Burgemeester Sjoerd Potters tijdens zijn toespraak.
Burgemeester Sjoerd Potters tijdens zijn toespraak.

Verhalen over Japanse bezetting werden niet verteld maar hadden wel gevolgen

17 augustus 2022 om 09:00 Algemeen

door Guus Geebel

advertentie

Maandag 15 augustus vond bij het oorlogsmonument naast gemeentehuis Jagtlust de 77ste herdenking van de capitulatie van Japan plaats. De capitulatie betekende in Nederlands-Indië dan wel het einde van de Tweede Wereldoorlog, maar voor velen laten de gevolgen van de Japanse bezetting tot op de dag van vandaag hun sporen nog na.

Met een hartelijk welkom opent Rómulo Döderlein de Win van het herdenkingscomité de herdenkingsplechtigheid. Een bijzonder woord van welkom heeft hij voor de Utrechtse commissaris van de Koning Hans Oosters. De muzikale omlijsting bij de herdenking werd voor de tiende keer verzorgd door het harmonieorkest Kunst en Genoegen uit Maartensdijk, onder leiding van John Leenders. Esmee Aarsman blies het signaal Taptoe. 

Nooit voorbij
‘Je kunt mensen uit oorlogen en conflicten halen, maar kun je oorlogen en conflicten ook uit mensen halen’, vraagt burgemeester Sjoerd Potters zich in zijn toespraak af. ‘Voor wie in een oorlog heeft geleefd en geleden, is het daarna nooit echt voorbij.’ Na de Japanse capitulatie begon voor mensen opnieuw een gewelddadige periode met de bersiap en de onafhankelijkheidsstrijd. ‘Opnieuw werden mensen van hun vrijheid beroofd en vastgezet in kampen, was er vernedering, honger en gebrek en werden dierbaren van elkaar gescheiden. Zo’n 300.000 mensen werden in de jaren die volgden, naar Nederland verscheept. Sommigen vrijwillig, anderen werden gedwongen om naar een land te vertrekken dat zij nauwelijks kenden.’

Zwijgen
Nederland was nog volop bezig de eigen wonden te likken na vijf jaar Duitse bezetting. Er was bij de bevolking nog weinig ruimte en aandacht voor het leed en verdriet van anderen. Veel mensen hadden nauwelijks een beeld van hoe er in Nederlands-Indië was geleden. ‘De nieuwkomers voelden zich hier ontheemd. Zij ontwikkelden een overlevingsstrategie die erop neerkwam, tanden op elkaar, niet zeuren, zwijgen’, aldus de burgemeester. ‘Maar de oorlog en de strijd die hun leven hadden bepaald, was daarmee niet uit hun systeem. Kinderen en kleinkinderen van degenen die de verschrikkingen van de Japanse bezetting en de bersiap meemaakten, zeggen vrijwel zonder uitzondering dat hun vader of moeder, opa of oma er lang niet over konden spreken.’

Gevangene
De burgemeester maakt dit duidelijk met een voordracht die Maddy, een leerling van een middelbare school, twee jaar geleden hield bij het Indisch Monument in Den Haag. ‘Vertrouw ons met uw verhaal’, was de oproep. ‘Zodra we elkaars verhalen kennen, begrijpen we elkaar beter.’ Potters vertelt ook over een documentaire waarin de acteur Eric Schneider vertelt hoe hij als zevenjarig jongetje in Nederlands-Indië met zijn moeder en een broertje geïnterneerd werd. Een tweede broertje werd in een ander kamp ondergebracht. ‘Meer dan anderhalf jaar zagen zij elkaar niet en wisten zij niet of zij elkaar ooit terug zouden zien. Van een kind dat gewend was in alle vrijheid te spelen in de jungle achter zijn huis en zich beschermd wist door zijn baboe, werd hij een gevangene. Hij leed honger en zag hoe zijn moeder en de andere vrouwen in het kamp dagelijks werden vernederd.’

Spelen
‘Eric Schneider trok zich terug in zijn eigen wereld. Hij tekende zijn ervaringen weg, klaagde niet, om het niet nog moeilijker te maken voor zijn moeder. Hij speelde dat de oorlog er niet was. Hij speelde dat zijn moeder geen verdriet had. Hij speelde dat hij volwassen was. Dat klinkt onschuldig, maar een kind dat speelt dat hij een volwassene is, omdat er door de oorlog geen ruimte is om kind te zijn, brengt de oorlog bij zichzelf naar binnen. In een documentaire over hun vader vertellen de zoons van Eric Schneider over de impact hiervan op zijn verdere leven, en op hun leven. Zo moesten de zoons altijd flink zijn. Als zij iets vervelends meemaakten, moesten de kiezen op elkaar. Ze moesten net zo flink zijn als hun vader was geweest in het kamp. Al begrepen ze niet wat hij daar had meegemaakt.’

