
Ervaringen in Jappenkamp diep in geheugen gegrift
25 juli 2023 om 12:00 Algemeendoor Guus Geebel
advertentie
In de aanloop naar de herdenking van de Japanse capitulatie op dinsdag 15 augustus rond het oorlogsmonument bij gemeentehuis Jagtlust in Bilthoven, vertelt Luuk van der Linden over zijn ervaringen in de kampen tijdens de Japanse bezetting en de invloed daarvan op zijn verdere leven.
Op 7 december 1941 viel Japan Pearl Harbour aan. Dat was het begin van de totale Tweede Wereldoorlog, omdat nu ook de VS partij was. Nederland verklaarde een dag later de oorlog aan Japan. In januari 1942 viel Japan Nederlands Indië binnen en daarna werden Nederlanders geïnterneerd in kampen. Het leven van Luuk van der Linden begint in 1940 met zijn geboorte in het Carolus Ziekenhuis in Batavia. De bedienden van zijn ouders kregen toen toestemming om voor dertig inheemse genodigden een slamatan, een godsdienstige offermaaltijd, te organiseren. Het hoogtepunt hierbij was, onder het uitspreken van heilige teksten, het begraven van een karbouwenkop op het voorerf. ‘Zo zou voor mij als pasgeborene het kwade in deze wereld worden afgewend.’
Oorlog
Zijn vader werd in december 1941 opgeroepen voor herhalingsoefeningen bij het Indische leger. Hij hoorde 7 december 1941 op de radio over de aanval van Japan op Pearl Harbour. De gouverneur-generaal van Nederlands-Indië deelde toen mee dat Nederland de oorlog aan het keizerlijke Japan had verklaard. Dat vond men een moedige beslissing, maar op 8 maart 1942 moest worden gecapituleerd voor de grote Japanse overmacht. ‘Mijn vredige tijd op deze aardbol met de kans op een normale opvoeding was verkeken. Een niets en niemand ontziende oorlog zou het verloop van mijn leven bepalen tot op de dag van vandaag.’ De Europese mannen werden geïnterneerd en van de vrouwen gescheiden. Luuk van der Linden zou zijn vader bijna vier jaar niet zien. Die overleefde de concentratiekampen, maar omdat hij een keer een Japanse officier niet groette werd hij met de kolf van een geweer meermalen hard op het hoofd geslagen. Mede als gevolg daarvan overleed hij veertien jaar na de oorlog.
Kampen
Luuk werd in de oorlogsjaren opgevoed door drie moeders. Moeder, tante en oma. Hij verbleef in verschillende kampen. Op West-Java in het Bloemenkamp en Tjihapit, en op Midden-Java in Solo, Moentilan en Ambarawa 6. Van zijn moeder kreeg hij gedragsregels ingeprent. Hij leerde liegen, stelen, zwijgen, mensen ontwijken, solidair zijn, niet verraden en emoties bedwingen. Het eten bestond uit nasi tim, een soort groetenwatersoep en blubbertjespap van tapiocameel. Er werd met 50 tot 80 mensen geslapen in een ruimte of barak waar kinderen 35 cm en volwassenen 40 cm ruimte hadden. Luuk zag onder meer dat vrouwen waaronder zijn moeder geslagen werden, hoe ze urenlang op appel moesten staan, hij zag zieken en dode mensen waar je overheen moest stappen. ‘De atoombommen op Hiroshima en Nagasaki leidden op 15 augustus 1945 tot de totale overgave van Japan.’ Van der Linden vertelt hoe in het kamp een week later de Nederlandse vlag werd gehesen op een grasveldje dat het Lido heette. Daarna werd massaal het Wilhelmus gezongen. Veel vrouwen moesten toen huilen. Ik vroeg mijn moeder waarom ze huilden. Mijn moeder zei geëmotioneerd: ‘Vanwege het feit dat die rot Japanners… en stak een heel verhaal af.’ Toen dacht ik als iedereen huilt moet ik ook maar huilen. ‘Bij het horen van het Wilhelmus denk ik altijd even terug aan dat emotionele moment.’
Herdenken
De ontmoeting met zijn vader vond pas weer in november 1945 plaats en was heel anders dan hij zich had voorgesteld. Luuk van der Linden vertelt onder meer over zijn schooltijd in Bandoeng. ‘Telkens als ik bij een herdenking ben vraag ik me af wat ik herdenk.’ Hij houdt het er dan bij dat het gaat om alle slachtoffers die gevallen zijn bij het vermijden van politiek en religieus onbegrip en agressie. ‘Op 15 augustus gedenk ik de nederlaag van de Japanse cultuur met een leefstijl van samoerai, van ongelimiteerd eervol doorvechten tot de dood. Ik herdenk de talloze slachtoffers die noodzakelijk zijn geweest om de wending te bewerkstelligen. Ik herdenk vooral ook de moeders en plaatsvervangende moeders die niet alleen zichzelf, maar ook hun kinderen leerden overleven. Toen mijn vader overleed heb ik een knop omgezet. Ik ben niet meegegaan in de herinnering-slachtofferrol van mijn moeder bij wie het als volwassene heel anders is overgekomen. Ik nam mij voor eerst een plaats in de Nederlandse gemeenschap te bewerkstelligen.’
Terug
De eerste keer dat Luuk kennismaakte met Nederland was in 1946 toen zijn vader verlof kreeg. Zij verbleven eerst bij zijn opa en oma in Huizen en daarna bij de zus van zijn vader in Amsterdam. Zijn vader ging eerder terug naar Indië en Luuk en zijn moeder na een jaar. In 1951 repatrieerde het gezin voorgoed naar Nederland. Toen hij dertien jaar was betrok de familie een koophuis aan de Julianalaan in Bilthoven. Daar heeft hij zijn jeugd doorgebracht. Eerst op Het Nieuwe Lyceum. Hij was helemaal weg van de Scouting Rover Crofts Groep. Luuk werd docent en uiteindelijk van 1972 tot 2002 gymnastiekleraar op Het Nieuwe Lyceum in Bilthoven. Een mooie ervaring was toen hij met zoon, schoondochter en kleinkinderen het voormalige kamp in Ambarawa, dat inmiddels een kazerne was, bezocht en werd rondgeleid door een Indonesische officier en hij er veel over kon vertellen.
![]()
Een etenstrommel en de kampnummers van Luuk en zijn moeder.














