
Op ‘t bankje
11 augustus 2026 om 18:00 Overigadvertentie
Je kan goed merken dat het vakantietijd is. Gewoonlijk komen er altijd wel mensen langs als ik op het bankje zit, maar nu blijft het erg rustig. Dat biedt me de gelegenheid om wat na te denken en rustig om me heen te kijken. Op het trottoir valt een omhooggekomen tegel op. Ik vraag me af of ze dat bij de gemeente al weten en of iemand dat al gemeld heeft. Het is maar te hopen dat er niemand over valt. Ik zal als ik thuiskom en eraan denk de gemeente erover bellen. Mijn aandacht voor de omgeving wordt afgeleid als er een jonge vrouw op hoge hakken, met een gebaksdoos in haar handen voor zich, parmantig komt aanlopen. Als zij maar niet over die ongelijke tegel valt denk ik, maar in plaats van dat te denken, had ik haar beter kunnen waarschuwen, want terwijl ze me bij het langslopen vriendelijk toelacht en groet, ligt ze opeens languit op straat. Gestruikeld over de tegel waar ik net nog over zat te filosoferen. Ik schrik me een hoedje en schiet haar meteen te hulp, maar ze heeft geen hulp nodig en krabbelt zonder moeite overeind. Ze heeft er een klein schaafwondje op haar knie aan overgehouden maar daar zit ze niet mee. De gebaksdoos is uit haar handen gevallen, maar gelukkig niet opengegaan. Die ligt nu enkele meters voor haar op de trottoirband. Met iets meer vaart zou de doos op de weg terechtgekomen zijn en was dan zeker opengegaan. Had ik haar nou maar gewaarschuwd, verwijt ik mezelf. De vrouw pakt de keurig dicht gebleven doos op en komt bij me op de bank zitten. ‘Ik ben benieuwd hoe de inhoud eruit zal zien. Heel voorzichtig maakt ze de doos open en ziet dat alles heel gebleven is. ‘Dat valt mee, ik had meer schade verwacht. Gelukkig heb ik een appeltaart gekocht zonder slagroom. Ik was eerst nog wel van plan slagroomgebakjes te nemen, maar de vriendin waar we met ons vrouwenclubje af en toe bij elkaar komen had al gezegd om geen slagroomgebak te kopen omdat er een paar aan de lijn zijn. Die raad heb ik gelukkig ter harte genomen, want anders was het vast een hutspotje geworden’, zegt ze lachend. ‘Ik heb daarom maar deze appeltaart gekocht en een appelpunt zal er vast wel ingaan, hoewel daar misschien wel veel meer calorieën inzitten. Maar ja, het ziet er anders uit en als je ze op deze manier allemaal aan het gebak krijgt wordt het veel gezelliger. Ik vind het gelukkig allemaal lekker.’ De vrouw naast me hoeft zich inderdaad geen zorgen te maken over haar gewicht. ‘Ik hoef gelukkig ook niet weer naar de bakker, maar ik zal voortaan wel beter opletten waar ik loop’, zegt ze met een glimlach. Ze kijkt nog even naar het schaafwondje op haar knie waar haar rok overheen valt. ‘Ik ga er niks over zeggen want dan wordt er zeker over valpartijen en de gevolgen daarvan gepraat en voor je het weet komen er allerlei ziektes aan bod. Er wordt wel altijd over de kinderen gepraat en de oudste is onlangs oma geworden en raakt niet uitgepraat over haar kleindochter.’ Het doet me denken aan een vrouw die eens bij me op het bankje zat. Ze vertelde dat een aantal alleenstaande vrouwen bij haar uit de buurt gevraagd hadden of ze bij haar op de koffie mochten komen. Dat mocht van haar als er niet over ziektes en kleinkinderen werd gesproken. De jonge vrouw naast me stapt alsof er niets is gebeurd met een vriendelijke groet op.
Maerten





