgemeester Maarten Haverkamp, de nestor van de gemeenteraad Werner de Groot en gastspreker Marieke Fréquin-Delmaar.
Gewijde aarde
Rómulo vertelt dat het 30 jaar geleden is dat Jeanne Hildering het initiatief nam om in de gemeente De Bilt de allereerste Indië-herdenking binnen de provincie Utrecht te houden. Verder werd bij de herdenking in 2010 aarde van de Erebegraafplaats Kalibanteng vermengd met de grond onder het Bilthovense monument. De zusters van de Choorstraat hebben geregeld dat de aarde hierheen kwam. Een koperen plaquette aan de voet van het monument herinnert hieraan. De toen aanwezige monseigneur Bär zegende daarna de gemengde grond in. Hij hield toen ook een ontroerende toespraak over zijn eigen gevangenschap in een jongenskamp tijdens de Japanse bezetting. Op 8 maart van dit jaar overleed monseigneur Bär op 96-jarige leeftijd en werd onder grote belangstelling begraven in Rotterdam waar hij bisschop is geweest. Rómulo eindigt zijn toespraak met: ‘De wereld staat in brand, nog niet eerder was de dreiging van een nucleaire oorlog zo groot, en als wij straks na het signaal Taptoe 1 minuut stilte in acht nemen, is het wellicht goed om ook hier even bij stil te staan, en te bidden voor een duurzame vrede in deze arme wereld.’
Kille ontvangst
Burgemeester Maarten Haverkamp zegt in zijn toespraak dat de capitulatie een definitief einde aan de Tweede Wereldoorlog maakte. ‘Maar voor velen in Nederlands-Indië betekende het ook weer het begin van nieuwe verschrikkingen als gevolg van de bloedige onafhankelijkheidsstrijd. Die strijd dwong veel mensen voor wie Nederlands-Indië hun thuis was, uiteindelijk om naar Nederland te gaan. Zij vertrokken uit een land dat hen lief was, naar een land dat zij vaak nauwelijks kenden en kregen een kille ontvangst. Generaties lang waren zij opgevoed binnen de Nederlandse cultuur. Maar eenmaal hier, werden ze niet als Nederlander gezien.’ De burgemeester vertelt dat ze niet anders konden doen dan de schouders eronder zetten, bescheiden en beleefd zijn en hun mond houden. Precies zoals zij onder de bezetting hadden moeten doen. Zonder te klagen. ‘Wat konden zij anders doen, dan hun kinderen opvoeden tot modelburgers zodat die zo min mogelijk zouden opvallen. Het verdriet en de trauma’s van de eerste generatie, kwamen zo terecht op de schouders van de tweede generatie. Die moest vooral bewijzen Nederlander te zijn ‘
Verhalen
De burgemeester gaat in op de gevolgen daarvan en vooral het grote zwijgen. ‘Nederland wist eigenlijk niets over de oorlog en de ontberingen in Nederlands-Indië en had genoeg aan de eigen oorlogservaringen in Europa. De verhalen van hen die de grote ontberingen van de Japanse bezetting en de Bersíap-tijd hadden meegemaakt, vonden hier geen weerklank. Nederland had genoeg aan zichzelf en zo verstomden de verhalen en ontstond het Indische zwijgen. Opa’s en oma’s, vaders, moeders en kinderen kwamen in een stille, eenzame wereld terecht. Gelukkig wordt het zwijgen steeds vaker verbroken.
Er is steeds meer aandacht voor de oorlog in Azië, die evengoed de oorlog van ons Koninkrijk was. Er is steeds meer erkenning van het leed dat mensen indit deel van ons Koninkrijk moesten doorstaan. Gelukkig zien we nu ook een groeiend zelfbewustzijn, juist bij de tweede en derde generatie die helpt een stem te geven aan hen die hun stem kwijtraakten.’
Gezamenlijk
‘Vandaag is het precies 80 jaar geleden, dat de Japanse bezetter capituleerde. De Tweede Wereldoorlog was definitief voorbij. Maar voor velen in Nederlands-Indië begon een nieuwe strijd, met nieuwe ontberingen, met nieuw verdriet. Ook daarvan willen we getuigen tijdens deze jaarlijkse herdenking op 15 augustus. Daarom herdenken we vandaag alle slachtoffers van het Japanse oorlogsgeweld in de koloniale samenleving in de Archipel en de verschrikkelijke jaren van de onafhankelijkheidsstrijd die daarop volgde. Vandaag getuigen wij hier samen van deze geschiedenis. Een geschiedenis die zich niet langer laat negeren. Een geschiedenis die onze gezamenlijke geschiedenis is.’
Herdenken
Marieke Frequin-Delmaar vertelt dat tijdens de Japanse bezetting haar vader en zijn familie intens hebben geleden in de kampen en door het verlies van een geliefde zoon en broer in de Slag in de Javazee. In het machtsvacuüm direct na de capitulatie was er veel geweld tegen iedereen die ervan verdacht werd Nederlandsgezind te zijn. Het daaropvolgende grootschalige oorlogsgeweld, de ongekend grote ontheemding en de kille ontvangst in Nederland werken tot op de dag van vandaag door in volgende generaties. Zij noemt het belangrijk om 15 augustus te blijven herdenken. ‘Want we mogen nooit vergeten welke gruwelen de oorlogsomstandigheden in Nederlands-Indië hebben gebracht. Juist nu de generatie van ooggetuigen er bijna niet meer is moeten we de verhalen van toen bewaren en vertellen.’
