Afbeelding
foto Elbert Hennipman

UPLG en politiek De Bilt - Meer verbinding tussen boeren en gemeenteraad

11 februari 2026 om 18:00 Politiek

Begin december 2025 presenteerde de gemeente De Bilt, onder verantwoordelijkheid van wethouder Krischan Hagedoorn, het onderzoeksrapport ‘Meer verbinding tussen agrarische ondernemers en de gemeente’. Vrijwel gelijktijdig kregen vijf boeren in Westbroek te horen dat zij hun bedrijfsvoering volledig moeten beëindigen.

advertentie

De ontwikkelingen roepen vragen op over de toekomst van de agrarische sector in onze gemeente. Hoe kijken de verschillende fracties in de gemeenteraad hier tegenaan?

GroenLinks

Namens GroenLinks benadrukt fractiemedewerker Hilde van Tol dat er sinds de zomer van 2022 is geïnvesteerd in beter contact met agrariërs. ‘Na een eerste overleg met veertig boeren is een klankbordgroep gevormd. Met hen wordt regelmatig gesproken over wensen en mogelijkheden, bijvoorbeeld rond een meer circulaire bedrijfsvoering.’

GroenLinks wil de functie van accountmanager voor agrariërs structureel maken. Deze kan boeren ondersteunen bij vraagstukken zoals het verlagen van de stikstofuitstoot en het ontwikkelen van een meer natuur- en diervriendelijke bedrijfsvoering.

Daarnaast pleit de partij voor een gezamenlijk gebiedsproces in het Noorderpark, samen met agrariërs en de provincie. Voorwaarde is wel dat de provincie voldoende middelen beschikbaar stelt en duidelijke spelregels vastlegt, zoals een goede regeling voor stoppen of verplaatsen van bedrijven. Ook vindt GroenLinks de huidige deadline van 1 januari 2027 te krap.

Verder wil de partij meer zeggenschap over de verkoop van landbouwgrond in het buitengebied, zodat er voldoende ruimte blijft voor zowel natuurversterking als extensievere veeteelt. Gemeentelijke regels zouden volgens GroenLinks aangepast moeten worden om boeren ruimte te geven voor nevenactiviteiten, zoals recreatie, zorg, natuurbeheer, woningontwikkeling of duurzame energieprojecten.

SGP

De SGP is kritisch op het UPLG. Fractievoorzitter Arie Vonk Noordegraaf noemt het plan ‘een ongekend harde klap’ voor de boeren in Westbroek en voor de gemeenschap eromheen. ‘Dit is niet de manier waarop we moeten omgaan met onze agrarische sector en werken aan een toekomstbestendige landbouw.’

Volgens de SGP is het programma onvoldoende samen met de boeren opgesteld, terwijl dat wel was afgesproken. De partij vindt dat de gemeente een zeer kritische zienswijze moet indienen bij de provincie en ervoor moet pleiten dat het plan wordt herzien.

De SGP diende een motie in waarin het provinciebestuur wordt opgeroepen het proces aan te passen. Zonder wijzigingen, zo stelt de partij, kan de gemeente het programma niet goed uitvoeren of boeren en inwoners voldoende ondersteunen. Ook stelde de SGP voor om in het derde kwartaal van 2026, samen met boeren, met een concreet voorstel te komen over de uitvoering van de aanbevelingen uit het rapport over betere samenwerking. Eventuele ruimtelijke aanpassingen of extra budget zouden dan aan de raad worden voorgelegd. 

Voor deze motie was geen meerderheid in de raad. Wel deed de wethouder enkele toezeggingen. In de gemeentelijke zienswijze zal worden opgenomen dat het aantal boerenbedrijven in De Bilt de afgelopen jaren sterk is afgenomen en dat de overgebleven bedrijven in Westbroek van grote waarde zijn. Ook zal worden benadrukt dat boeren belangrijk zijn.

Daarnaast wordt in de zienswijze vastgelegd dat de ingangsdatum van 1 januari 2027 volgens de gemeente te snel is. Het UPLG moet in de tweede helft van 2026 nog verder worden uitgewerkt in regelgeving. Volgens de raad hebben boeren meer tijd nodig om zich op mogelijke veranderingen voor te bereiden.

