Johan Timmer in een terugblik, veertig jaar later.
Johan Timmer in een terugblik, veertig jaar later. .

Schaatsgeschiedenis uit Westbroek

23 februari 2026 om 10:00 Overig

De Olympische Spelen domineerden de afgelopen weken het nieuws. 41 jaar geleden, zowel in 1985 als 1986 reed Johan Timmer uit Westbroek als wedstrijdrijder de ‘Tocht der tochten’.

advertentie

Enkele jaren daarvoor was zijn liefde voor het schaatsen aangewakkerd door zijn schoonvader en zwagers. Zij namen hem mee om te trainen op de kunstijsbaan (Vechtsebanen in Utrecht). Vervolgens ging hij wedstrijd rijden, twee keer per weekend. Marathons op kunstijs en als het goed vroor, ook op natuurijs. Toen in februari 1985 de Friese wateren stijf bevroren waren en de Elfstedentocht werd gehouden, was Johan goed voorbereid. Hij meldde zich aan.

Het startschot

Al ruim voor het ochtendgloren verzamelden de wedstrijdrijders achter de Frieslandhal in Leeuwarden in ‘de kooi’. Achter het hekwerk was het dringen. Johan beschrijft het als de dag van gisteren: ‘Na het startschot rende iedereen de 1200 meter naar het ijs. Gauw schoenen uit, oude schoenen, want na afloop waren ze nooit meer terug te vinden. Schaatsen onderbinden, niet te los, niet te strak, precies goed om 200 kilometer op te schaatsen. Daar had ik op geoefend, dus was ik razendsnel weg.’ De televisiecamera’s legden alles nauwkeurig vast. Verslaggever Heinze Bakker zag het gebeuren: ‘Timmer uit Westbroek is als tweede weg’ Johan verzucht: ‘Het is maar goed dat ik dat toen niet wist. Er werd kennelijk veel van mij verwacht.’

Schaatsen in het donker

Ze reden in het pikdonker. Het ging keihard, eigenlijk heel gevaarlijk. Langs de route brandden lampen, vanaf de bruggen flitsten foto- en filmcamera’s. ‘Maar de scheuren zag je niet. Voor en achter me hoorde ik jongens vallen. We moesten moeite doen om ze te ontwijken. Ik ben achter iemand aangereden die een lampje had en bleef gelukkig op de been. Ik was niet bezig met winnen, daarvoor miste ik de kwaliteit. Mijn enige doel was om binnen de tijd te finishen en dat Elfstedenkruisje te bemachtigen.’ Al direct na de eerste keer klûnen merkte Johan dat zijn linker schaats was beschadigd. ‘Ik moest met mijn linkervoet de slag aanpassen. Zo verloor ik het contact met de kopgroep. Pas na afloop zag ik dat er een stuk uit het ijzer van mijn schaats was gesprongen.’

Uitzinnig publiek

Het was groot feest in de elf steden. ‘Ik herinner me de hartstochtelijk juichende mensen langs de route. Maar ik had zoveel haast dat ik het nauwelijks zag. Echt jammer dat ik niet echt kon genieten van de omgeving. Maar ja, ik moest door.’ Even voor Dokkum trapte Johan in een scheur, maakte een harde klap en schoof over het ijs. ‘Ik kon niet meer, maar ben toch opgekrabbeld. Met de wind in de rug reed ik in m’n eentje verder. Mijn aankomst vervolgens in Dokkum zal ik nooit vergeten. Het leek of ik door de hele stad werd aangemoedigd. Na een beker chocolademelk ben ik toch weer vertrokken, tegen de wind in naar Leeuwarden. In m’n eigen tempo.’

De laatste kilometers

‘Ik heb vreselijk moeten afzien. Voor mijn gevoel was dat laatste stuk, de Dokkumer Ee, even zwaar als driekwart van de Elfstedentocht. Eenzaam door het vlakke polderland… er kwam geen eind aan. Ik kwam in 1985 negenentwintig minuten later binnen dan de winnaar, Evert van Benthem. Ik voelde al m’n spieren. Ik was gebroken, máár verschrikkelijk blij!’ Gek genoeg was ik na afloop de pijn en ontberingen alweer snel vergeten. Tijdens de huldiging in de Frieslandhal heb ik staan dansen en springen.’

Voor even beroemd

Weer thuis werd Johan Timmer als held ontvangen. Zowel in Westbroek als op het werk was men trots op hem. ‘Voor even een beroemdheid. En een paar dagen later stond ik alweer op de schaats. Mijn lichaam was de Tocht wel weer gauw vergeten. Maar mijn herinneringen blijven springlevend.’ Een paar jaar later raakte Johan, na een medische ingreep, ernstig gehandicapt. De nieuwe situatie had grote gevolgen voor zijn gezinsleven, zijn werk, maar ook voor zijn sport. Johan schaatst niet meer. 

Zijn zoon en dochter daarentegen wel en zij geven de liefde voor het schaatsen weer door aan hún kinderen. Iedere zaterdag oefenen zij op het kunstijs om misschien ooit hun opa te evenaren…

De kou, de toeschouwers, de dweilorkesten, stempelen, bergen schoenen na de finish. Onvergetelijk.