Doorvragen
Marieke Delmaar is in 1958 in Velp geboren. Zij vertelt haar familiegeschiedenis die begon met haar over-overgrootvader Claas Delmaar. Hij kwam in 1767 als jongen in Batavia aan en behoorde tot de zogenaamde Perkeniersfamilies, die op grote landerijen kruiden als nootmuskaat gingen verbouwen. Hij werd uiteindelijk resident van Aij, een van de Banda eilanden. ‘Mijn vader was Aeisso Delmaar, geboren 1914 in Djokakarta. Mijn moeder was Jeanette Kreulen uit Rotterdam. ‘Als oudste dochter had ik een sterke band met mijn vader. Ik belichaamde veel wat hij had willen zijn als hij geen oorlog had hoeven meemaken. Door hem werd ik meegesleurd in verhalen over de krijgsgevangen tijd in Birma en Siam. Hoewel veel mensen zeggen dat ze niet willen praten over de oorlog had ik toch wel zo’n speciale band met mijn vader dat ik gewoon kon doorvragen en dan ook antwoord kreeg.’
Ontberingen
Marieke kwam zo veel te weten over de verschrikkingen die haar vader heeft moeten doorstaan. Hij studeerde in 1936 af als ingenieur in Bandung en moest daarna in militaire dienst als milicien-sergeant. Na de Japanse inval werd hij krijgsgevangene gemaakt en tewerkgesteld aan de beruchte Birmaspoorweg. In totaal heeft de aanleg van die spoorweg aan 99.044 gevangenen het leven gekost, waaronder 2782 Nederlanders. Arnout van Genderen was daar een van de beste vrienden van haar vader. Hij schreef een dagboek over de tijd in het kamp en de verdere periode van de Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië. ‘Hij heeft in deze publicatie, die nog niet officieel uit is, een notitie toegevoegd, opgedragen aan mijn vader.’ Marieke leest voor wat hij op 16 augustus 1945, een dag na de capitulatie schrijft. ‘Wat mij het meest opvalt in dit dagboek is dat de hoofdpersoon en degenen om hem heen, zoals mijn vader, in het begin nog de macht hadden over hun eigen gezondheid en handelen. In de loop der tijd worden ze steeds meer bevangen door de gevolgen van de mishandelingen door de Japanners.’ Marieke leest een gedicht van krijgsgevangene Willem Brandt voor waarin hij beschrijft hoe zo’n kamp moet zijn geweest.
Rijsttafel
Na de bevrijding werkte haar vader nog in Denpasar als Hoofd Residentie Waterstaat Bali-Lombok, en van 1949-1950 in Koepang voor de Timor-archipel. In oktober 1950 krijgt hij op verzoek eervol ontslag uit de Indonesische Waterstaatdienst. Mijn vader werkte hier mee aan aanleg van de wegen A28, A50 en A1. Hij ontwierp ook de mooie tuibrug bij Ewijk. ‘Als mijn vader over Indonesië vertelde, was dat het liefst over de positieve dingen. Maar als ik er specifiek naar vroeg, sprak hij ook over de ontberingen die hij tijdens de Tweede Wereldoorlog had doorstaan. Zoals velen met roots in Indonesië, aten we vrijwel elke zondag met familie en vrienden Indische rijsttafel. De Indische rijsttafel is trouwens pas nog tot cultureel erfgoed verklaard.’
Vrijheid
‘Voor velen, zo ook voor mijn vader, was het geloof een belangrijk houvast in de zware oorlogs- en kamptijd. Wat ik me nog goed herinner is dat tante Ems, een van de zussen van mijn vader, mij vertelde dat zij als eerste een briefje van mijn vader had gekregen met het bericht eind 1945 dat hij veilig het jappenkamp had overleefd. Tot die tijd waren zij allemaal onzeker over elkaars omstandigheden. In Nederland woonde mijn vader eerst bij de familie van dominee Duk in Groningen. Daar had hij een functie als ingenieur bij de Heidemaatschappij. Dominee Duk kwam toen mijn zusje en ik nog klein waren, nog wel eens bij ons in Velp, natuurlijk Indisch rijsttafelen. Ondanks het feit dat mijn moeder een puur Hollandse Rotterdamse was, had ze, zoals ook ik, in de loop der jaren van mijn tantes goed geleerd Indische rijsttafel te maken. Als oud-militair kon mijn vader ook wel streng en gedisciplineerd zijn. Op deze belangrijke dag van herdenken en bezinning, is het goed als we zo, ook al staan we in een wereld met grote conflicten soms tegenover elkaar, van mens tot mens naast elkaar blijven staan. De wereld van nu heeft dat hard nodig. Laten we iedere dag blijven werken aan vrijheid, gisteren, vandaag, en in de toekomst want vrijheid is niet vanzelfsprekend’.
Kranslegging
Na de toespraken volgt de kranslegging. De eerste krans wordt gelegd door Bandoro Raden Ayu Joke Baars en drie van haar zonen Raden Mas Bert, Menno en Karel, namens de provincie Utrecht legt gedeputeerde André van Schie een krans. De derde krans wordt namens het gemeentebestuur gelegd door burgemeester Maarten Haverkamp en nestor van de gemeenteraad Werner de Groot. De vierde krans wordt geplaatst door Marieke Fréquin-Delmaar en Jane Ho-Liem. Na het Taptoesignaal en een minuut stilte speelt Kunst en Genoegen twee coupletten van het Wilhelmus. Daarna gaat de halfstok hangende vlag in top en begint het defilé langs het monument. Traditioneel wordt de herdenking afgesloten met koffie, thee en spekkoek.

