Forza

Forza De Bilt pleit al sinds het vorige verkiezingsprogramma voor versterking van de agrarische sector. Volgens fractievoorzitter Peter Schlamilch zijn boeren van groot belang voor voedselvoorziening en natuurbeheer.

De partij is kritisch op het Nederlandse stikstofbeleid. ‘Wij vinden dat Nederland zichzelf met theoretische modellen in een hoek heeft geschilderd,’ aldus Schlamilch. ‘In andere landen wordt hier volgens ons verstandiger mee omgegaan. Natuurbescherming is belangrijk, maar dat betekent niet dat hardwerkende agrariërs moeten verdwijnen.’

Forza spreekt zich duidelijk uit voor de getroffen boeren in Westbroek. De inzet is dat zij hun bedrijf kunnen voortzetten op de plek waar vaak al generaties wordt geboerd. Mocht dat in het uiterste geval niet mogelijk blijken, dan wil de partij dat boeren een nieuwe locatie in de buurt krijgen. Als ook dat geen optie is, moet er volgens Forza sprake zijn van een ruimhartige compensatie. ‘Al kan geld nooit een levenswerk volledig goedmaken,’ aldus Schlamilch.

D66

D66 leeft mee met de boeren in en rond Natura 2000-gebieden die door het UPLG moeten omschakelen, verplaatsen of stoppen. Raadscommissielid Michiel Ytsma wijst op een passage uit het gemeentelijke onderzoek: ‘Het gaat niet alleen om bedrijfsvoering, maar ook om het doorgeven van een manier van leven, diep verweven met gezin en plek.’

D66 verwacht dat de provincie op korte termijn duidelijkheid geeft over de beschikbare regelingen en compensatie. De nieuwe stal- en mestregels zouden begin 2027 ingaan, maar volgens de partij is dat een korte termijn voor zulke ingrijpende veranderingen. D66 pleit daarom voor een zorgvuldig gebiedsproces, waarin provincie, gemeente en boeren samen optrekken om oplossingen te vinden voor vraagstukken rond bodem, water, natuur, klimaat en landbouw. 

Daarnaast wil D66 dat de gemeente actief meewerkt aan vergunningen voor alternatieve verdienmodellen, zoals duurzame energie, wonen, zorg, toerisme en natuur-inclusieve landbouw. De partij rekent erop dat de provincie hierin samen met gemeenten daadkrachtig optreedt.

Volgens D66 kunnen de maatregelen uit het UPLG, hoe ingrijpend ook, bijdragen aan het doorbreken van het zogenoemde stikstofslot. Dat zou ruimte kunnen bieden voor woningbouw, natuurherstel en toekomstbestendige ontwikkeling van agrarische bedrijven.

CDA

Fractievoorzitter Peter Flierman: Het startpunt van de discussie over het UPLG en de impact voor boeren is de stikstof uitstoot. Volgens Europese regels en richtlijnen stoten wij in Nederland meer stikstof uit dan zou mogen, en dat heeft negatieve impact op het klimaat en de natuur. Om die reden is het lastig om vergunningen te krijgen voor bouwprojecten en andere economische activiteiten. Nederland zit op het zogenaamde stikstof slot. Een deel van die stikstofuitstoot wordt veroorzaakt door de mest van vee en in het UPLG worden maatregelen genoemd hoe die stikstof uitstoot teruggebracht kan worden. Concreet betekenen deze maatregelen zeer waarschijnlijk het einde voor een aantal boerenbedrijven in onze gemeente.

Dilemma

Voor het CDA De Bilt brengt dit een pijnlijk dilemma met zich mee. Wij kunnen ons goed voorstellen welke enorme impact dit heeft op de getroffen boeren bedrijven, de betrokken families, en hun omgeving. Een levenswerk waar vaak al generaties lang aan is gebouwd, moet worden stopgezet. Boer zijn is geen beroep, maar een manier van leven. Als dat ineens niet meer kan of mag, moet dat enorm veel pijn doen. En ook onrechtvaardig voelen. Tegelijk vinden wij dat maatregelen om de stikstof (en CO2) uitstoot te verminderen onvermijdelijk zijn. Elke sector zal daaraan moeten bijdragen; de luchtvaartsector, de transportsector, de energiesector, bouwbedrijven; en ook de agrarische sector. Al veel te lang heeft de (landelijke) overheid dit probleem doorgeschoven, met enorm veel onzekerheid tot gevolg. Wat ons betreft is het nu tijd om door te pakken met duidelijke, eerlijke en realistische maatregelen. 

