Leo Fijen op bezoek bij de meest bekende monnik van christelijke wereld, Anselm Grun, Duitse benedictijn.
Leo Fijen op bezoek bij de meest bekende monnik van christelijke wereld, Anselm Grun, Duitse benedictijn.

In nieuwe jaar op zoek naar innerlijke vrijheid

4 januari 2023 om 13:00 Algemeen

In deze Nieuwjaarsspecial ook een persoonlijke nieuwjaarswens van Maartensdijker Leo Fijen; nog steeds actief op de landelijke televisie met zijn geloofsgesprekken op NPO2, daarnaast vrijwilliger in de Abdij van Egmond en zo voortbordurend op de vele boeken en tv-series die hij over kloosters heeft gemaakt. 

advertentie

Daar in Egmond ziet hij elke week hoe steeds meer mensen op zoek zijn naar de waarden van dat religieuze leven. Hoe kun je die waarden nu meenemen naar het nieuwe jaar, ook wanneer je niet in het klooster bent. Leo Fijen schreef er vele succesvolle boeken over en probeert in deze persoonlijke bijdrage een weg te wijzen naar de innerlijke vrijheid, de vrede in je hart en de stilte als tochtgenoot zoals je die in kloosters ervaart. Hij begint bij een vakantieherinnering van afgelopen zomer in Umbrië. 

Huisje in mijn hart 
De mooiste vakantieherinnering is een fietstocht in de vroege ochtend door het glooiend landschap van Umbrië. Een kronkelende weg met veel gaten is de poort naar de stad van de heilige Franciscus, Assisi. In de dauw van half zes in de ochtend is er geen auto op deze route en heb ik het rijk alleen, komend van Passagio di Bettona. Langzaam nader ik de plek waar het kruis van San Damiano tot Franciscus heeft gesproken: ga en herstel mijn kerk. Dat is aan de voet van de heuvel waar Assisi op gebouwd is, twee kilometer van het stadscentrum. Daar in dat mooie klooster van Sam Damiano zijn altijd mensen, ook om zes uur in de morgen. Ik zet mijn fiets weg en blijf buiten. Daar kniel ik op de stenen voor het kruis en bid in stilte. Het enige wat ik kan horen zijn de vogels. Het is de diepste stilte die ooit tot mij is gekomen, knielend bij het kruis dat tot Franciscus sprak, pelgrims om me heen, doodstil en toch verbonden. Daar heb ik de grootste vrijheid mogen ervaren. Alsof alles van me schouders werd gehaald, alsof de deur van mijn hart nooit meer op slot hoeft, alsof verleden, heden en toekomst samenvallen, alsof er slechts eeuwigheid is. Dat gevoel geeft me tot op de dag van vandaag vrede en vreugde. Want als ik me zo gezegend weet, is de vreugde daar de vrucht van. Als ik zo de zegen ervaar, kan ik zegen brengen aan anderen. Dat gebeurt er in de vrijheid die raakt aan de tijdloosheid. En wat kan ik nu doen om dat geschenk ook te ervaren als ik niet in Assisi ben, als ik niet op mijn racefiets in alle vroegte op weg kan gaan naar het kruis van San Damiano. Dat is mijn vraag, maar dat is ook de zoektocht van iedereen. Hoe houd ik dat besef van eeuwigheid en diepe innerlijke vrijheid van de vakantie vast, in de hectiek van het dagelijks leven?

Waarden van kloosterleven
Het antwoord heb ik gevonden in de kloosters die ik mocht bezoeken voor de kloosterserie op televisie. Zo’n 50 abdijen en priorijen in binnen- en buitenland heb ik mogen ervaren, de waarden van al deze broeders en zusters draag ik met me mee. De stilte, het wachten, de ruimte voor de ander, het vaste ritme van bidden en werken, de kracht van de gemeenschapszin, de heelheid van de schepping, de genade op de bodem van het leven, de existentiële eenzaamheid die met Christus de diepste vrijheid kan worden. Deze waarden resoneren mee in mijn bestaan van alledag. Het lukt vaker niet dan wel, ik red het meer dan eens niet. Maar ze zijn er steeds. Soms worden ze niet uitgepakt. Soms komen ze aan de oppervlakte. En in het Limburgse Epen wordt me een vakantiewoning aangereikt die me helpt deze waarden vaker te integreren in mijn leven. Het huisje is piepklein en maakt deel uit van een groot appartementencomplex dat vroeger een boerderij was. Vanuit het huisje kijk ik elke ochtend het golvende landschap over, naar Eperheide en Slenaken, in de verte zelfs Holset, Vijlen en Vaals. Het is een machtig gezicht dat ik buiten de vakantie wel elke dag even zou willen zien, als een oproep om de innerlijke vrijheid niet te laten vermalen door het vrijwilligerswerk in kerk en dorp. Dat huisje raak ik niet meer kwijt en geef ik een plek in mijn hart. Dat huisje is voor de buitenstaander niet zichtbaar, maar wordt als een San Damiano in mijn diepste innerlijk, als een Umbrische halte van eeuwigheid in mijn hart, als een Limburgse ochtend met permanent uitzicht over de heuvels.

Barmhartigheid en Genade
Dat huisje staat in mijn hart en kan wonen in ieders hart. Het heeft een aantal vaste onderdelen die me helpen steeds weer terug te keren naar dat gevoel van tijdloosheid en innerlijke vrijheid. Het huisje van Epen heeft een vloer van de stilte die me vraagt om elke dag tot drie keer toe, in de vroege ochtend, het begin van de middag en voor het slapen gaan, stil te zijn. Soms gaat het in die stilte bidden in mezelf. Die stilte opent de deur van mijn hart en maakt ruimte voor de stem van God. Dat huisje heeft ook een kleine hal die me leert te wachten. Zonder stilte kan ik niet wachten. Die stilte heb ik nodig om met aandacht te leven. Want dat is wachten, met aandacht leven zodat de stem van de ander in mijn hart klinkt en de roepstem van God niet aan mij voorbijgaat. In dat huisje sluit ik af en toe de ramen om alle impulsen van sociale media en nieuws dat me niet verder brengt achter me te laten. Ik ben in de stilte, leef met aandacht en probeer verbonden te zijn met mijn naasten thuis, in de kerk en op mijn werk. Dat lukt alleen als ik delen van de dag mijn telefoon uitzet en mijn mail niet lees. Dat huisje heeft een tafel die me vraagt ruimte te maken voor de ander: ik kleiner, mijn naaste groter, God tastbaar. De tuin rondom dat huisje bevestigt mijn kleinheid: ik hoef niet alles op te lossen, de schepping heelt mij en zovele anderen. En tenslotte is er de kelder van het huisje waar ik andermaal moet buigen: op de bodem van het bestaan ervaar ik mijn lege handen die zich openen voor de naaste en voor God. Ik leef van hun genade en barmhartigheid. In mijn gebrokenheid mag ik er toch zijn, want in de kelder geeft God me adem. Daar ervaar ik de diepste vrijheid. Die vrijheid wens en bid ik ieder toe in het nieuwe jaar dat voor ons ligt. Niet alleen met vakantie, maar ook in het gewone leven. Het huisje in mijn hart wijst me de weg naar die vrijheid, gedragen door mijn naasten en door God.