Koos Kolenbrander ontvangt het eerste exemplaar.
Koos Kolenbrander ontvangt het eerste exemplaar. foto Henk van de Bunt

Poëzie uit de polder, vervolg op Polderproza

25 maart 2025 om 09:00 Overig

door Henk van de Bunt

advertentie

‘Spelenderwijs rondkijken met een open blik. Het opent nieuw perspectief, biedt nieuw inzicht. Dat is de kracht (ook) van kinderen’.

Met deze woorden verwelkomde Karien Scholten de meer dan 50 aanwezigen in De Dassenburcht aan de Korssesteeg in Westbroek bij de presentatie van haar gebundelde verhalenreeks ‘Poëzie uit de polder- Groeien in Haiku’.

Karien deed eerder (in 2021) al een boekje open: ‘Oorspronkelijk heb ik gewerkt in de gezondheidszorg, als fysiotherapeut in Utrecht en gemeente Maartensdijk. Getrouwd met een dierenarts voel ik me zeer verbonden met het boerenleven. Er komt vaak een dier met problemen op ons pad’. Karien kijkt terug op vele Haiku’s voor De Vierklank. ‘Het begon met een grapje. Bij thuiskomst van de vakantie stond op de stoep bij de voordeur een hoge, geel bloeiende plant. Alsof hij daar was blijven wachten op onze terugkeer. Daarmee ontstond de eerste Haiku voor De Vierklank: Deze gele gast - Staat al weken voor de deur - Zonder te bellen. Samen met een foto en een toelichting ingezonden als grap om te delen. De reacties die daarop volgden zijn een reden om nog steeds verhalen in te sturen’.

Levenskunstenaar

Het eerste exemplaar was voor Koos Kolenbrander; door Karien voorgesteld als ‘levenskunstenaar, verteller, vertolker van verloren verhalen en een inspirerend schrijver’.

Kolenbrander verwees na zijn introductie o.a. naar de filosoof Spinoza uit de 17e eeuw, wiens verhalen vaak zijn verworden tot legendes. Maar ook naar Foppe Brouwer, medewerker aan het wekelijkse programma van Bert Garthoff op de zondagochtend, die zijn praatjes altijd afsloot met de gevleugelde woorden: ‘Al wat leeft en groeit en ons altijd weer boeit’. 

Het programma werd van 1955 tot 1978 uitgezonden en heette ‘s zomers Weer of geen weer en ‘s winters IJs en weder dienende.

Verhalen

Karien vertelde over deze tweede bundel verhalen: ‘Van veel verhalen weet ik nog waar ze ontstonden. Het was de stand van de zon, de geur van het seizoen, maar ook de slapeloze nachten in het ziekenhuis. Het verdriet om verloren vrienden, tevens vreugde in de kou, de ontroering van het moment en het geluk van de polder zo dicht bij huis. 

Onderwerpen

Karien vervolgt: ‘Bladzij voor bladzij herken ik de onderwerpen; De bezieling in de tuin van, de bezige handen van, de bloemen van de kleinzoon van en de gelauwerde koeien van Kees en Wilma. Ook de verbazing om het onbekende door mijn kleinkinderen Saar en Fi, dierbare herinneringen en heel veel natuur. Teksten ontstaan onderweg op de fiets, aan tafel bij vrienden, tijdens het werk in de tuin of wekken me ‘s nachts uit m’n slaap’. 

De Haiku (een inmiddels wel bekende Japanse dichtvorm in 5-7-5 lettergrepen) vraagt om andere woorden dan die we doorgaans gebruiken en biedt daarmee een frisse blik op het leven. 

Poëzie uit de Polder vindt gretig aftrek.