
Negenendertig geweldige jaren
16 februari 2023 om 12:00 Algemeen‘Gode zij dank voor N e g e n e n d e r t i g jaar Van Lodenstein!’ Met deze woorden eindigt de Maartensdijkse kunstenaar Jan den Ouden het voorwoord in zijn ‘afscheidsboekje’, dat hij het licht zag bij zijn afscheid als docent van het Van Lodenstein College in Amersfoort
advertentie
door Henk van de Bunt
Eerder al deelt hij dit afscheid met anderen: ‘Opgedragen aan Nanda, mijn vrouw. Zonder haar steun, toewijding en - vooral - geduld had ik niet kunnen doen wat ik heb mogen doen’. Hij gaat ook terug naar zijn roots: ‘Op de dag dat mijn vader 86 werd, stond ik met hem aan de rand van zijn veel te grote groentetuin achter het huis van mijn ouders. ‘Zesentachtig jaar, wat was het Pa?’ ‘Het was niets…’ antwoordde hij. In de lijn van de woorden van zijn vader: ‘Negenendertig jaar Van Lodenstein, het was als een schaduw’.
Klas
De Ouden vervolgt: ‘Het waren 39 geweldige jaren! Ik kreeg alle gelegenheid om het vak uit te bouwen en kon rekenen op het verbazende enthousiasme van de leerlingen. Het leverde vriendschappen voor het leven op! Toen tekenen een examenvak werd, stroomden de belangstellenden toe. Onder het motto ‘niets is ons te dol’ pakten we ook van alles aan dat buiten de reguliere lessen viel’.
‘Soms tot lichte irritatie van vrouwlief kon ik vaak zeggen: ‘Heeft bij mij in de klas gezeten!’ Daaronder waren advocaten, timmerlieden, boeren en vrachtwagenchauffeurs. Dominees van een heel scala aan kerkverbanden, chirurgen, huismoeders, burgemeesters en Kamerleden… Kunstenaars, architecten, ontwerpers en juffen…
Mensen
Jan den Ouden kreeg zijn opleiding aan de kunstacademies van Amersfoort, Utrecht en Arnhem. Naast tekenen en schilderen houdt hij zich bezig met het maken van design, bronzen beelden, glaskunst en fotografie. Op exposities waren zowel aquarellen, olieverven, pastels als cartoons en foto’s van zijn hand te zien. Voor bedrijven en instellingen maakte hij onder meer muurschilderingen, ramen met glasapplicaties en beelden. Mensen zijn voor hem de belangrijkste bron van inspiratie.
Kunstacademie
De kunstacademie is (ook) voor veel reformatorische jongeren tegenwoordig een tamelijk vanzelfsprekende studiekeuze. Maar die mogelijkheid moest wel worden bevochten. ‘Kunstvader’ Jan den Ouden uit Maartensdijk effende de weg. In de jaren dat hij docent tekenen en beeldende vorming was, bereidde hij vele tientallen leerlingen voor op een vervolgstudie aan de kunstacademie. Dat was zeker in de begintijd pionieren, want de kunstacademie had geen best imago in reformatorische kring. Kunstenaars waren vrijgevochten types die aan God noch gebod deden, langharige nietsnutten. En in de kunst was trouwens nauwelijks droog brood te verdienen.
Wenkbrauwen
In een interview met de Maartensdijker in het Reformatorisch Dagblad lezen we er over: Toen Den Ouden begin jaren tachtig de eerste drie leerlingen voor de kunstacademie afleverde, zorgde dat dan ook voor gefronste wenkbrauwen bij bestuursleden van de school. Dit was nog niet eerder vertoond. Toch kreeg Den Ouden verrassend veel vrijheid op de ‘strenge’ Lodenstein. In ‘het eerdergenoemde boekje ‘Dit moet je niet, dit wíl je’, dat hij in het afgelopen jaar ter gelegenheid van zijn pensionering schreef, blikt hij terug op zijn loopbaan in het onderwijs. ‘Het waren 39 geweldige jaren! Ik kreeg alle gelegenheid om het vak uit te bouwen en kon rekenen op het verbazende enthousiasme van de leerlingen. Het leverde vriendschappen voor het leven op!’
Vrijstaat
Het tekenlokaal van Den Ouden werd een vrijplaats voor creatievelingen. Ook buiten de reguliere lessen om kwamen leerlingen daar om mooie dingen te maken. Ze hoefden dan even niet strak in de banken te zitten. ‘Het heeft nooit tot problemen geleid’, zegt Den Ouden in zijn woonkamer in Maartensdijk. ‘Niemand bemoeide zich ermee. Er kwamen ook nooit collega’s klagen over wat we allemaal aan het doen waren, zelfs niet als we tijdens de les patat bakten. Het was een soort Oranje Vrijstaat. Geen bericht was goed bericht en als de leerlingen het leuk vonden, nou ja…’
Jägermeister
Jan den Ouden zelf kwam via een omtrekkende beweging op de kunstacademie terecht. Via de lts en de mts slaagde hij er alsnog in om zijn droom te vervullen: iets doen met tekenen. Aan de pedagogische academie in Utrecht ging hij studeren voor zijn derdegraads onderwijsbevoegdheid. Nog zonder de benodigde papieren kreeg hij in 1978 al een aanstelling van 22 lesuren op het Van Lodenstein. ‘De toenmalige rector liet me het tekenlokaal zien. Daar heersten orde en rust, maar hij liet blijken dat dat bij dit vak nu juist niet de bedoeling was’. Na het behalen van zijn derdegraads onderwijsbevoegdheid wilde Den Ouden graag verder studeren. ‘Het bestuur had gezegd dat ik examenklassen zou krijgen als ik al mijn diploma’s haalde. Maar dat was nog best lastig, want er bestond geen parttime tweedegraads opleiding. Via collega’s kreeg ik een plekje op de kunstacademie in Amersfoort. Dat was zo clandestien als wat. Er waren twee docenten die me wilden helpen; het kostte me voor beiden een fles Jägermeister per jaar’.
Belangrijk
In het eerdergenoemde interview wordt Den Ouden de vraag gesteld, waarom kunst (ook) belangrijk is voor christenen. Jan de Ouden: ‘Kunst leert je op een andere manier naar de werkelijkheid te kijken. Juist vanuit christelijk perspectief kun je zeggen, dat kunst verwijst naar hogere dingen, of naar de schepping. Het leven is meer dan het materiële. Het klopt dat we geen beeld- maar een woordgodsdienst hebben. Maar met beelden kun je toch Bijbelse noties overbrengen, ook zonder dat je kruisen, duiven of Bijbels schildert. Kunst werkt in op het onderbewuste. Je moet er vaak ook wat moeite voor doen, zeker bij moderne kunst. Onlangs las ik dat een kunstenaar als het ware de zee in loopt; kunst ontstaat pas als hij de grond onder de voeten verliest. Dan kom je voorbij het plaatje en kan kunst veel zeggen over het leven. Achter moderne kunst zitten vaak diepe gedachten’.











