
Japanse bezetting en latere gevolgen
24 juli 2026 om 18:00 Overigdoor Guus Geebel
advertentie
Op 15 augustus vindt bij het oorlogsmonument naast gemeentehuis Jagtlust de herdenking plaats van slachtoffers van de Japanse bezetting in voormalig Nederlands-Indië.
Japan capituleerde op 15 augustus 1945 waarmee de Tweede Wereldoorlog eindigde. De bezetting had ook gevolgen voor de generatie die daarna kwam. Rómulo Döderlein de Win uit Maartensdijk behoort tot die tweede generatie. Hij vertelde daar in 2008 in De Vierklank over. Hierbij een samenvatting daarvan.
Weinig begrip
‘Van het deel van de familie dat in Nederland de hongerwinter meemaakte hoorde ik verhalen hoe ze hun eigen trappenhuis moesten afbreken en opstoken. Het Indische gedeelte van de familie kwam eigenlijk nooit aan bod. Veel slachtoffers van de Japanse terreurdaden kwamen na 1945 naar Nederland. In het naoorlogse Nederland vonden de repatrianten weinig begrip voor het leed dat zij hadden moeten doorstaan. Nederland was nog volop bezig met de verwerking van de Duitse bezetting. Die was pas erg geweest met kou en hongersnood, was de algemene opvatting. Het kwam erop neer dat de mensen uit Indië hun verdriet alleen in eigen kring kwijt konden. Hun kinderen, die de oorlog niet hadden meegemaakt en hier opgroeiden, werden er wel steeds mee geconfronteerd en ervaarden steeds de pijn van hun ouders en familieleden.’
Streng
‘Er was altijd een soort wrijving. Bij hen bestond ook altijd veel gêne, van daar praat je niet over. Het waren mensen uit de generatie niet zeuren, gewoon opnieuw opbouwen. In het oude Indië hadden ze een zeer weelderig bestaan geleid en in Nederland kwamen ze zonder bezittingen in afschuwelijke pensions terecht. En dan was er nog het oorlogsleed dat verwerkt moest worden.’ Rómulo stamt uit een familie die heel lang in Indië heeft gewoond. Zijn voorouders kwamen er al in het begin van de achttiende eeuw. Zijn vader stamt uit een oude aristocratische Nederlands Indische familie. ‘Mijn moeder hertrouwde toen ik drie was met een Indische Nederlander die als krijgsgevangene in het Jappenkamp gezeten had’, vertelt Rómulo. ‘Toen begon het voor mij eigenlijk. Ik werd van kinds af aan getrakteerd op de gruwelverhalen. Die begonnen meestal onder etenstijd als ik mijn bord weer eens niet leeg wilde eten. Tot in detail kreeg ik dan te horen wat ze meegemaakt hadden. En dat altijd onder het eten. Mijn moeder ergerde zich daar wel aan, maar kon er blijkbaar niet veel aan doen. Hij was dan ook niet te stuiten. Hoe ouder hij werd hoe meer last hij van zijn verleden kreeg. Dat uitte zich in nachtmerries en geschreeuw midden in de nacht als hij dromen had. Het was een heel lieve man maar af en toe kon hij ook ongelooflijk onredelijk worden. We werden heel streng opgevoed, heel anders dan mijn Nederlandse vriendjes en vriendinnetjes.’
Herdenken
‘Op school leerde ik dat het bombardement op Hiroshima heel verschrikkelijk was en thuis kreeg ik een ander verhaal. Als de bom niet was gevallen, waren wij er allemaal niet meer geweest, hoorde ik thuis. Die bom kwam voor mijn familie net op tijd.’ Voor Rómulo is 15 augustus duidelijk een dag om bij stil te staan. ‘Ik ben altijd heel ontroerd als ik bij de herdenking ben. Ik denk dan aan mijn grootouders die ik nooit gekend heb en die tijdens de Japanse bezetting en daarna het leven hebben gelaten. Ik was ook druk met het verzorgen van mijn stiefvader die langzaam dementeerde. Iedereen die op bezoek kwam werd getrakteerd op zijn kampervaringen. De details werden gruwelijker en gruwelijker. In 1971 kwam de Japanse keizer Hirohito, in wiens naam alle gruwelijkheden plaatsvonden, op staatsbezoek naar Nederland. Dat was heel pijnlijk voor de slachtoffers.’ Rómulo had door de verhalen die hij steeds gehoord had een vooroordeel tegenover Japanners. ‘Toen ik ging studeren woonde ik in een serviceflat in Amsterdam Osdorp. Daartegenover stond een flat die bijna geheel aan Japanners die in Nederland werkten verhuurd was. In het begin twijfelde ik of ik wel of niet moest groeten. Mijn moeder zei altijd, groeten kost geen geld, dus besloot ik ze te groeten. Ze hebben me steeds heel vriendelijk teruggegroet. Daarmee was voor mij weer een drempel overwonnen.’
Helden en heldinnen
‘De oudere generatie is zo langzamerhand aan het uitsterven. Wat er nog is heeft als kind in de kampen gezeten en die zijn inmiddels ook gepensioneerd en ouder. Die hebben kind ervaringen. De generatie van mijn vader en stiefvader is er niet meer.’ De oorlogsperiode heeft voor de tweede generatie heel veel betekend. ‘Ik zou het willen noemen, het onvrijwillig mee ervaren van het geleden verdriet van de ouders en ooms en tantes. Die wisten het heel goed te verdoezelen, maar er waren ook momenten op verjaardagen of zo dat het toch ter sprake kwam. Vaak horen we pas bij crematies en begrafenissen het echte verhaal. Kinderen gaan dan over de levensloop van hun vader of moeder vertellen en dan sta je met je oren te klapperen. Dan hoor je pas wat voor helden of heldinnen ze geweest zijn in die tijd. Wat ze allemaal deden om hun kinderen in leven te houden in de kampen. Je hoort dan hoe mensen zich er doorheen gevochten hebben.’
De herdenking op 15 augustus begint om 13.30 uur en wordt geleid door Rómulo Döderlein de Win van het herdenkingscomité. Wilt u de herdenking bijwonen, kom dan om 13.15 naar het terrein voor Jaglust.














