Logo vierklank.nl
De architectuur van het huisje op Soesdijkseweg 480 uit 1922 was in 2012 zelfs een onderwerp van een fotocursus. [foto Henk van de Bunt]
De architectuur van het huisje op Soesdijkseweg 480 uit 1922 was in 2012 zelfs een onderwerp van een fotocursus. [foto Henk van de Bunt] (Foto: )

Trafo’s ook Industrieel erfgoed

door Henk van de Bunt 

Bilthoven baalt van de plotselinge komst van een ‘foeilelijk’ transformatorhuisje op het bijna gerenoveerde Vinkenplein in het hart van het dorp. De ‘Bunker van Bilthoven’, wordt het huisje nu al genoemd. 

Een paar weken geleden plaatste Jacques Reijniers ‘toevallig’ een post op de website van het Online-Museum-De-Bilt over een transformatorhuis aan de Soestdijkseweg Noord 480: ‘Dit was tenminste onder architectuur gebouwd qua uitvoering. Als het dan toch moet waarom dan niet onder architectuur? Dan was een aantal reacties als ‘Architectonisch niet om aan te zien: goedkoop en zonder smaak, sfeer-verpestend, uitzicht-verstorend en niet passend in het straatbeeld. Het had er niet mogen komen, maar het is er toch’ mogelijk achterwege gebleven’.

Transformatoren
‘Transformatoren vormen een essentieel onderdeel van de elektriciteitsvoorziening en distributie. Deze transformatoren werden geïnstalleerd in speciale gebouwtjes, die vaak een bijzondere en unieke architectuur kenden. Transformatorhuisjes zijn onderdeel van het elektriciteitsnetwerk. De transformator in het huisje zet elektriciteit met midden-spanning (meestal 10 kilovolt) om in laagspanning van 230 volt. Dat is de spanning op de stopcontacten in huis. Transformatorhuisjes zijn op veel plaatsen in de woonomgeving te vinden. In Nederland staan ongeveer 100.000 transformatorhuisjes, die door de lokale netbeheerder worden beheerd. Ook bestaan er transformatorhuisjes die ingebouwd zijn in een gebouw. Dat noemt men een inpandige transformator. Ook de gemeente De Bilt kent verschillende van deze transformatorhuisje met een bijzondere culturele erfgoedwaarde’.

Initiatieven
Jacques Reijniers vervolgt: ‘Rond 1880 werden in Nederland verschillende particuliere initiatieven genomen om elektriciteit op te wekken en te verkopen. Rond 1900 werden veel gemeentelijke elektriciteitsbedrijven opgericht; zo ook in de provincie Utrecht. Elektriciteit diende voor licht, warmte, kracht en tractie maar door het gemis aan grote industriële bedrijven kwam de elektriciteitsvoorziening in deze provincie later op gang.

Sinds 1899 zijn er in De Bilt verschillende pogingen gedaan om een elektriciteitsbedrijf op te richten. De gemeente was aanvankelijk zeer terughoudend. Maar na een enquête onder de bevolking werd uiteindelijk toch toestemming verleend. In 1905 werd een centrale in gebruik genomen aan de Nieuwstraat in De Bilt. Deze was particulier eigendom onder de naam Elektriciteit Maatschappij De Bilt en leverde toen alleen gelijkstroom. Ook inwoners van De Bilt wilden meer resultaten zien van het gebruik van nieuwe elektriciteit. In december 1908 stuurden de bewoners van de Prins Hendriklaan en de Soestdyksche Straatweg aan het gemeentebestuur een brief om met vrymoedigheid doch dringend te vragen om inwilliging van het verzoek om meer behoorlyke verlichting van de geheele Prins Hendriklaan. De vele gemeentelijke en particuliere elektriciteitsbedrijven werden echter als onoverzichtelijk ervaren. Het leidde uiteindelijk in 1916 - op verzoek van het Provinciaal Bestuur - tot de oprichting van de Provinciale Utrechtse Electriciteits Maatschappij N.V. (PUEM)’.

Cultureel
Reijnders: ‘Een onmisbare schakel tussen hoog- en laagspanning vormden de transformatoren die men onderbracht in transformatorhuisjes. Momenteel bestaan er nog vele huisjes, vaak met een bijzondere bouwstijl, die deel uitmaken van het industrieel erfgoed. In de gemeente De Bilt werd in 1924 in opdracht van de PUEM aan de Soestdijkseweg Noord 480 een transformatorgebouw gebouwd. Het ontwerp was van architect G. Krop, geïnspireerd door de Amsterdamse Schoolstijl en was van het zogenaamd paddenstoeltype. Het is een van de vroegste voorbeelden die nog in de provincie Utrecht bestaan. Er werd bij het ontwerpen rekening gehouden met het karakter van de villawijk in Bilthoven, die toen in ontwikkeling was. De deuren zijn van staal en worden geflankeerd door twee PUEM-tegeltjes met de symbolen van een bliksemschicht. De Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed typeert dit transformatorhuisje als van een cultuurhistorische waarde als onderdeel van de ontwikkeling van de elektriciteitsvoorziening in begin twintigste eeuw in de provincie Utrecht.

Door de Utrechtse Stichting voor het Industrieel Erfgoed (USINE) worden naast dit transformatorhuisje ook nog de volgende genoemd in de gemeente De Bilt: Utrechtseweg naast 370 (1950) in De Bilt, Ruigenhoekseweg 1 (1940) en Voordorpsedijk bij 20 (geen jaartal) in Groenekan alsmede Industrieweg 24-26 in Maartensdijk (1955)’. 

Meer berichten