Afbeelding
.

Op ‘t bankje

20 oktober 2026 om 18:00 Overig
advertentie

Het is een fraaie herfstdag en het blad aan de bomen begint nu toch al aardig te verkleuren. Het lijkt er wel op dat de natuur door de records brekende zomer een beetje in de war is. Ik zag op de televisie dat fruitbomen de lente al in hun takken hebben en al wat lentebloesem vertonen. Klimaatverandering valt niet meer te ontkennen, maar lang zal het waarschijnlijk niet meer duren voordat het blad valt en we de bladblazers weer zullen horen. Ik ruik al een geur die ik in de herfst altijd meen te ruiken, een ondefinieerbare herfstgeur. Ondefinieerbaar omdat ik niet kan aangeven wat voor geur het is. Misschien bestaat er helemaal geen herfstgeur en ruik ik het alleen, maar ik geniet er wel van. Vooral als ik mijn ogen dichtdoe weet ik zeker dat ik het ruik. Het genieten wordt opeens wreed verstoord als er een chique uitziende dame met een bijna bedwelmende parfumlucht bij het bankje aankomt. Ze groet me wat formeel en haalt uit haar tasje een zakdoek die ze op het bankje neerlegt. Behoedzaam gaat ze erop zitten en strijkt dan de plooien van haar kleding glad zodat ze er onberispelijk bijzit. Ik raak er zowaar van onder de indruk, wat misschien ook wel door de doordringende parfumlucht komt. ‘Heeft u er bezwaar tegen als ik een sigaretje opsteek’, vraagt ze met een bekakte stem. Ik ben verbaasd, want dat is wel het laatste wat ik verwacht zou hebben. ‘Het is deze maand wel stoptober, maar ga gerust uw gang’, zeg ik groothartig, want de lucht van een sigaret zal waarschijnlijk minder indringend zijn dan de parfumgeur die om haar heen hangt. Met sierlijke bewegingen haalt ze uit haar tas een sigarettenpijpje waarin ze met zorg een filtersigaret stopt die ze vervolgens met een fraaie aansteker aansteekt. Het ziet eruit als een reclameplaatje van het sigarettenmerk Miss Blanche uit de tijd dat er volop reclame voor roken gemaakt kon worden. Ze lijkt erg van haar rokertje te genieten. ‘Ik heb vernauwing van bloedvaten en als ik een eindje gelopen heb moet ik altijd even gaan zitten of stilstaan’, verklaart ze de reden waarom ze bij me is komen zitten. ‘Etalagebenen noemen ze dat ook wel, omdat mensen die er last van hebben vaak bij een etalage gaan staan om niet zomaar stil te hoeven staan. Het schijnt bij rokers wat meer voor te komen’, gaat ze verder. Ik vertel haar dat mijn vader het ook had en er zelfs voor geopereerd is. Gelukkig gaat ze geen medische verhandeling over haar kwaal houden en lijkt ze op haar manier ook te genieten van de herfsttinten. Zichtbaar tevreden rookt ze haar sigaret op en begint dan met de voorbereidingen om verder te gaan. ‘Tot het huis van mijn vriendin kan ik er nu wel weer tegen’, zegt ze. Met veel zorg bergt ze het sigarettenpijpje weer op in haar tas, staat dan wat moeizaam op en wil weggaan. Bijna was ze haar zakdoek vergeten maar daar kan ik haar toch nog net op attent maken. Ze bedankt me er vriendelijk voor. Ik wens haar een prettige voortzetting van de dag en dan zet ze zich in beweging. De parfumlucht gaat helaas niet met haar mee en blijft nog hangen. Ik probeer de situatie van voor haar komst terug te halen maar dat lukt niet. Het lijkt wel of de geur zich in mijn neus heeft vastgehecht. Ik stap dus ook maar op voor een flinke wandeling. Na een half uurtje ben ik de parfumlucht kwijt en geniet ik weer van de herfstlucht. 

Maerten

advertentie
advertentie