Onlosmakelijk
‘Waarom en met welke gevoelens u hier ook bent, het feit dat wij hier met elkaar zijn en de capitulatie van Japan herdenken, die tegelijkertijd het begin van de Bersiap betekende, verbindt ons steviger met elkaar. Laat er ruimte zijn voor gevoelens en verhalen. Laat er gelegenheid zijn voor iedereen om stil te staan bij de eigen herinneringen aan die periode. Misschien staat u vandaag stil bij uw eigen herinneringen aan de Japanse bezetting en de periode daarna. Misschien staat u stil bij hoe de oorlog en de periode daarna uw leven hebben bepaald. Misschien bent u hier om eer te bewijzen aan dierbaren die deze periode niet hebben overleefd. De oorlog ging voorbij maar blijft tegelijkertijd een onlosmakelijk deel van ons leven’, aldus de burgemeester.

Liefde
Vivian Veldman-Erlemeyer kind van de derde generatie vertelt vervolgens haar levensverhaal. ‘Ik ben de dochter van een Duitse vader en een Indonesische moeder. Heel lang heb ik gedacht dat alleen mijn vader last had van de gevolgen van de Tweede Wereldoorlog. Hij was immers een kind van een Duitse militair en een Nederlandse moeder. De eerste 10 jaar van zijn leven woonde hij bij de nonnen in Aken omdat mijn overgrootouders niets van zijn bestaan mochten weten.’ Toen hij naar Nederland kwam was er voor hem geen echte moederlijke liefde. Het gebrek aan liefde voor hem, heeft hij in zijn leven ruimschoots goed gemaakt aan liefde voor mijn broer en mij.’

Militair
Vivian vertelt het levensverhaal van haar opa, Lodewijk Joop Pattynama, die op 14 juli 1914 in Gombong op Java werd geboren als oudste kind in een gezin met 10 kinderen. Na zijn geboorte kwamen er nog 3 zusjes en 6 broertjes. Als haar opa bijna 21 is wordt hij als dienstplichtig soldaat ingelijfd bij de automobieldienst. Na zijn groot verlof eind 1935 treedt hij in maart 1936 in werkelijke dienst. In 1937 werd hij bij de koloniale troepen geplaatst als fuselier bij het 1e Depot Bataljon in Bandoeng. Eind 1938 gaat hij over van de infanterie naar de genie en wordt in1939 benoemd tot soldaat eerste klasse. In dat jaar trouwt hij voor de eerste keer. Samen zullen zij 2 dochters krijgen. 

Naar verhaal
De Tweede Wereldoorlog is dan al even aan de gang en op 8 maart 1942 wordt haar opa als Brigadier Automobilist krijgsgevangen genomen en komt terecht in een kamp op Java. Op 15 augustus 1945 wordt hij in Singapore bevrijd. Zijn broertje overlijdt op 13 januari 1944 op 26-jarige leeftijd in Japan ten gevolge van longontsteking. ‘Mijn oudoom is bijgezet op het ereveld van Menting Pulo in Djakarta. Het huwelijk van mijn opa zal deze periode niet doorstaan. Hij wordt door zijn vrouw in de steek gelaten en zij neemt dochter Sylvy mee. Opa heeft hen nimmer meer gezien. Niet alleen zijn dochter verloor hij uit het oog, zijn ouders waren nu ook allebei overleden. Overgrootopa stierf al eerder, vermoord door zijn schoonzoon, die ook Marrie, het 18-jarige zusje van mijn opa vermoordde. Ik vind dit een heel naar verhaal in onze familiegeschiedenis.’

