Wat rest na een bosbrand.
Wat rest na een bosbrand. .

Let op: juist nú bosbrandgevaar

9 april 2026 om 10:00 Overig

De zomerhitte lijkt de grootste boosdoener, maar in Nederland en Noord-Europa start het natuurbrandseizoen al in het vroege voorjaar. Een kritieke periode, niet alleen voor ons, maar vooral voor de dieren die in onze bossen en natuurgebieden leven.

advertentie

In de lente oogt de natuur fris, maar voor dieren schuilt er gevaar onder die eerste groene waas. Het droge blad van het najaar ligt er nog en de sapstromen van planten en bomen zijn nog niet op gang gekomen. En dat blijkt een perfecte combinatie voor brandgevaar.

Hoe natuurbranden ontstaan
Klimaatverandering vergroot het risico op natuurbranden door drogere perioden en hogere temperaturen, maar de meeste branden ontstaan dichter bij huis: door de mens. Een achteloos weggegooide sigaret, een smeulend kampvuurtje of een stukje glas in de zon… Eén vonk kan funest zijn. Tradities zoals paasvuren brengen extra gevaar met zich mee, maar ook het toenemende buitenleven nu de dagen langer worden.

 Dieren in gevaar

Voor brandweerlieden zijn natuurbranden grillig en moeilijk te beheersen. Het netwerk Natuurbrandbeheersing sprak dan ook uit het internationale LACES-principe (Lookouts, Awareness, Communication, Escape routes, Safety zones) te willen gebruiken. Met uitkijkposten, extra alertheid, goede communicatie, vluchtroutes en veilige zones kunnen ze de kans op vuur zoveel mogelijk indammen. Voor dieren bestaat geen georganiseerde veiligheid. De dieren raken bij een bosbrand in shock of zijn volledig gedesoriënteerd. Sommigen vluchten blindelings de verkeerde kant op, terwijl anderen terugkeren naar hun vertrouwde leefgebied. 

Oplossingen

Hoewel we in het wild levende dieren niet kunnen aansturen zoals mensen, kunnen we hun overlevingskansen wél vergroten. Onderzoekers en natuurbeheerders experimenteren daarom met zogenoemde ‘refugia’: veilige plekken die minder snel verbranden, zoals vochtige moerassen, beekjes en schaduwrijke valleien. Daarnaast helpt het als natuurgebieden met elkaar verbonden zijn, zodat dieren meerdere richtingen op kunnen vluchten. Verder kan variatie in begroeiing de verspreiding van vuur afremmen, waardoor dieren langer de tijd hebben om een veilige schuilplek te bereiken. 

Lentebranden in de regio

In 2024 vonden er volgens Radar rond de 200 natuurbranden plaats in Nederland. In 2025 waren dat er bijna twee keer zoveel: er werden 394 natuurbranden gemeld. In april 2025 werden er gemiddeld zeven meldingen per dag gedaan. Ook onze gemeente kent voorbeelden van lentebranden. Zo blusten de korpsen van Maartensdijk, Bilthoven en Zeist vorig jaar nog een brand bij het Berg- en Boschterrein, dichtbij de Gezichtslaan. Gelukkig zijn er al maatregelen om natuurbranden tegen te gaan. Zo geldt op de Utrechtse Heuvelrug tussen 1 maart en 1 oktober een rookverbod in de natuurgebieden. Daarnaast werkt De Bilt samen met acht andere ‘natuurbrandgemeenten’ aan preventie, en deelt de Veiligheidsregio Utrecht (VRU) tips, zoals: niet parkeren in hoog gras (een hete uitlaat kan brand veroorzaken), toegangswegen vrijhouden voor hulpdiensten, alleen gebruikmaken van aangewezen picknick- en vuurplaatsen, aGlas en ander afval in de daarvoor bestemde bakken gooien en ook: niet roken in de natuur.

Moraal van het verhaal

De lente lijkt onschuldig, maar voor dieren is het een gevaarlijke periode. Hoewel we de natuur niet kunnen controleren, kunnen we wel ons gedrag aanpassen. Laat geen afval achter, doof vuur volledig en wees alert op droge vegetatie. 

(Marlijn de Jager-Gerhardt - werkzaam bij de Dierenbescherming, brengt odes aan dier & natuur)

Brandweermannen en blusvoertuig patrouilleren over verbrande hei.