
Op ‘t bankje
17 februari 2026 om 18:00 Overigadvertentie
Met een zucht komt een vrouw met een volle boodschappentrolly die ze voor zich neerzet bij me zitten. ‘Even uitrusten want het is voorjaarsvakantie en twee van mijn kleinkinderen logeren bij ons. Ze wonen in Friesland en heel vaak zie ik ze niet meer. Toen ze nog klein waren woonde mijn dochter en haar man nog hier in de buurt en ben ik oppasoma voor ze geweest, nou ja mijn man was er ook best druk mee. Vooral met Lucas, die is nu elf en zijn zusje is een jaar jonger. We haalden en brachten ze naar school en hielden ze ook nog bezig tot hun vader of moeder ze kwam ophalen. We zijn nu al een tijdje gewend dat we ze niet meer op hoeven te vangen, maar nu ze er weer zijn genieten er wel weer van’, zegt de vrouw. ‘Mijn schoonzoon heeft een paar dagen een congres in Genève en hij vond het fijn dat onze dochter met hem meekon. Met de kinderen erbij werd wat moeilijk. Die vonden het ook fijn want ze hebben hier allebei nog vriendjes en vriendinnetjes waar ze nog contact mee hebben en een paar zijn ook wel eens bij ze in Friesland geweest. Zaterdag heeft onze dochter en schoonzoon Lucas en Josje met de auto gebracht en van hieruit zijn ze naar Schiphol gereden.’ De vrouw kijkt nog eens in haar boodschappentas constateert dat alles wat ze wilde hebben erin zit. ‘Ze hebben al hun wensen wat ze willen eten kenbaar gemaakt. Lucas wil in ieder geval erwtensoep met worst van oma en Josje is gek op pannenkoeken en die wil ze samen met mij bakken. Daar heb ik nu dus allemaal spullen voor ingeslagen. Mijn man gaat in ieder geval Lucas naar het NEMO techniekmuseum in Amsterdam. Dat heeft hij hem al eens eerder beloofd maar het was er nog niet van gekomen. Het zijn allebei knutselaars en ze zullen daarom nu wel veel in de schuur dingen in elkaar gaan zetten. Mijn man is altijd erg handig geweest maar na zijn pensioen is het een echte hobby geworden. Toen we op de kinderen pasten heeft hij een mooie bolderkar gemaakt waarmee we ze naar school brachten. Die wordt nu door mijn andere dochter die jongere kinderen heeft gebruikt.’ Ze zwijgt enige tijd en kijkt of er geen berichten op haar telefoon staan. Dan vertelt ze weer wat over haar man. ‘Hij is altijd boekhouder geweest en daar profiteren nu nog een heleboel vrienden en kennissen volgende maand weer van, want dan helpt hij ze met de belastingaangifte, dat is vaste prik.’ De vrouw zelf heeft lang met veel plezier in een modewinkel gewerkt. ‘Dat mis ik nog af en toe een beetje. Ik vraag wat haar kleindochter gaat doen als haar broer met zijn opa naar Amsterdam gaat. Ze krijgt meteen een glimlach op haar gezicht. ‘Dat is mijn pakkie-an. Ik ga met Josje en een vriendinnetje van haar naar Utrecht. We maken eerst een rondvaart dan gaan we ergens lunchen en natuurlijk shoppen. We maken er gewoon een gezellige dag van. De pannenkoeken en de erwtensoep maken we samen thuis, dan zullen haar vriendinnetjes ook wel weer meekomen. Mijn man en ik zijn de drukte wel een beetje ontwend maar we genieten wel van zo’n weekje. We zijn wel wat bezorgder voor ze dan we vroeger voor onze eigen kinderen waren. Die kwamen vaak thuis met een schaafwondje en dan deed je er een pleister op en dan was het goed. Tegenwoordig zie ik overal veel vaker gevaar in. ‘Gelukkig zijn het niet van die wildebrassen.’
Maerten