‘Mijn opa trouwt opnieuw, ditmaal met Frida Lohn en samen krijgen zij mijn ooms Reggie en Rob, en mijn moeder Jola. Binnen defensie wordt hij nog een aantal keer bevorderd en wanneer mijn opa na de soevereiniteitsoverdracht eervol wordt ontslagen uit het KNIL maakt hij op 26 juli 1950 de overstap naar de Koninklijke Landmacht. Op 10 augustus 1950 vertrekken mijn opa en oma met hun kinderen naar Nederland en komen op 6 september 1950 in Amsterdam aan. Ze wonen in opvangkampen. Eerst in Middelburg, hier wordt mijn oom Ben geboren, vervolgens Bergen en via Alkmaar, waar mijn oom Harry wordt geboren, komen ze in Ede terecht. Op 23 augustus 1954 wordt haar oom Fred geboren. Oma Frida overlijdt nog diezelfde dag in het kraambed. Opa blijft achter met 7 jonge kinderen. In eerste instantie worden de kinderen verdeeld over familie, maar later worden zij, vanuit de kerk, allemaal in een gezin geplaatst in Ede. ‘Vrij snel zal mijn opa hertrouwen met mijn oma Bep. Ze krijgen samen nog 2 zoons.’

Bronbeek
Opa wordt op 1 oktober 1957 als adjudant eervol ontslagen op medische gronden met toekenning van levenslang dienstpensioen. Uiteindelijk komt het gezin terug naar Ede en blijft opa tot aan zijn verhuizing naar Bronbeek wonen in de Huygensstraat. Vivian heeft daar heel fijne herinneringen aan. ‘Opa was een stille man maar voor mij ontzettend lief. Dat hij dit niet voor zijn kinderen was heb ik wel begrepen uit de verhalen van mijn moeder. De laatste paar jaar van zijn leven woonde hij in Bronbeek. De laatste keer dat ik hem in levenden lijve zag was op 10 januari 1998. Ik weet het nog heel goed, hij lag in bed en ik bevochtigde zijn lippen met een wattenstaafje. Opa was op en zijn sterven was aanstaande. Toen ik wegging gaf ik hem een knuffel en keek bij de deur nog één keer achterom. Opa zat rechtop in bed en zwaaide me gedag, alsof hij wist dat dit het afscheid was. Die nacht stierf hij, 83 jaar oud.’

Gesprekken
‘Opa heeft met niemand gesproken over zijn tijd in de kampen. Voor ons blijft het gissen wat hij allemaal heeft meegemaakt maar het laat zich raden. Misschien is het zwijgen over toen wel typerend voor de generatie van mijn opa. Het is aan ons, de derde generatie en verder, om de verhalen van toen door te blijven geven. Ik dacht geen verhaal door te kunnen geven omdat het niet verteld was, maar ook door te zwijgen zijn er zaken gevormd en de gevolgen van de verschrikkingen in het kamp tastbaar. Het heeft niet alleen mijn opa gemaakt tot de man die hij geworden is maar, het heeft zich ook door vertaald naar zijn kinderen en indirect zijn kleinkinderen. Dat ik hier vandaag sta in sarong en kabaja is niet alleen uit respect naar mijn opa maar ook omdat ik trots ben op waar ik vandaan kom.’ Vivian sluit haar verhaal af met een gedicht van Jessica Antonio.

Kranslegging
Na de toespraken legt Commissaris van de Koning Hans Oosters namens de provincie Utrecht de eerste krans bij het monument. Vervolgens leggen burgemeester Sjoerd Potters en echtgenoot Tony van Maanen namens het gemeentebestuur een krans. Vivian Veldman-Erlemeyer legt met haar broer namens alle aanwezigen een krans. Na het Taptoesignaal en een minuut stilte speelt Kunst en Genoegen twee coupletten van het Wilhelmus. Daarna gaat de halfstok hangende vlag in top. Rómulo Döderlein de Win dankt in zijn slotwoord Sera de Groot voor haar inzet bij het herdenkingscomité.


Burgemeester Sjoerd Potters tijdens zijn toespraak. - Credit


Vivian Veldman-Erlemeyer vertelt haar familiegeschiedenis. - Credit


Esmee Aarsman van het harmonieorkest Kunst en Genoegen blies het signaal Taptoe. - Credit


Veel bezoekers woonden de herdenking bij. - Credit

Vivian Veldman-Erlemeyer vertelt haar familiegeschiedenis.
Esmee Aarsman van het harmonieorkest Kunst en Genoegen blies het signaal Taptoe.
De krans met 77 rode rozen en 1 witte namens alle aanwezigen wordt gelegd door Vivian Veldman-Erlemeyer en haar broer.
Veel bezoekers woonden de herdenking bij.
Burgemeester Sjoerd Potters en echtgenoot Tony van Maanen leggen namens het gemeentebestuur een krans.