
Struikelsteen gelegd voor Judith Mendes da Costa
31 augustus 2022 om 18:00 Algemeendoor Henk van de Bunt
advertentie
Struikelstenen De Bilt plaatste op donderdag 25 augustus op het terrein van Berg en Bosch in Bilthoven een struikelsteen voor Judith Mendes da Costa. Voorafgaand vond er in De Kapel op datzelfde Berg en Bosch-terrein een minisymposium plaats. Onder de vele aanwezigen waren een aantal zusters van de Orde Dominicanessen en burgemeester Sjoerd Potters en wethouder Krishan Hagedoorn.
Evert Theunissen is bestuurslid en onderzoeker van Struikelstenen De Bilt: ‘Kijkend naar de historie van Berg en Bosch zie ik in de periode 1920-1960 drie verhaallijnen samenkomen. Het eerste verhaal is dat van de tuberculose en de tuberculosebestrijding in Nederland, het tweede is dat van positie van de katholieke kerk en het derde is het levensverhaal van Willem Bronkhorst’. Theunissen vond het nu lastig voor te stellen, dat vóór 1950 sterfte door een infectieziekte de meest voorkomende doodsoorzaak was. ‘Tuberculose veroorzaakte veel sterfte en was een groot volksgezondheidsprobleem. Antibiotica waren er nog niet en de patiënten werden behandeld met rust, goed eten, frisse lucht en zonlicht. Dat was de basisgedachte van waaruit de sanatoria ontstonden’.
Bedrijventerrein
In die naoorlogse jaren is het met de sanatoria snel gedaan. Door de komst van antibiotica kan een tuberculose-infectie voortaan heel effectief medicamenteus worden behandeld en is langdurig kuren zinloos geworden. Voor de sanatoria heeft dit natuurlijk grote gevolgen. In 1962 wordt sanatorium Berg en Bosch omgedoopt in Ziekenhuis Berg en Bosch met onder meer een operatiekamercomplex en een kraamafdeling. In 1972 verlaat de laatste Dominicanes ziekenhuis en het klooster. Berg en Bosch kan het uiteindelijk als zelfstandig ziekenhuis niet bolwerken en gaat in 1992 failliet, tot groot verdriet van personeel en omwonenden. Daarna wordt het omgevormd tot het medisch bedrijventerrein dat het nu is en plaats biedt aan tientallen medische en paramedische instituten.
Identiteit
De relatie katholieken en Joden in Nederland rond de tweede wereldoorlog werd door Dr. Theo Salemink (emeritus universitair docent Katholieke Theologische Universiteit Utrecht/Tilburg) belicht: ‘De katholieke joden werden niet vermoord omdat ze katholiek waren, maar omdat ze joods waren. In de ogen van de Duitse bezetters ging het niet om een kerkstrijd, niet om een strijd tegen de positie en de leer van de katholieke kerk in Nederland. Het ging niet om het geloof. Het ging om een politieke strategie de deportatie van de Nederlandse joodse bevolkingsgroep in haar geheel zo snel en effectief mogelijk te doen plaats vinden. De katholieke joden kwamen daarbij als aparte doelgroep in zicht toen bleek dat de katholieke kerk een publiek protest uitte tegen de deportatie van alle Nederlandse joden, en niet enkel van katholieke joden. Ik wil hier niet mee zeggen dat de katholieke kerk geen herdenking moet organiseren voor joodse slachtoffers uit eigen kring. Zo’n herdenking zou echter niet exclusief, maar inclusief moeten zijn. Geen martelaren van de kerk, maar martelaren van het joodse volk. Voor joden en christenen wellicht een ongewone gedachte. Identiteit, niet op grond van religie, maar op grond van gedeeld lot’.
Zuster Judith
Dr. Paul Hamans (priester van het Bisdom Roermond) schreef een biografie over Judith Mendes da Costa: ‘In augustus 1942 werden in Nederland meer dan tweehonderd rooms-katholieke Joden gearresteerd als wraakactie op het voorlezen in alle katholieke kerken van een protesttelegram en het Herderlijk Schrijven namens het Episcopaat. Judith Henriette Mendes da Costa was een van de tweehonderd. Voor haar overgang naar het rooms-katholieke geloof door haar doop op 10 oktober 1923 in Amsterdam, verbrak zij haar verloving met een katholieke jongen. Deze gebeurtenissen hadden tot gevolg dat ze problemen kreeg met haar familie, ze verloor in 1927 haar werk als procuratiehouder bij een neef en leidde een zwervend bestaan. In 1928 maakte Judith kennis met de zusters Dominicanessen en legde op 30 april 1930 haar geloften af. Ze kreeg de kloosternaam Zuster Judith uit eerbied voor haar ouders. Ze deed administratief werk in het sanatorium Berg en Bosch te Bilthoven. Op 2 augustus 1942 werd Judith in Bilthoven gearresteerd en overgebracht naar doorgangskamp Westerbork. Wegens twijfel aan haar afstamming van Portugese Joden, kreeg ze echter een ‘vrijstelling’ van deportatie, ze hoefde niet mee met het transport van 7 augustus 1942. Judith kon op 15 augustus terugkeren naar het Dominicusklooster op het terrein Berg en Bosch aan de Gezichtslaan in Bilthoven. Na haar terugkeer begon ze met het schrijven van haar levensverhaal, waarbij ze ook haar korte verblijf, van 3 tot 15 augustus 1942, in Westerbork beschreef. Op maandag 17 augustus 1942 ontving Judith opnieuw een oproep om zich te melden; door bemiddeling werd deze oproep vernietigd. Het schrijven van haar levensverhaal sloot ze af in Bilthoven in mei 1943. Toen de nederlaag voor nazi-Duitsland aanstaande leek, bleken de ‘vrijstellingen’ ook niets meer waard en werden veel Portugese Joden alsnog gearresteerd. Ook Judith kreeg weer een oproep voor Westerbork en kwam daar op 2 februari 1944 aan. Na twee weken, op 25 februari, moest ze op transport naar Theresienstadt. Vandaar werd ze op 16 mei 1944 gedeporteerd naar Auschwitz-Birkenau waar zij op 7 juli 1944 is vermoord.
Stenen
De struikelsteen voor haar werd vervolgens gelegd voor de ingang van het voormalige klooster in aanwezigheid van de zusters van de Orde Dominicanessen. Bestuurslid Tiny Middleton zong Pelgrimspsalm 121 in het Hebreeuws en sprak deze in het Nederlands uit: ‘Omhoog naar de bergen richt ik mijn ogen: vanwaar kan ik hulp verwachten? Mijn hulp zal komen van God de Heer, die hemel en aarde gemaakt heeft. Hij zorgt dat uw voet niet struikelt. Hij slaapt niet die over u waakt’. Vervolgens werd ter afsluiting gezamenlijk het ‘Onze Vader’ gebeden. Toeschouwers kregen tenslotte de gelegenheid een steentje te leggen bij de geplaatste struikelsteen; een Joods gebruik. Een oeroude traditie, op te vatten als een teken dat het graf - of in dit geval monument - met een bezoek wordt vereerd. Wanneer iemand een Joods graf of Joodse begraafplaats bezoekt worden ook vaak steentjes op de graven gelegd.
![]()
Toeschouwers leggen steentjes bij de geplaatste struikelsteen. - (foto Donald Noorhoff)















