
Van kerkuil naar schuuruil
1 juli 2025 om 10:00 OverigWanneer je een kerkuil hebt gehoord, vergeet je dat nooit meer.
advertentie
Er zijn allerlei soorten wezens die schreeuwen om aandacht: hanen, pauwen, bepaalde types op sociale media en… de kerkuil.
Wanneer je die een keer hebt gehoord, dan vergeet je dat nooit meer. Althans, dat wordt beweerd. Helaas heb ik dat geluk nog nooit aan mijn zijde gehad. Mogelijk omdat in mijn woonwijk geen kerkuilen leven? Een kerk is er evenmin… Intussen heb ik die schreeuw natuurlijk geverifieerd, en het klopt: hoe toepasselijk voor een spannende misdaadfilm!
De markante vogel dankt zijn soortnaam aan de komst van godshuizen (sinds de 7e eeuw), waar hij overdag schuilt en rust in de toren. Via de galmgaten van de klokken weet het dier zich toegang te verschaffen. Helaas zijn tegenwoordig op de meeste locaties de kerktorens voorzien van gaas: de uil is er niet (meer) welkom. Gelukkig heeft de geruisloos zwevende vogel niet perse een kerk nodig, zolang de rust- en voortplantingsplek maar duisternis en veiligheid biedt. Bij voorkeur op een hoge plek, zodat natuurlijke vijanden, waaronder de boommarter, er niet bij kunnen.
Al vele eeuwen vindt de kerkuil zijn heil bij boerderijen in (kap)schuren. Slimme keuze, want op de rommelige erven zijn altijd wel muizen te vinden, het belangrijkste voedsel. Door gebrek aan natuurlijke nestelplaatsen, zoals verlaten gebouwen en holtes in hele dikke bomen, helpen we de uilen al vele jaren door nestkasten in (kap)schuren op te hangen. De naam schuuruil, zoals in het Fries (skuorreûle), Limburgs (sjuur uil), en Engels (barnowl), lijkt beter gekozen dan kerkuil.
In diverse van onze natuurgebieden waar een kapschuur staat, zit in de nok een kerkuilenkast. De schuur in de bossen van Bilthoven ligt vol met torenhoge balen stro. Ideale huisvesting voor muizen. Blijer kun je de kerkuil niet maken. Zo hoeft hij bij slecht weer niet uit te vliegen: het verse voedsel loopt simpelweg onder zijn voordeur.
Benieuwd naar het broedsucces in de nestkast kwam ik in contact met Marc van de Kerkuilenwerkgroep. Jaarlijks inventariseert hij de nestkasten. Ter voorbereiding op het bezoek aan de kast ben ik over de kerkuil gaan lezen en heb ik filmpjes bekeken op YouTube en Beleef de lente. De volwassen vogels zijn van alle in ons land voorkomende uilen misschien wel het meest ‘eng’ om te zien. Dat komt door de hartvormige witte gezichtssluier rond de ogen, dat oplicht in het donker. Koddig om de jonge kuikens van groot naar klein op een rijtje te zien, allemaal in afwachting van voedsel. Vader kerkuil maakt heel wat vlieguren om zijn partner en kroost te voeden.
Eindelijk was het zover. Bij de kapschuur aangekomen klommen met hulp van een ladder op de strobalen. Het was broeierig warm in de nok van de kapschuur, maar mij was verzekerd dat dit de uiltjes niet deert. Ik assisteerde Marc bij het afvangen van het ouderdier bij de invliegopening in de nestkast, waarna hij de kast kon openen. Voorzichtig werden de kuikens een voor een uit de kast gehaald en opgevangen in een stoffen zakje. De zakjes moest ik vasthouden, om te voorkomen dat we er per ongeluk op zouden staan. Op de grond voor de schuur werden de kuikens geringd, gewogen en de vleugellengte opgemeten voor leeftijdsbepaling. Aan de hand van de tekening op de vleugels kon Marc zien dat we twee jongens en een meisje hadden. Een kerngezond kroost met ronde buikjes en vrij van parasieten onder de vleugels. Het al geringde ouderdier bleek trouwens de vader van het stel te zijn. Moeder was hopelijk elders aan het rusten en niet te grazen genomen door een havik, marter of als verkeersslachtoffer geëindigd.
Voordat de uilenfamilie terug kon naar het nest, moest deze nog wel even worden geschoond. Als je zoals ik denkt dat alle uilenballen onder de kast liggen, dan heb je het mis. Ook de kast lag bezaaid met uilenballen. Ze waren bedekt met uilenpoep en een rottend eitje dat helaas niet succesvol is uitgebroed. De geur was verre van aangenaam. Marcs trucje om de volwassen uil na het terugzetten bij de kleintjes in de kast te houden, mocht dit keer niet baten. Pa kerkuil vond het blijkbaar welletjes geweest en wilde even luchten.
(Jacqueline van Dam, Boswachter Utrechts Landschap)















