
Het verleden herleeft in foto’s en brieven
31 juli 2024 om 17:00 Algemeendoor Guus Geebel
advertentie
Marieke Frequin-Delmaar is goed voorbereid op een gesprek over de verschrikkingen die haar vader tijdens de oorlog met Japan van 1941 tot 1945 in Nederlands-Indië heeft moeten ondergaan. Aan de hand van wat zij heeft aan documentatie en foto’s vertelt zij hoe hij die tijd overleefde. Haar moeder was Rotterdamse en maakte het bombardement van die stad in 1940 mee.
Aeïsso Bernard Delmaar werd op 24 december 1914 in Djokjakarta (Java) geboren. Hij behaalde in 1932 zijn HBS-diploma en ging daarna studeren aan de Technische Hogeschool in Bandoeng, waar hij in 1936 afstudeerde als ingenieur. Vervolgens kreeg hij een jaar een militaire opleiding. Vanaf 1937 werkte hij als ingenieur achtereenvolgens in Semarang, Bandoeng en Pekalongan tot hij in 1941 werd gemobiliseerd. Na de inval van Japan werd hij in krijgsgevangenschap genomen en tewerkgesteld aan de beruchte Birmaspoorweg waar tijdens de aanleg per dag gemiddeld 75 gevangen arbeiders stierven. Velen waren gevangengenomen KNIL-militairen en Nederlanders uit toenmalig Nederlands-Indië. In totaal heeft de aanleg van de Birmaspoorweg aan 99.044 gevangenen het leven gekost. Daaronder waren 2782 Nederlanders.
Werken
Na de capitulatie van Japan op 15 augustus 1945 kwam Delmaar weer in militaire dienst en werd tot 1947 plaatselijk genie chef in Meester Cornelis, een stadsdeel van Batavia, in de rang van eerste luitenant der genie. In augustus 1947 werd hij ingenieur bij de Waterstaat in Denpasar (Bali) en later Bali-Lombok. In 1948 kreeg hij negen maanden recuperatieverlof in Nederland. Dat is verlof is bedoeld om bij te komen van het werk. Hij maakte in die tijd verschillende reizen onder meer naar Zwitserland om te skiën. In maart 1949 ging hij terug naar Indië. Hij werd ingenieur bij de Waterstaat in Koepang (Timor) en werd hoofd van het residentiewaterschap Timor-Archipel. In 1950 werd hij ingenieur bij de opbouwdienst in Makassar en ook in 1950 werd hij eervol ontslagen uit de Indonesische Waterstaatsdienst.
Nederland
Op 1 mei 1951 werd Aeïsso Delmaar ingenieur bij de Dienst der Genie in Groningen en werd hoofd van de afdeling Nieuwbouw. De moeder van Marieke werkte daar als secretaresse en ze kregen een relatie. Hij was er werkzaam tot 9 januari 1956 en werd vervolgens ingenieur bij Rijkswaterstaat in Gelderland en ging in Velp wonen waar ze in 1957 trouwden. Ze kregen twee dochters. Marieke werd op 28 augustus 1958 in Velp geboren en haar zus vier jaar later. Aeïsso Delmaar is in 1914 geboren. Zijn vader werd in 1883 op de Banda-eilanden geboren en zijn moeder in 1884 in Friesland. Marieke heeft mooie schilderijen van haar grootouders. Marieke is getrouwd met Stephan Frequin. Zij hebben vier kinderen en vijf kleindochters. ‘Mijn vader was heel trots op zijn dochters.’
Verhalen
‘Mijn vader was een echte verteller en vertelde het liefst over de positieve dingen, maar toch ook over de ontberingen die hij heeft doorstaan. Hij had van een tropenzweer een gat in zijn been overgehouden en als ik vroeg hoe dat kwam zei hij dat hij uit de klapperboom gevallen was. Hij heeft in krijgsgevangenschap onder meer malaria gehad. Een broer van hem is overleden bij de Slag in de Javazee. Als ik vragen stelde over de tijd bij de Birmaspoorweg werden die ook beantwoord. Zijn vrienden waarmee hij ook in Nederland contact bleef onderhouden hebben hem door die tijd heen gesleept, maar er zijn er ook veel omgekomen. Ze probeerden in de kampen zoveel mogelijk plezier te maken. Hij vertelde dat een vriend daar goed kon goochelen.’
Streng
Mariekes vader was erg gelovig en woonde in Groningen bij dominee Duk. ‘Het geloof was heel belangrijk voor mijn vader in de kamptijd en dat heeft hem er ook doorheen gesleept. Dat komt in zijn brieven uit die tijd regelmatig naar voren. Hij was als oud-militair ook wel streng en gedisciplineerd. Verder was hij gek op de zangeres Vera Lynn. Ook hield hij van blaasmuziek en we gingen verschillende keren met hem naar de Taptoe in Breda. De Pasar Malam bezocht ik wel twintig keer, ook met mijn tantes. Hij was ook erg sportief en haalde de zwarte band met karate. Na de oorlog wilde hij niet meer terug naar Indonesië.’
Kunstzinnig
‘Mijn vader was tot hij in 1976 met pensioen ging hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat in Gelderland. De vrienden waarmee hij in het Jappenkamp had gezeten kwamen regelmatig in Velp op bezoek en het leuke van de vriend die in het kamp goochelde voor zijn medegevangenen, dat ook bij ons thuis deed toen mijn zusje en ik nog klein waren. Mijn vader was heel gelukkig met zijn kinderen en kleinkinderen en werd bijna 90 jaar. Mijn moeder was 10 jaar jonger dan mijn vader en 60 toen ze overleed. Alleen de oudste zus van mijn vader had een dochter die ik tante Ingrid noemde, hoewel ze mijn nicht was. Ze was 25 jaar ouder dan ik. Zijn andere zussen bleven kinderloos. Mijn moeder was heel muzikaal en van haar heb ik het kunstzinnige.’ Marieke is beeldend kunstenaar en schildert. Ze deed de kunstacademie, heeft kunstgeschiedenis gestudeerd en exposeert regelmatig. Marieke vertelt dat haar ouders heel gek op elkaar waren. ‘Na de pensionering van mijn vader hebben ze mooie reizen gemaakt, ze zijn onder andere door Amerika getrokken.’ Marieke laat heel veel foto’s zien.
Herdenking
Op donderdag 15 augustus om 13.30 uur vindt bij het oorlogsmonument naast gemeentehuis Jagtlust de negenenzeventigste herdenking van de capitulatie van Japan plaats. Er worden toespraken gehouden door burgemeester Sjoerd Potters, comitévoorzitter Romulo Döderlein de Win van het herdenkingscomité en de heer Kortz. De herdenking wordt afgesloten met een defilé.
![]()
Een registratiekaart van Aeïsso Bernard Delmaar.
![]()
De ouders van Aeïsso Bernard Delmaar
![]()
De ouders van Aeïsso Bernard Delmaar
















