
Jong ontmoet oud
16 december 2022 om 12:00 AlgemeenPaarse Vrijdag is een dag waarop scholieren en studenten door het dragen van de kleur paars op school hun solidariteit kunnen tonen met LHBT+’ers. In Nederland wordt de dag sinds 2010 ieder jaar op de tweede vrijdag van december gehouden.
advertentie
door Henk van de Bunt
Op paarse vrijdag 2022 heeft klas 2B van de Aeres Vmbo in Maartensdijk het voorrecht dat er alleen voor hun klas een talent- en verhalen-dag is. Er zijn twee gastsprekers op leeftijd: Mevr. Trine Poort (93) en mevrouw Greetje Willers (89) komen vertellen over hun tienerjaren tijdens de tweede wereldoorlog.
Eerst haken we aan op het onderwerp ‘paarse vrijdag’. Beide dames geven aan dat homoseksueel zijn in hun tijd ook wel bestond, maar dat het toen niet naar buiten kwam. ‘Er werd over gesmiespeld’. Dat er nu aandacht voor is, is een stap vooruit. Maar ook in deze tijd lijkt het de gastsprekers op leeftijd het moeilijk om je staande te houden wanneer je afwijkt van de ‘norm’.
Oorlog
Trine is geboren in Arnhem. Ze is geboren in een middenklasse-familie in Arnhem. Ze herinnert zich nog goed dat haar vader haar ’s ochtends kwam vertellen dat het oorlog was. ‘Als kind verwacht je: ‘Nu vergaat de wereld’, maar dat gebeurde niet. De eerste jaren van de oorlog gingen eigenlijk min of meer gewoon door’. Omdat haar school werd bezet door de Duitsers werden de leerlingen verspreid over andere scholen maar dat was het dan ook wel zo’n beetje. En je moest je houden aan de regels van de bezetter. Trine herinnert zich nog goed de dag dat de geallieerde parachutisten in september ’44 naar beneden kwamen: ‘Dit was het plan van Montgomery, de landingen in Normandië waren een succes en men had het plan om ook Nederland te bevrijden’. Ze vervolgt: ‘Het was een prachtige dag, de hele lucht was vol met parachutisten. Het was een fabelachtig gezicht. We dachten: Nu is de oorlog voorbij’. Het liep anders. De Duitsers trokken op en Arnhem moest leeg. ‘We moesten ons huis verlaten. Later heb ik wel eens gedacht dat het voor mijn ouders rampzalig was. Mijn tweelingzusje en ik liepen met mijn ouders met de stroom mee. Als kind denk je niet na: daar gingen we dan, het was voor ons een groot avontuur’.
Helpen
Trine en haar familie kwamen tegen het eind van de middag in Arnhem aan waar ze hartelijk werden ontvangen door totaal onbekenden. ‘Iedereen wilde helpen’. We dachten dat het maar voor een paar dagen zou zijn maar het werden 9 maanden’. Via contacten van haar vader worden Trine en haar zusje overgeplaatst naar een familie in Twello. ‘We hebben daar voornamelijk in de schuilkelder gezeten’. In mei 1945 komt de familie weer bij elkaar in hun huis in Arnhem. Er was geen raam meer heel in het huis en hun spullen waren door de Duitsers verspreid over de wijk; het bankstel stond bijvoorbeeld bij de buren in huis. Blijkbaar hadden de Duitsers een feestje gegeven of iets dergelijks. Overal werd gekeken of je iets kon terugvinden van jezelf. ‘Ellende verbroedert, het was prachtig weer en iedereen hielp elkaar vooruit’. Volgens haar hebben de vluchtelingen van nu het een stuk moeilijker; ‘Wij werden geholpen. Maar wie heeft er hier nog voeling voor jou als je niet dezelfde achtergrond hebt en de taal niet spreekt’.
Loosdrecht
Greetje Willers heeft een heel andere oorlog meegemaakt. Bij haar thuis (vader, moeder en broer Joop) waren ze arm en in de oorlog werd het eten echt een probleem. Ze kregen bonnen en daar moesten ze het mee doen. Ze woonde in een zelf gebouwd huisje aan de Loosdrechtse plassen. Haar vader viste en verkocht als extra inkomen paling. In de lente zochten ze naar eendeneieren. Op een dag was ze met haar vader weer op zoektocht gegaan in een bootje. Toen er een vliegtuig kwam overvliegen en zijn lege tank boven de Loosdrechtse plassen naar beneden liet vallen, schrok ze zo dat ze overboord sprong. Ondanks de armoede had haar familie toch een Joodse onderduiker in huis. Echter was het zo dat er in Loosdrecht veel NSB’ers woonden. Toen de buurman - een hoge NSB’er - een keer onverwacht op bezoek kwam en vijf borden op tafel zag staan i.p.v. vier, hebben ze deze man aan een ander adres geholpen.
Deken
Ook de familie van Greetje heeft een jaar in een ander huis gewoond. Op een dag werd ze wakker en zag ze dat de deken van haar broer Joop in het water hing. Ook de stoelen dreven door de kamer. Vermoedelijk hadden de Duitsers het waterpeil laten stijgen Via de ondergrondse kwamen ze aan een ander woonadres, waar ze ongeveer een jaar hebben gewoond.
Aan het eind van de oorlog kwamen er veel NSB-ers in Loosdrecht wonen: ‘Loosdrecht was een afgelegen dorp waar de NSB zich makkelijk konden verstoppen. Die NSB-ers hadden ook kinderen waar mijn broer ik van onze ouders toch mee mochten spelen. Wij waren eigenlijk de enige kinderen op ons afgelegen stukje grond, maar nu waren er opeens kinderen. Ik was blijkbaar zo mager dat die kinderen mij regelmatig een stukje boter of iets dergelijks in mijn mond stopten. Ook ben ik op weg naar school eens door een boer aan tafel uitgenodigd, ik denk omdat ik er zo slecht uit zag. Mijn maag was zo niet gewend aan eten, dat ik alles er op de deel alweer uit had gespuugd. Ik ben nooit weer gevraagd’.
Klimaat
Trine en Greetje hebben het best te doen met de jeugd van nu: ‘Onze tijd was, op de oorlog na, zo vredig. Nu weten we ook van ieders ellende. Wij wisten hooguit wat er in België gebeurde. De media doet overal verslag van. Het lijkt allemaal los zand en je vraagt je af waar het naar toe gaat. Greetje maakt zich vooral druk over het klimaat: ‘Soms denk ik, we rijden regelrecht met zijn allen de afgrond in’. De boodschap van de dames aan klas 2B is: ‘Heb vertrouwen en hou vol. Jullie zijn klompjes goud. We moeten het vooral van de (V)Mbo’ers hebben’!



![Kinderen luisteren geboeid naar Leo Fijen. [foto Rob Klaassen]](https://storage.pubble.nl/96897487/content/2024/12/8865836e-341b-46e9-8bed-24efc8358ad4_thumb1024.jpg)