Incompleet

Wij snappen dat het provinciebestuur met dit UPLG een aanzet heeft gedaan om duidelijkheid te scheppen. Tegelijk zien wij dat er nog een heleboel vragen en zorgen zijn, en het plan op onderdelen nog (lang) niet compleet is. We willen als CDA-fractie in de komende tijd in ieder geval meer duidelijkheid erover krijgen en wij zullen ons de komende periode hard blijven maken voor duidelijkheid, eerlijkheid en realisme richting onze boeren’. 

VVD

Voor VVD De Bilt staat vast: natuur, landschap en leefbaarheid zijn waarden die bescherming verdienen. Maar de manier waarop we die bescherming organiseren, doet ertoe. Juist omdat de keuzes die nu worden gemaakt, diep ingrijpen in levens, bedrijven en gemeenschappen. De doelen achter het UPLG zijn helder. Nederland moet werken aan natuurherstel, verbetering van waterkwaliteit en vermindering van stikstofdruk. Dat volgt uit Europese afspraken. Maar Europa schrijft doelen voor, geen middelen. Hoe we die doelen bereiken, is een politieke en bestuurlijke keuze, die vraagt om zorgvuldigheid. Want beleid dat te snel, te generiek of te dwingend wordt ingevoerd, kan meer schade aanrichten dan oplossen. Zeker als het vertrouwen van inwoners en ondernemers wordt ondermijnd.

Boeren

De agrarische bedrijven in en rond Westbroek zijn familiebedrijven, vaak al generaties lang verbonden met het dorp. Ze maken deel uit van het sociale weefsel: gezinnen, scholen, verenigingen en vrijwilligerswerk. Het verdwijnen van een boerderij heeft gevolgen voor de hele gemeenschap. Wanneer beleid suggereert dat deze bedrijven “op termijn niet meer passen”, zonder concreet besluit en zonder individueel perspectief, ontstaat er onzekerheid. Boeren geven aan niet te weten of zij over een paar jaar nog kunnen bestaan. Niet omdat een rechter dat heeft bepaald, maar omdat beleid zo wordt ervaren. Dat is geen manier om samen aan oplossingen te werken. Natuurbeleid mag geen dwangmiddel worden VVD De Bilt ziet met zorg dat natuurbeleid steeds vaker wordt benaderd vanuit centrale sturing en uniforme normen. In die benadering lijkt het uitgangspunt soms dat bestaand gebruik moet verdwijnen om ruimte te maken voor een vooraf bedacht ideaalbeeld van natuur. Die manier van denken botst met onze liberale overtuiging. Wij geloven dat natuurherstel en economische activiteit elkaar kunnen versterken, mits je ruimte laat voor vakmanschap, innovatie en maatwerk. Boeren zijn geen tegenstanders van natuur, maar juist de beheerders ervan. Dwang, onzekerheid en het stapelen van regels leiden niet tot betere natuur, maar tot verlies van vertrouwen en maatschappelijke weerstand. En zonder draagvlak is geen enkele transitie duurzaam.

VVD De Bilt kiest voor een benadering waarin:
• natuurherstel serieus wordt genomen, maar niet los van de praktijk;
• boeren worden gezien als partners in plaats van als obstakel;
• onzekerheid wordt vervangen door duidelijkheid en perspectief;
• en de gemeente haar rol pakt als hoeder van het dorp en haar inwoners.
Het buitengebied is een levende gemeenschap. Wie dat uit het oog verliest, verliest
uiteindelijk ook het draagvlak voor natuurherstel zelf.

Agrariërs lieten eerder al weten het niet eens te zijn met de maatregelen van de provincie.
Concreet kunnen de voorgestelde maatregelen het einde voor een aantal boerenbedrijven in Westbroek betekenen.